Ccgforum's Weblog

Just another WordPress.com weblog


Een reactie plaatsen

Haaranalyse als de ‘missing link’ in een diagnose

Een 36 jarige vrouw komt op consult met de volgende klachten: een gehaast gevoel en moeite om rust te vinden. Verder diverse lichamelijke verschijnselen als kapotte mondhoeken, vaginale jeuk/droogte, broze nagels, kouden handen en voeten, spanning in nek en schouders, en “burnout gerelateerde klachten als hoge ademhaling, concentratieproblemen en moeite om te gaan met complexe situaties.

Na de geboorte van haar zoon een moeilijke tijd gehad met klachten als paniek, slecht kunnen slapen en heel onrustig voelen.

Ze heeft dankzij een psychotherapie traject gelkeerd beter grenzen aan te geven maar desondanks lukt het niet goed om een soort basisrust te vinden, zoals ze het zelf beschrijft.

De meerdaagse Firstbeat HRV meting leverde een duidelijk negatieve energiebalans op (te weinbig herstel in verhouding tot de activieve modus met een opvallend patroon dat ik HRV termen een ‘Delayed nighttime recovery’ wordt genoemd; het herstel start niet bij of kort na het naar bed gaan.

HRV EvS.Blogbericht CCGFORUM.310718

Waneer er zoals hier, sprake is van een sympaticus dominantie, d.w.z. de actieve modus van het autonome zenuwstelsel staat onevenredig veel in de dominante stand en daardoor is er te weinig herstel, dan kan dat twee verschillende oorzaken hebben. In het ene geval is dat vooral gedrag gerelateerd. Veelal zie je dan bij een meerdaagse meting dat er sommige etmalen zijn die er qua balans heel goed uitzien terwijl andere etmalen een uitgesproken slecht beeld laten zien. Alcoholgebruik in de avond is bijvoorbeeld een bekende factor met zeer negatief effect op zowel de hoeveelheid als de kwaliteit van het herstel.

De andere situatie is die waarbij er weinig of geen directe relatie met lifestyle (gedrag) gelegd kan worden. Vaak vertoont de meerdaagse HRV meting hier ook een meer constant negatief beeld. In dit laatste geval is het effect van gedragsveranderingen doorgaans ook maar beperkt. Er is een (neuro)fysiologische reden waarom het herstel niet voldoende is.

De HMA (Haarmineralen analyse) leverde bij haar het volgende beeld op (deel uit het rapport):

HMA EvS.Blog CCGFORUM 310718

Er is veel meer over te zeggen, maar nu beperk ik mij even tot de duidelijk te hoge koperconcentratie die in het haarmonster is gemeten.

Het betreft hier vrij (d.w.z. niet gebonden aan kopertransporteiwitten) koper dat wordt gedeponeerd in diverse weefsels in het lichaam, waaronder de hersenen. Teveel koper in de hersenen geeft een blokkade van de GABA receptoren. GABA staat voor Gamma-Aminoboterzuur en dit is de belangrijkste remmende neurotransmitter in ons centrale zeunwstelsel. Er is dus te weinig GABA-effect, te weinig ‘remming’ wat zich op alle mogelijke manieren kan uiten maar o.a. ook in angst-paniek klachten, hoge spierspanning, onvermogen om goed te ontspannen, slaapproblemen etc, Daarnaast geeft koper in de hersenen een oxidatie van Serotonine, een andere remmende neurotransmitter en als voorloper voor melatonine ook nauw bij de slaap betrokken. Hierdoor kan er geen juist serotonine activiteit zijn, met alle gevolgen van dien.

We hebben hier te m aken met een ‘blokkade’ die hoog in de fysiologische hiërarchie zit en die erg bepalend is voor het hele functioneren. Iedere behandeling die voorbij gaat aan dit gegeven zal uitlopen op een teleurstelling.

Deze casus illustreert ook weer hoe belangrijk het is om vanuit samenhang naar klachten te kijken en om te bliojven denken vanuit de interne hiërarchie van het organisme.


