Ccgforum's Weblog

Just another WordPress.com weblog


Een reactie plaatsen

Evidence based medicine

Het laatste nummer van Medisch Dossier, journalistiek gezien een must voor iedereen die belang hecht aan eerlijke informatie over het complexe veld van de geneeskunde, opent met een onthullend hoofdartikel over de claim ‘Evidence Based Medicine’. De reguliere geneeskunde schermt tegenwoordig met deze term om haar dominante positie te rechtvaardigen en kennis en werkwijze binnen het veld van de complementaire geneeskunde te diskwalificeren. ‘Evidence Based’ betekent dan dat het geneeskundige handelingen betreffen die gebaseerd zijn op betrouwbaar wetenschappelijk onderzoek.

Het gerenommeerde wetenschappelijke tijdschrift British Medical Journal (BMJ) geeft jaarlijks de actuele stand van zaken weer in een Clinical Evidence Handbook. Dit betrouwbare standaardwerk laat een schokkende werkelijkheid zien. Wanneer we er van uitgaan dat alle wetenschappelijke studie zorgvuldig en eerlijk zijn uitgevoerd kan nog maar 12% van de handelingen en medicijnen binnen de reguliere geneeskunde bogen op een Evidence Based grondslag. De aanname van zuiver wetenschappelijk onderzoek is daarbij overigens niet juist, want er blijkt een verontrustend groot aantal publicaties gebaseerd te zijn op frauduleuze praktijken. Wanneer we schattingen daarover verdisconteren in de cijfers dan komen we niet verder dan een slordige 3% die met goede wetenschappelijke gronden ‘Evidence Based’ kunnen noemen. Als zo’n geneeskundig systeem de complementaire geneeskunde mét dit criterium de maat wil nemen dan trekt ze beslist een veel te grote broek aan. Bescheidenheid siert de mens, geldt ook voor medici.


2 reacties

Verhoogt het gebruik van Betacaroteen de kans op kanker bij rokers?

Het eerder genoemde artikel in de Volkskrant over de Nature studie inzake Anti-oxidanten en kanker maakt weer eens gebruik van de inmiddels bekende en veel besproken Finlandstudie over de relatie tussen inname van Bètacaroteen (bekende oranje/rode kleurstof uit o.a. wortels en fruit) en het voorkomen van longkanker bij rokers. Je wordt er zo langzamerhand wel eens flauw van zo vaak als deze studie weer opduikt.

Hoe zit het nu eigenlijk met deze studie:

De resultaten van de studie toonden aan dat rokers die bètacaroteen innamen een 18% hogere kans hadden op het ontwikkelen van longkanker. Hoewel er minder gevallen van prostaatkanker werd gediagnosticeerd onder degenen die vitamine E kregen toegediend dan degenen die dat niet deden, werd dit punt niet naar voren gebracht, maar dat terzijde.

Wat waren de tekortkomingen in de studie? Het waren er veel.

  • In de studie wordt alleen gebruik gemaakt van 1/8 tot 1/40 van de dosering van vitamine E waarvan door meer dan 20 eerdere studies was aangetoond dat het leidde tot een verlaging van het risico op longkanker bij rokers.
  • Er werd slechts 1/10 van de dosering van bètacaroteen gebruikt zoals aanbevolen door andere deskundigen voor de preventie van longkanker bij rokers.
  • De doelgroep waren mensen uit Finland, ondanks het feit dat zowel de British Medical Journal als de American Journal of Clinical Nutrition aangeven dat  Finland een van de slechtste landen ter wereld is voor de uitvoering van kanker/voeding studies omdat:
    • (1) Finnen hebben een van ’s werelds hoogste consumptie van alcohol door rokers en alcohol interfereert met het verbruik van zowel vitamine E als bètacaroteen in het lichaam, én
    • (2) Finland heeft een extreem laag niveau van het essentiële mineraal selenium in de bodem, en selenium werkt samen met vitamine E in de rol van kankerpreventie.

Een recente, veel minder bekendheid studie, uitgevoerd in China i.s.m. het National Cancer Institute, maakte gebruik van 50 microgram selenium, samen met 30 mg vitamine E en 15 mg van bètacaroteen. Dit onderzoek betrof 30.000 mensen van 40 jaar en ouder, die ofwel gezond waren of leden onder ‘premaligne oesofagale dysplasie’ [veranderingen van de wand van de slokdarm die voorafgaan aan het ontstaan van kwaadaardige kankerprocessen in die regio]. Degenen die de combinatie van deze drie voedingsstoffen kregen, hadden een significant lager risico op sterven aan kanker en andere ziekten.

