Ccgforum's Weblog

Just another WordPress.com weblog


Een reactie plaatsen

Exorfinen

Sommige lezers zullen op de klank af dit woord verbinden aan de term endorfinen. En dat is terecht. Eerst iets over deze endorfinen. Ons dorp kent heel wat hardlopers en zij zullen zeker gehoord hebben van de “runners high”. Hardlopers kunnen na enig tijd een erg prettig gevoel krijgen dat wordt veroorzaakt door een sterke toename in de productie van deze endorfinen. Deze opium-achtige stofjes hebben heel veel functies en o.a. spelen ze samen met dopamine, een rol bij het jezelf gelukkig en energiek voelen. Het gevoel kan zelfs zo prettig zijn dat er een vorm van verslaving optreedt, maar daarover meer in een latere column.

Endorfinen spelen een sleutelrol in wat we het ‘zelfherstellend systeem’ noemen. Een systeem dat de gevolgen van stress, trauma’s, ziekten en andere vormen van overbelasting geneest. Endorfinen hebben te maken met geluk, energie, aandacht en concentratie, motivatie, stressbeheersing, vruchtbaarheid en immuniteit. Verder zijn het natuurlijke pijnstillers. Een verstoring van het endorfinen systeem kan aanleiding zijn tot een groot aantal lichamelijke en geestelijke stoornissen.

Nu dan terug naar de exorfinen. Het verschil in beide woorden is endo- en exo-. Deze uit het Grieks afkomstige voorvoegsels betekenen respectievelijk ‘inwendig’ en ‘uitwendig’. Endorfinen worden dus in het lichaam zelf geproduceerd en exorfinen komen van buiten.

Exorfinen zijn ook morfine-achtige stofjes die afkomstig zijn uit bepaalde voedingsmiddelen of worden in de darm door bepaalde bacteriën geproduceerd. De voedingsstoffen die bij vertering in de darm exorfinen produceren zijn gluten, zuivel (koemelk), soja en spinazie.

Vanwege de gelijkenis die deze stofjes hebben met de endorfinen heeft men ze exorfinen genoemd.

Normaal gesproken worden de exorfinen in de darm, in het bloed en desnoods in de hersenen afgebroken door een enzym dat DPP-IV genoemd wordt. Echter, de hedendaagse bewerking van voedsel heeft er toe geleid dat de exorfinen productie enorm is toegenomen. Verder zijn er veel mensen die om allerlei redenen, een slecht werkend DPP-IV enzym hebben. In die gevallen is er een sterke toename van bepaalde exorfinen in het bloed en dus in de hersenen. Wat de factor is die zorgt voor een selectieve toename van de 14 nu bekende exorfinen weten we niet. Sommige mensen blijken bij onderzoek in de urine slechts 1 exorfine te hoog te hebben en anderen scoren op 7.

Hoe dan ook, in die gevallen kunnen de stofjes een verstoring geven van tal van processen. Dit kan aanleiding zijn tot een grote variëteit aan klachten zoals vermoeidheid, een sterke behoefte aan het eten van koolhydraten en suikers, Diabetes type 1 en 2, eetstoornissen en/of overgewicht, schildklier aandoeningen. Verminderde werking van dopamine, met als gevolg lusteloosheid, snel verveeld, uitstelgedrag, motivatie- en aandachtsproblemen, AD(H)D, verminderde plezierbeleving, verslavingen en Parkinson. Depressies maar ook hechtingsproblemen, sneller verveeld in een relatie, borderline kenmerken. Snel geïrriteerd, verhoogde stress- en prikkelgevoeligheid. Angstklachten en hyperventilatie. Maar ook astma, allergieën en (auto)immuunziekten. Verminderde weerstand en Alzheimer of toegenomen pijngevoeligheid.

Een urinetest kan het bestaan van een exorfinen belasting aantonen. De strategie is vervolgens om de bron van de specifiek aangetoonde exorfinen te elimineren. Dus mensen zullen dan glutenvrij en/of koemelk-vrij moeten eten of in zeldzamer gevallen alle soja of spinazie uit de voeding moeten schrappen, samen met inname van extra DPP-IV. Een flinke inspanning? Ja, maar de beloning is groot.

