Ccgforum's Weblog

Just another WordPress.com weblog


Een reactie plaatsen

Herstel is niet alléén afhankelijk van gedrag

De scheiding tussen lichaam en geest die methodisch tot uiting komt in de opbouw van de reguliere zorg in een ‘geestelijke gezondheidszorg’ en een meer technisch, lichamelijk gerichte medische zorg is een lastige en hardnekkige erfenis van het verleden. Dit leidt vaak en gemakkelijk tot een veel te eenzijdige benadering van klachten. Bij vermoeidheid en burnout is dat een veel voorkomend probleem. Als er lichamelijk klinisch geen relevante informatie te vinden is wordt de fysiologische kant (stofwisseling) gelijk maar helemaal buiten beschouwing gelaten. Bij burnout bijvoorbeeld, durf ik de stelling aan dat er áltijd (!) ook een fysiologische ontregeling is. Een ontregeling die doorgaans het “point of no return” gepasseerd is, wat betekent dat het lichaam niet ‘automatisch’ weer in de optimale toestand terug komt als je de omstandigheden maar even optimaliseert.

Een markant voorbeeld zag ik deze week in de praktijk. het betrof een jongedame met een al langer bestaand en hardnekkig slaapprobleem, hoge spierspanning en vermoeidheid.

Onderstaande grafiek toont een vergelijk tussen een meerdaagse (3 dagen) HRV meting van een half jaar geleden en recentelijk (gedurende 5 dagen). In die tussenliggende periode zijn er geen gerichte gedragsveranderingen geweest maar wel een behandeladvies dat gericht was op het herstel van de functie van diverse remmende neurotransmitters, waardoor zowel de hoeveelheid als de kwaliteit van het herstel en uiteraard, de slaap, zouden moeten verbeteren.

Herstel verbetering.CCGFORUM.030818

De herstel index gaat in die periode van 18% naar 48% terwijl we vanaf 60% de kwalificatie “goed” geven. Verder is de gemiddelde HRV (hartslagvariatie) gedurende de nacht van 32 ms (milliseconden)  opgeschoven naar 54 ms. De gemiddelde HRV in de nacht is een directe maat voor de kwaliteit van het herstel en meer in het bijzonder van het functioneren van de 10e hersenzenuw, de Nervus Vagus, de hoofdbundel van de Parasympaticus tak van het Autonome zenuwstelsel (zie figuur hieronder).

ANS

Het slapen is significant verbeterd en ook de energie is beduidend beter dan een half jaar geleden.

Het verbeteren van gedrag kan voor herstel een noodzakelijke voorwaarde zijn, maar het optimaliseren van de interne fysiologie niet minder. Dat illustreert deze casus op treffende wijze.


1 reactie

Koper belasting

220px-NatCopperVeel mensen hebben me de afgelopen dagen benaderd met de vraag hoe een koperbelasting ontstaat en wat er aan te doen is.

Constatering:

Laat ik beginnen met de kwestie van het vaststellen van een koperbelasting, want dat is niet zo eenvoudig als sommigen denken. Dr. Paul Eck, grondlegger van de Haarmineralen analyse van ARL (Phoenix Arizona, VS) is degene die écht grondig onderzoek heeft gedaan naar deze vraag. Er is een categorie mensen waarbij direct in een HMA uitslag te zien is dat er sprake is van een koperintoxicatie. Zoals in onderstaande grafiek overduidelijk het geval is. In zeker zin zijn dat de ‘gemakkelijke’ gevallen.

Koper intoxicatie CCGFORUM.020818

Het is echter één van de verdiensten van Paul Eck dat hij ook een reeks secundaire indicatoren in het haarmineralen profiel heeft kunnen vaststellen. Daarom is de HMA van ARL de enige haarmineralen analyse die een betrouwbaar beeld geeft van het bestaan van een koperonbalans.

Onderstaand een voorbeeld van een koperonbalans die alleen (door een deskundige) op basis van secundaire criteria vastgesteld kan worden.

Verborgen koperstapeling.CCGFORUM.020818

Oorzaken:

Vervolgens iets over het ontstaan van een koperonbalans.

  1. Congenitale koperonbalans. Wanner de moeder een koperonbalans heeft in de zwangerschap (en dat komt tegenwoordig nogal eens voor) dan heeft de baby dat ook en met de huidige voeding/leefstijl herstelt zich dit als regel niet spontaan.
  2. Tekort aan het mineraal zink. In veel opzichten zijn koper en zink antagonisten en zorgt een zink tekort voor koperstapeling. O.a. door de absurd hoge suikerconsumptie komt zink tekort veel voor.
  3. Vegetarische voeding als regel laag in zink en hoog in koper.
  4. Regelmatig eten van koperrijk voedsel: pure chocolade, sommige thee soorten, noten, avocado’s, gist, alle soja-producten, gedroogd fruit, paddestoelen, schelpdieren en orgaanvlees.
  5. Medisch farmacologische oorzaken: het koperspiraaltje, hormonale anticonceptiva (De Pil), steroïde hormoonpreparaten e.a.
  6. Supplementen. Veel multivitamine/mineraal preparaten bevatten teveel koper, zeker voor de grote groep mensen met een koper onbalans.
  7. Drinkwater, residuen van schimmeldodende middelen op voeding etc.