Een reactie plaatsen

Wat hebben gluten met overproductie van moedermelk te maken? (Een casus)

Een cliënte van CCG schreef het volgende:

Anderhalf jaar gelden heb ik een zoontje gekregen die ik borstvoeding gaf. Ik heb erg veel klachten van de borstvoeding gehad. Ik was vastbesloten door te gaan met de borstvoeding tot het zou verbeteren. Samen met het slaapgebrek ging het erg slecht met me en de overproductie bleef aanhouden waardoor ik zo’n 2x per maand een dreigende borstontsteking had en ziek was. Ik heb erg goede hulp gehad van lactatiekundigen om met de overproductie om te gaan maar niemand wist wat de oorzaak ervan was. Dit gaf me genoeg reden om hulp te zoeken om te kijken wat er nou mis ging in m´n lijf. Ik had goede ervaringen van bekenden gehoord die bij Wim (CCG) in behandeling waren dus ik had de hoop dat hij mij misschien kon helpen.

Op basis van mijn verhaal, de vragenlijsten van de intake, kwamen we ook op andere gezondheidsklachten waar ik jaren last van had. Wim gaf mij het advies om koemelk- en glutenvrij te eten. Binnen 2 weken had ik, na 8 maanden overproductie te hebben gehad, voor het eerst een goed afgestemde productie waardoor ik nog een poos klachtenvrij borstvoeding heb kunnen geven. Een bijkomend effect was dat mijn zoontje voor het eerst ineens vaste ontlasting kreeg. Na 8 maanden had hij nog steeds spuitluiers. Ik dacht eigenlijk dat dit kwam omdat hij nog steeds niet echt veel vast voedsel at, maar dat bleek niet de oorzaak.

De gedachtegang achter dit advies was de volgende: enige tijd voordat ik een intake had met cliënte had ik haar moeder op consult gehad. Bij haar had ik om nu niet nader te noemen redenen, een urine Exorfinen test voorgesteld. Daar kwam o.a. een forse gluten exorfinen belasting uit naar voren, 3 van de 4 gluten exorfinen werden in de urine aangetroffen, waarbij de concentratie Gluten Exorfinen B5 wel extreem hoog was. Deze exorfine kan een forse toename van Prolactine geven. Prolactine, de naam zegt het al, is een borstvoeding stimulerend hormoon. Om de forse doorlooptijd van de test (ca. 7 weken) te vermijden heb ik op basis van deze informatie de mogelijkheid geopperd dat de extreme zogvloed door een mogelijk Gluten Exorfinen B5 belasting zou kunnen komen. De resultaten spreken voor zich.


Een reactie plaatsen

Laat u niet misleiden!

Al vaker schreef ik op deze blog over de dubieuze marketing strategieën en het twijfelachtige nut van veel vaccinaties.

Voor wie zelf kritisch wil blijven nadenken en dan weloverwogen keuzes wil maken, adviseer ik de website van de Stichting Vaccinvrij!


Een reactie plaatsen

Samenhang

Mijn dierbare vriend en begaafd systeemdenker prof. G.G. Jàros (Australië) heeft het me midden negentiger jaren al op het hart gedrukt: als je pretendeert een systeem benadering van gezondheid en ziekte te hanteren dan moet je altijd op zoek naar samenhang. Samenhang tussen klachten en aandoeningen in het heden, maar ook in de loop van de tijd. Die samenhang is er altijd. Of we die samenhang zien, of laat ik zeggen, kunnen benaderen, dat is een tweede.

Social Cohesion Colloquium - Conference Logo Small & Cropped_0

Maar die benadering van de samenhang dient altijd centraal te staan in zowel de diagnose als de behandeling. Symptoombestrijding, zoals dat standaard in de reguliere medisch-farmaceutische benadering domineert, gaat hieraan voorbij.