Eerder gepubliceerd in “Blik op Zeewolde”, febr. 2017


2 reacties

Schildklier: meest onderzocht en minst begrepen (4)

Zoals ik in blog 2 al heb aangegeven is de schildklier ‘slechts’ een schakel in een keten van processen. Wanneer de schildklier strikts genomen goed functioneert, wil dat bepaalt nog niet zeggen dat daarmee het eindresultaat van de hele schildklierstofwisseling goed is.

De schildklier produceert voornamelijk T4 (L-Thyroxine). T4 is echter een relatief inactief hormoon en het dient nog omgezet te worden in de biologisch actieve vorm T3. Deze omzetting vindt plaats in de organen van het lichaam zoals de nieren, lever, hersenen etc. door een enzym dat ‘iodothyronine 5’deiodinase’ heet. Hoewel T4 ook wel enige activiteit bezit is met name T3 verantwoordelijk voor de effecten die het schildklierhormoon op de stofwisseling hebben.

De omzetting van T4 naar T3 is dus een erg belangrijke schakel in de keten. Een normale T4 productie en een geringe omzetting naar T3 levert evengoed een klachtenbeeld op van een te trage schildklierfunctie (hypothyreoïdie). Focus op alleen de TSH en T4 bloedwaarden leidt dan tot de verkeerde conclusies.

Er zijn tal van factoren die de omzetting van T4 naar T3 kunnen verstoren:

  • Antilichamen TPO (auto-immuun schildklierziekte)
  • Alpha-liponzuur (supplement)
  • Chronische ziekten
  • Tabaksrook
  • Medicijnen (o.a. anticonceptie Pil, beta-blockers, synthetische oestrogenen, lithium, chemotherapeutica, etc).
  • Straling
  • Vasten
  • Tekort aan groeihormoon
  • Zware metalen belasting (o.a. kwikbelasting)
  • Hemochromatosis (ziekte)
  • Hoge stressdruk
  • Zwakte van de bijnierfunctie (Bijnieruitputting)
  • Ondervoeding
  • Tekorten aan nutriënten (o.a. selenium, zink, vitamine A, B6 en B12)
  • Ouderdom
  • Lichamelijke trauma’s
  • Postoperatieve stress
  • Soja


Een reactie plaatsen

Casus Sarcoïdose

Sarcoïdose (verslag van een ex-patiënt):

Het is inmiddels zo’n vijf jaar geleden dat ik gezondheidsklachten kreeg. Erg veel hoesten, kortademigheid en aan het einde van de dag heel erg moe. Op een gegeven moment was het hoesten zo heftig dat ik naar de huisarts ben gegaan. Deze constateerde een flinke longontsteking. Een antibioticakuur hielp, maar ik kreeg een doorverwijzing naar het ziekenhuis voor een longfoto. Deze is gemaakt en een nader onderzoek volgde, er zaten niet alleen vlekjes op mijn longen maar ook er naast. D.m.v. een bronchoscopie werden wat cellen weggenomen om vast te stellen waar het om ging. De uitslag was Sarcoïdose. Echo-onderzoek van mijn buik gaf aan dat ook daar ontstekingen te zien waren. De longarts gaf aan dat, als de Sarcoïdose weer actief zou worden, hij Prednison voor zou schrijven. Geen prettig vooruitzicht.  Moest regelmatig terugkomen voor een longfoto.

Rond deze tijd woonde mijn vrouw een lezing bij van Wim Gelderblom. We besloten met hem contact op te nemen. Een afspraak werd gemaakt. Ik werd door Wim heel intensief bevraagd over het verleden, of er iets bijzonders met mijn lichaam was gebeurd. Hij was op zoek naar blokkades in mijn lichaam. Er volgde bloedonderzoek en haaranalyse. Een behandelplan werd opgesteld.

Na een paar maanden merkte ik resultaat, het hoesten werd minder en de conditie beter. Ook de foto’s van mijn longen bleven stabiel, de littekens van de Sarcoïdose waren zichtbaar maar nieuwe activiteit was er niet.

Na verloop van tijd werd de behandeling afgebouwd, het hoesten is geheel over en mijn conditie is als vroeger. Ook nu, twee jaar nadien, heb ik geen enkele klacht.

Het verschil in benadering met de reguliere geneeskunde spreekt mij bijzonder aan. Onderdrukken van ontstekingen door Prednison óf op zoek gaan naar een onderliggende oorzaak, waardoor ontstaat iets. Al met al heel dankbaar dat ik deze stap heb gezet.