Wat is eraan te doen:

Dat is de minste gemakkelijk te beantwoorden vraag, omdat in onze visie (en die van ARL) ook suppletie maatwerk dient te zijn. Het totale plaatje bepaalt de best mogelijke aanpak.

 


Een reactie plaatsen

Haaranalyse als de ‘missing link’ in een diagnose

Een 36 jarige vrouw komt op consult met de volgende klachten: een gehaast gevoel en moeite om rust te vinden. Verder diverse lichamelijke verschijnselen als kapotte mondhoeken, vaginale jeuk/droogte, broze nagels, kouden handen en voeten, spanning in nek en schouders, en “burnout gerelateerde klachten als hoge ademhaling, concentratieproblemen en moeite om te gaan met complexe situaties.

Na de geboorte van haar zoon een moeilijke tijd gehad met klachten als paniek, slecht kunnen slapen en heel onrustig voelen.

Ze heeft dankzij een psychotherapie traject gelkeerd beter grenzen aan te geven maar desondanks lukt het niet goed om een soort basisrust te vinden, zoals ze het zelf beschrijft.

De meerdaagse Firstbeat HRV meting leverde een duidelijk negatieve energiebalans op (te weinbig herstel in verhouding tot de activieve modus met een opvallend patroon dat ik HRV termen een ‘Delayed nighttime recovery’ wordt genoemd; het herstel start niet bij of kort na het naar bed gaan.

HRV EvS.Blogbericht CCGFORUM.310718

Waneer er zoals hier, sprake is van een sympaticus dominantie, d.w.z. de actieve modus van het autonome zenuwstelsel staat onevenredig veel in de dominante stand en daardoor is er te weinig herstel, dan kan dat twee verschillende oorzaken hebben. In het ene geval is dat vooral gedrag gerelateerd. Veelal zie je dan bij een meerdaagse meting dat er sommige etmalen zijn die er qua balans heel goed uitzien terwijl andere etmalen een uitgesproken slecht beeld laten zien. Alcoholgebruik in de avond is bijvoorbeeld een bekende factor met zeer negatief effect op zowel de hoeveelheid als de kwaliteit van het herstel.

De andere situatie is die waarbij er weinig of geen directe relatie met lifestyle (gedrag) gelegd kan worden. Vaak vertoont de meerdaagse HRV meting hier ook een meer constant negatief beeld. In dit laatste geval is het effect van gedragsveranderingen doorgaans ook maar beperkt. Er is een (neuro)fysiologische reden waarom het herstel niet voldoende is.

De HMA (Haarmineralen analyse) leverde bij haar het volgende beeld op (deel uit het rapport):

HMA EvS.Blog CCGFORUM 310718

Er is veel meer over te zeggen, maar nu beperk ik mij even tot de duidelijk te hoge koperconcentratie die in het haarmonster is gemeten.

Het betreft hier vrij (d.w.z. niet gebonden aan kopertransporteiwitten) koper dat wordt gedeponeerd in diverse weefsels in het lichaam, waaronder de hersenen. Teveel koper in de hersenen geeft een blokkade van de GABA receptoren. GABA staat voor Gamma-Aminoboterzuur en dit is de belangrijkste remmende neurotransmitter in ons centrale zeunwstelsel. Er is dus te weinig GABA-effect, te weinig ‘remming’ wat zich op alle mogelijke manieren kan uiten maar o.a. ook in angst-paniek klachten, hoge spierspanning, onvermogen om goed te ontspannen, slaapproblemen etc, Daarnaast geeft koper in de hersenen een oxidatie van Serotonine, een andere remmende neurotransmitter en als voorloper voor melatonine ook nauw bij de slaap betrokken. Hierdoor kan er geen juist serotonine activiteit zijn, met alle gevolgen van dien.

We hebben hier te m aken met een ‘blokkade’ die hoog in de fysiologische hiërarchie zit en die erg bepalend is voor het hele functioneren. Iedere behandeling die voorbij gaat aan dit gegeven zal uitlopen op een teleurstelling.

Deze casus illustreert ook weer hoe belangrijk het is om vanuit samenhang naar klachten te kijken en om te bliojven denken vanuit de interne hiërarchie van het organisme.