Maagzuur klachten bijvoorbeeld, zullen in de reguliere praktijk als regel onderdrukt worden met een vorm van maarzuur-remming. Zonder dat er ook maar één moment aandacht is voor oorzaak en samenhang met andere klachten. Hoge bloeddruk is een ander voorbeeld. De constatering is doorgaans voldoende voor een arts een bloeddrukverlager, in welke vom dan ook, in te zetten. De hamvraag is natuurlijk waaróm de bloeddruk te hoog is en wat de samenhang is met andere klachten die de persoon heeft.

Mijn observatie is dat veel mensen geëmotioneerd raken als je de veronderstelde samenhang met hen deelt. Dat komt m.i. omdat we ten diepste allemaal wel weten dat die samenhang er ís en dat we om de klachten c.q. aandoeningen te kunnen begrijpen, op zoek moeten naar die samenhang.


2 reacties

Schildklier – I

Om te beginnen wil ik me even concentreren op twee problemen waardoor er wél problemen met de schildklierstofwisseling kunnen zijn (en dús allerlei klachten) terwijl ze toch niet worden opgemerkt door een arts die alleen TSH of eventueel FT4 in het bloed laat bepalen.

Het betreft:

  1. de omzetting van het pro-hormoon T4 in de biologisch actieve vorm T3.
  2. schildklierhormoon resistentie

 

De omzetting van het pro-hormoon T4 in de biologisch actieve vorm T3

De schildklier produceert hoofdzakelijk het hormoon L-Thyroxine, ook wel T4 genoemd. Dit betreft een relatief inactieve vorm van het schildklierhormoon, ook wel een pro-hormoon genoemd. Voordat T4 de stofwisseling effectief kan activeren moet het eerst omgezet worden in de biologisch actieve vorm T3. Deze omzetting gebeurt niet meer in de schildklier maar vindt plaats in de organen van het lichaam o.i.v. een enzym (iodothyronine 5’deiodinase). Doordat deze omzetting geen functie is van de schildklier zelf kun je bij een normale T4 productie met recht zeggen dat de schildklierfunctie goed is, maar tegelijkertijd is dat maar een deel van het verhaal. Vergelijkbaar met de opmerking dat de derde persoon aan de lopende band zijn/haar werk uitstekend doet. Dat zegt nog niets over wat erna komt.

Wanneer de T4/T3 conversie niet goed verloopt kunnen er, ook bij een normale schildklierfunctie, wel degelijk allerlei klachten zijn die passen bij een trage schildklierfunctie. De schildklierstofwisseling is dan vertraagd.

Er zijn veel factoren die de omzetting van T4 naar T3 remmen en daardoor komt dit probleem ook veel voor.

Veel voorkomende factoren zijn:

  • Het gebruik van bepaalde medicijnen (o.a. de anticonceptiepil, lithium, propranolol [bètablokker], dexamethason).
  • Tabaksrook
  • Chronische ziektes in het algemeen
  • Stress
  • Vasten of doorlopende calorie-restrictie (crash diëten)
  • Tekorten aan bepaalde nutriënten (met name jodium, selenium, zink, vitamine A, vitamine B6, vitamine B12)
  • Soja
  • Straling
  • Groeihormoon deficiëntie
  • Anti TPO antilichamen
  • Alfaliponzuur
  • Zware metalen belasting, inclusief kwik
  • Post-operatieve situatie
  • Fysieke trauma’s
  • Bij het ouder worden lijkt de omzetting ook te vertragen, maar dat zou ook heel goed met nutriënten deficiënties te maken kunnen hebben waar veel ouderen mee te maken hebben.
  • Onderactiviteit van de bijnieren

Op een aantal van deze factoren kom ik nog nader terug.

Schildklierhormoon resistentie

Zoals elders op deze blog al beschreven, werken hormonen bij de gratie van de aanhechting aan specifieke receptoren. Daarbij speelt ook de gevoeligheid van de receptor een cruciale rol.

Frappant genoeg is de enige receptor aandoening die breed geaccepteerd is in de geneeskunde Diabetes type 2, ook wel insulineresistentie genoemd. De receptoren voor het hormoon insuline zijn in zekere mate resistent, ongevoelig voor het lichaamseigen hormoon.

Echter, dit probleem is bepaald niet exclusief voor insuline. Overal waar hormoon-receptor interacties zijn (of ook: neurotransmitter-receptor interacties) kan een vorm van resistentie optreden.

Dr. Mark Starr heeft er met zijn boek “Hypothyroidism type 2 – the epidemic” naar analogie van Diabetes Type 2 terecht aandacht voor gevraagd. 

Type 1 Hypothyreoïdie is dan een aandoening waarbij de schildklier zelf te weinig hormoon produceert, terwijl er bij type 2 een resistentie is van de schildklierhormoon receptoren.

In beide gevallen is er een vergelijkbaar resultaat, een vertraging van de stofwisseling die zich uit in de typische symptomen van een te trage schildklier (hypothyreoïdie).

Dr. David Brownstein (VS) schrijft hierover het volgende (“Overcoming Thyroid Disorders): Schildklierhormoon resistentie kan voorkomen als gevolg van meerdere factoren, waaronder:

1. Genetisch bepaald afwijkingen van de hormoonreceptoren

2. Autoimmuun-, oxidatieve-, of toxische schade aan de schildklierhormoon receptoren

3. Competitieve binding van verontreinigende stoffen, voedseladditieven, etc. aan de schildklierhormoon receptoren.

En verder: “Ik heb gemerkt dat ontgifting erg behulpzaam is bij het overwinnen van een schildklierhormoon resistentie”.

– – wordt vervolgd – –


Een reactie plaatsen

Schildklier – wél of niet?

Het is al vaker op deze blog gemeld, de schildklier wordt regulier medisch slecht begrepen. Ik krijg aanhoudend veel vragen over dit thema en zal er daarom nogmaals aandacht aan besteden. Eerst een algemene bijdrage en de komende weken zal ik steeds nader ingaan op bepaalde onderdelen.

Maar wat is nou de kern van het probleem?

Het is eenvoudig te illustreren aan de hand van het beeld van een lopende band in een fabriek. De schildklier is onderdeel van een hele keten van processen die ik daarom maar even gemakshalve de ‘schildklier stofwisseling‘ noem.

 

Lopende band.2De hele stofwisseling begint met de aansturing in de hersenen en eindigt in de lichaamcellen. De schildklierfunctie is slechts één schakel in die keten, in het bovenstaande voorbeeld één dame uit de rij. Een kind begrijpt dat het eindproduct van de lopende band of esemblage lijn, nooit alleen beoordeeld kan worden aan de hand van het functioneren van dame nummer 3 in de rij. Het kan immers best zijn dat zij haar werk voorbeeldig doet, maar dat het in de rij ná haar op één of meerdere punten mis gaat. Dan is het eindproduct toch echt ondeugdelijk.

De arts laat in de regel alleen de TSH waarde bepalen en beoordeelt aan de hand van die ene waarde de totale schilklierstofwisseling. TSH (Thyroid Stimulerend Hormoon) is een hypofyse hormoon dat o.a. de schildklier moet aansporen tot actie, hoofdzakelijk de productie van het pro-hormoon T4. Dit laatste moet dan elders, en dat is geen activiteit van de schildklier als zodanig, omgezet worden in de biologisch actieve vorm T3, etc. Nog los van de juistheid van de referentiewaarden (= normaalwaarden) van TSH, en die zijn discutabel, begrijpt iedereen dat de TSH waarde nooit alleen een eindoordeel kan inhouden van het functioneren van de héle schilklier stofwisseling.

Een prachtig en onthutsend boek dat dit dilemma op treffende wijze verwoord is:

thyroidbookheader-2018

Voor wie het Engels niet machtig is: “Waarom heb ik nog steeds schildklier symptomen terwijl mijn labuitslagen normaal zijn?”.

Het probleem wat in deze titel verwoord wordt is zonder enige twijfel omvangrijk.