Een reactie plaatsen

Wat hebben gluten met overproductie van moedermelk te maken? (Een casus)

Een cliënte van CCG schreef het volgende:

Anderhalf jaar gelden heb ik een zoontje gekregen die ik borstvoeding gaf. Ik heb erg veel klachten van de borstvoeding gehad. Ik was vastbesloten door te gaan met de borstvoeding tot het zou verbeteren. Samen met het slaapgebrek ging het erg slecht met me en de overproductie bleef aanhouden waardoor ik zo’n 2x per maand een dreigende borstontsteking had en ziek was. Ik heb erg goede hulp gehad van lactatiekundigen om met de overproductie om te gaan maar niemand wist wat de oorzaak ervan was. Dit gaf me genoeg reden om hulp te zoeken om te kijken wat er nou mis ging in m´n lijf. Ik had goede ervaringen van bekenden gehoord die bij Wim (CCG) in behandeling waren dus ik had de hoop dat hij mij misschien kon helpen.

Op basis van mijn verhaal, de vragenlijsten van de intake, kwamen we ook op andere gezondheidsklachten waar ik jaren last van had. Wim gaf mij het advies om koemelk- en glutenvrij te eten. Binnen 2 weken had ik, na 8 maanden overproductie te hebben gehad, voor het eerst een goed afgestemde productie waardoor ik nog een poos klachtenvrij borstvoeding heb kunnen geven. Een bijkomend effect was dat mijn zoontje voor het eerst ineens vaste ontlasting kreeg. Na 8 maanden had hij nog steeds spuitluiers. Ik dacht eigenlijk dat dit kwam omdat hij nog steeds niet echt veel vast voedsel at, maar dat bleek niet de oorzaak.

De gedachtegang achter dit advies was de volgende: enige tijd voordat ik een intake had met cliënte had ik haar moeder op consult gehad. Bij haar had ik om nu niet nader te noemen redenen, een urine Exorfinen test voorgesteld. Daar kwam o.a. een forse gluten exorfinen belasting uit naar voren, 3 van de 4 gluten exorfinen werden in de urine aangetroffen, waarbij de concentratie Gluten Exorfinen B5 wel extreem hoog was. Deze exorfine kan een forse toename van Prolactine geven. Prolactine, de naam zegt het al, is een borstvoeding stimulerend hormoon. Om de forse doorlooptijd van de test (ca. 7 weken) te vermijden heb ik op basis van deze informatie de mogelijkheid geopperd dat de extreme zogvloed door een mogelijk Gluten Exorfinen B5 belasting zou kunnen komen. De resultaten spreken voor zich.


Een reactie plaatsen

Laat u niet misleiden!

Al vaker schreef ik op deze blog over de dubieuze marketing strategieën en het twijfelachtige nut van veel vaccinaties.

Voor wie zelf kritisch wil blijven nadenken en dan weloverwogen keuzes wil maken, adviseer ik de website van de Stichting Vaccinvrij!


Een reactie plaatsen

Samenhang

Mijn dierbare vriend en begaafd systeemdenker prof. G.G. Jàros (Australië) heeft het me midden negentiger jaren al op het hart gedrukt: als je pretendeert een systeem benadering van gezondheid en ziekte te hanteren dan moet je altijd op zoek naar samenhang. Samenhang tussen klachten en aandoeningen in het heden, maar ook in de loop van de tijd. Die samenhang is er altijd. Of we die samenhang zien, of laat ik zeggen, kunnen benaderen, dat is een tweede.

Social Cohesion Colloquium - Conference Logo Small & Cropped_0

Maar die benadering van de samenhang dient altijd centraal te staan in zowel de diagnose als de behandeling. Symptoombestrijding, zoals dat standaard in de reguliere medisch-farmaceutische benadering domineert, gaat hieraan voorbij.

Maagzuur klachten bijvoorbeeld, zullen in de reguliere praktijk als regel onderdrukt worden met een vorm van maarzuur-remming. Zonder dat er ook maar één moment aandacht is voor oorzaak en samenhang met andere klachten. Hoge bloeddruk is een ander voorbeeld. De constatering is doorgaans voldoende voor een arts een bloeddrukverlager, in welke vom dan ook, in te zetten. De hamvraag is natuurlijk waaróm de bloeddruk te hoog is en wat de samenhang is met andere klachten die de persoon heeft.

Mijn observatie is dat veel mensen geëmotioneerd raken als je de veronderstelde samenhang met hen deelt. Dat komt m.i. omdat we ten diepste allemaal wel weten dat die samenhang er ís en dat we om de klachten c.q. aandoeningen te kunnen begrijpen, op zoek moeten naar die samenhang.