Gedurende de komende weken zal ik in volgende blogs dieper op deze materie ingaan. Specifieke vragen kunt u alvast kwijt via wim@ccgforum.com

 


2 reacties

Griep & Griepprik

De jaarlijkse griep epidemie is weer een feit, volgens de peilingen van het RIVM. Aanleiding om op deze plaats toch ook nog maar eens aandacht te vragen voor de griepprofylaxe, de jaarlijkse griepprik.

In het dagblad Trouw van 3 augustus jl. stond een lezenswaardig artikel van de hand van de huisarts Hans van der Linde, waarin hij een pleidooi hield voor de áfschaffing van de griepprik. Ja u leest het goed. Sterker nog, zelfs het NTVG, hét vakblad voor artsen heeft zich in die toon uitgesproken tégen de griepprik.

En ze zijn niet de eersten die schrijven over het volledige ontbreken van deugdelijk wetenschappelijk onderzoek dat de griepprik effectief is.

Jaren geleden deden de onderzoekers van de Cochrane Collaboration (een wetenschappelijk elite genootschap dat medische reviews schrijft) hetzelfde en ze spraken hun verbazing erover uit dat er zo’n tegenstelling is tussen de promotionele activiteiten van de overheidsinstanties enerzijds en het volledig ontbreken van bewijs over de effectiviteit anderzijds.

Een beetje weldenkende Nederlander gaat zich dan afvragen hoe het kan dat zonder enige terughoudendheid afgelopen herfst bij een groeiende groep mensen met een zogenaamd verhoogd risico, de uitnodigingen weer op de deurmat vielen. En dat terwijl we in de wereld niet echt als een volgzaam volkje te boek staan. Hoe kan het dat zo’n 2,5 miljoen mensen als makke schapen toch maar weer die prik laten zetten?

Het lijkt er op dat de verantwoordelijke lieden bij de overheid denken: niet teveel aandacht aan geven, de storm waait wel weer over. Ondertussen gewoon doorgaan alsof er niets aan de hand is.

Dit gebeuren illustreert een aantal zaken. Om te beginnen gaat het dus niet om waarheid maar om belangen. Terecht legt Hans van der Linde in zijn artikel de vinger bij de zere plek. Er gaat een miljardenomzet schuil achter dat jaarlijkse prikje.

Verder laat het zien, waar ik op deze plek al vaker aandacht voor heb gevraagd, en dat is hoe uiterst effectief angstwekkende begrippen als “risico”, “verhoogde sterfte kans” en dergelijke zijn in de campagnes van de overheid. Veel mensen geloven de sombere prognoses kritiekloos en laten vervolgens alle rationaliteit varen. Het meest bizarre is nog dat ze het niet bewezen risico van sterfte door griep inruilen voor een ander veel hoger en wel bewezen risico.

Een topwetenschapper die tot voor enkele jaren terug verbonden was aan de WHO (Wereld Gezondheidsorganisatie) heeft benadrukt hoe schadelijk het methylkwik in het griepvaccin is. Deze schadelijke stof wordt als conserveermiddel aan het vaccin toegevoegd. De man heeft d.m.v. wetenschappelijk onderzoek aangetoond dat door de jaarlijkse inspuiting met dit stofje de kans op het ontwikkelen van Alzheimer aanzienlijk toeneemt. De publicatie heeft hem wel zijn riante baan gekost, maar dat hoeft ons niet te verbazen. Klokkenluiders zijn nooit populair in eigen vakkringen.

En dat vanuit de oppermachtige industrieën alles in het werk gesteld wordt om de riante jaarlijkse dividend uitkeringen van de aandeelhouders tot nog verdere hoogtes op te stuwen hoeft ons  niet te verbazen. Dat een democratische gekozen overheid daarin mee beweegt, des te meer.

Eerder gepubliceerd in “Blik op Zeewolde”, febr. 2018

De bekende Nederlandse viroloog Ab Osterhaus wil leerkrachten aan de griepprik zo meldden de kranten afgelopen week. Zonder enkele terughoudendheid beweert deze man “De griepprik werkt, dat is aangetoond”. Heeft hij misschien dan toch belang bij deze lucratieve business?