2 reacties

Schildklier – I

Om te beginnen wil ik me even concentreren op twee problemen waardoor er wél problemen met de schildklierstofwisseling kunnen zijn (en dús allerlei klachten) terwijl ze toch niet worden opgemerkt door een arts die alleen TSH of eventueel FT4 in het bloed laat bepalen.

Het betreft:

  1. de omzetting van het pro-hormoon T4 in de biologisch actieve vorm T3.
  2. schildklierhormoon resistentie

 

De omzetting van het pro-hormoon T4 in de biologisch actieve vorm T3

De schildklier produceert hoofdzakelijk het hormoon L-Thyroxine, ook wel T4 genoemd. Dit betreft een relatief inactieve vorm van het schildklierhormoon, ook wel een pro-hormoon genoemd. Voordat T4 de stofwisseling effectief kan activeren moet het eerst omgezet worden in de biologisch actieve vorm T3. Deze omzetting gebeurt niet meer in de schildklier maar vindt plaats in de organen van het lichaam o.i.v. een enzym (iodothyronine 5’deiodinase). Doordat deze omzetting geen functie is van de schildklier zelf kun je bij een normale T4 productie met recht zeggen dat de schildklierfunctie goed is, maar tegelijkertijd is dat maar een deel van het verhaal. Vergelijkbaar met de opmerking dat de derde persoon aan de lopende band zijn/haar werk uitstekend doet. Dat zegt nog niets over wat erna komt.

Wanneer de T4/T3 conversie niet goed verloopt kunnen er, ook bij een normale schildklierfunctie, wel degelijk allerlei klachten zijn die passen bij een trage schildklierfunctie. De schildklierstofwisseling is dan vertraagd.

Er zijn veel factoren die de omzetting van T4 naar T3 remmen en daardoor komt dit probleem ook veel voor.

Veel voorkomende factoren zijn:

  • Het gebruik van bepaalde medicijnen (o.a. de anticonceptiepil, lithium, propranolol [bètablokker], dexamethason).
  • Tabaksrook
  • Chronische ziektes in het algemeen
  • Stress
  • Vasten of doorlopende calorie-restrictie (crash diëten)
  • Tekorten aan bepaalde nutriënten (met name jodium, selenium, zink, vitamine A, vitamine B6, vitamine B12)
  • Soja
  • Straling
  • Groeihormoon deficiëntie
  • Anti TPO antilichamen
  • Alfaliponzuur
  • Zware metalen belasting, inclusief kwik
  • Post-operatieve situatie
  • Fysieke trauma’s
  • Bij het ouder worden lijkt de omzetting ook te vertragen, maar dat zou ook heel goed met nutriënten deficiënties te maken kunnen hebben waar veel ouderen mee te maken hebben.
  • Onderactiviteit van de bijnieren

Op een aantal van deze factoren kom ik nog nader terug.

Schildklierhormoon resistentie

Zoals elders op deze blog al beschreven, werken hormonen bij de gratie van de aanhechting aan specifieke receptoren. Daarbij speelt ook de gevoeligheid van de receptor een cruciale rol.

Frappant genoeg is de enige receptor aandoening die breed geaccepteerd is in de geneeskunde Diabetes type 2, ook wel insulineresistentie genoemd. De receptoren voor het hormoon insuline zijn in zekere mate resistent, ongevoelig voor het lichaamseigen hormoon.

Echter, dit probleem is bepaald niet exclusief voor insuline. Overal waar hormoon-receptor interacties zijn (of ook: neurotransmitter-receptor interacties) kan een vorm van resistentie optreden.

Dr. Mark Starr heeft er met zijn boek “Hypothyroidism type 2 – the epidemic” naar analogie van Diabetes Type 2 terecht aandacht voor gevraagd. 

Type 1 Hypothyreoïdie is dan een aandoening waarbij de schildklier zelf te weinig hormoon produceert, terwijl er bij type 2 een resistentie is van de schildklierhormoon receptoren.

In beide gevallen is er een vergelijkbaar resultaat, een vertraging van de stofwisseling die zich uit in de typische symptomen van een te trage schildklier (hypothyreoïdie).

Dr. David Brownstein (VS) schrijft hierover het volgende (“Overcoming Thyroid Disorders): Schildklierhormoon resistentie kan voorkomen als gevolg van meerdere factoren, waaronder:

1. Genetisch bepaald afwijkingen van de hormoonreceptoren

2. Autoimmuun-, oxidatieve-, of toxische schade aan de schildklierhormoon receptoren

3. Competitieve binding van verontreinigende stoffen, voedseladditieven, etc. aan de schildklierhormoon receptoren.

En verder: “Ik heb gemerkt dat ontgifting erg behulpzaam is bij het overwinnen van een schildklierhormoon resistentie”.

– – wordt vervolgd – –