  • Andere punten van kritiek van de studie zijn ook het feit dat de studie begon onmiddellijk na de kernramp van Tsjernobyl, die zich in 1986 voltrok, en Finland was een van de eerste gebieden die te lijden had onder de zware neerslag van radioactief materiaal. Deze variabele verhoogt risico op kanker en dat maakt het werk van deze lage niveaus van antioxidanten moeilijker.
  • De vorm van vitamine E die werd gebruikt is de minder krachtige synthetische dl-alfa-tocoferol in plaats van de fysiologische vorm d-alfa-tocoferol.
  • En alle gebruikte supplementen werden gekleurd met quiniline geel, een stof met bekende kankerverwekkende eigenschappen.

De auteurs zelf zijn zo zorgvuldig geweest om erop te wijzen dat er geen andere studies zijn die ooit hebben aangetoond dat er eventuele schade kan ontstaan door het gebruik van bètacaroteen, terwijl veel studies juist gunstige effecten hebben aangetoond. Daarnaast zijn er geen bekende mechanismen voor de toxische effecten van bètacaroteen. Hun algemeen samenvattende conclusie was: “Ondanks de formele statistische significantie, kan deze bevinding heel goed te wijten zijn aan toeval.”

Waarom worden deze feiten nooit genoemd door de journalisten die maar al te gretig de studie van stal halen in hun nimmer aflatende strijd tegen gezonde voeding en voedingsupplementen. Ook hier geldt de oude uitspraak: “Alleen de reinen van hart mogen statistiek bedrijven”. Journalisten zouden moeten stoppen met het citeren van publicaties terwijl ze niet gehinderd worden door enige kennis van zaken.


Een reactie plaatsen

Wetenschappelijk of niet-wetenschappelijk?

Het is erg gebruikelijk om in de discussie tussen reguliere en niet-reguliere, zeg maar ‘complementaire’, geneeskunde te schermen met de veronderstelling als zou de reguliere geneeskunde synoniem zijn met de wetenschappelijke geneeskunde en de complementaire geneeskunde met de niet-wetenschappelijke geneeskunde. Uiteraard zijn het met name de voorstanders van de gevestigde medische orde die deze tegenstelling graag in de strijd gooien. Er is zelfs een niet nader te noemen maar alom bekende vereniging die haar bestaansrecht aan deze tegenstelling ontleent en hierin een rechtvaardiging vindt om een fundamentalistisch aandoende kruistocht tegen alles wat niet regulier is te voeren.

Hoe juist is deze tegenstelling? In z’n algemeenheid gesproken is deze tegenstelling onjuist. De belangen zijn evident. Het is als de grote kerel die in de kerk tijdens de dienst een harde scheet (vergeef me de uitdrukking) laat en direct verontwaardigd omkijkt naar het kleine jochie dat achter hem zit, die vervolgens een hoog rode kleur krijgt vanwege de gecreëerde insinuatie en z’n onvermogen om de werkelijkheid te benadrukken. De collectieve indruk van de andere gelovigen laat zich raden en de man in kwestie kan tevreden zijn onbeschadigde reputatie in de gemeenschap blijven innemen. Het jochie is geschokt.

Er is heel veel, ik benadruk, heel veel wetenschappelijk materiaal voor handen ter onderbouwing van complementaire behandelingen. Er ontbreekt ook nog heel veel. Net zo als in de reguliere geneeskunde, het is daar niet anders. Een tijdschrift dat dit gegeven als vertrekpunt neemt en dat alleen daarom al het lezen meer dan waard is, is het door de internationaal bekende Engelse journaliste Lynne McTaggert in het leven geroepen “Medisch Dossier” (Nederlandse versie) dat wordt uitgegeven bij Uitgeverij Ode. Het is een Nederlandse vertaling van het Britse maandblad “What Doctors Don’t Tell You” (“Wat artsen je niet vertellen”), naar het gelijknamige boek dat Lynne een aantal jaren geleden heeft geschreven. Een reden om een abonnement op dit blad te nemen zou alleen al het artikel in het februari nummer van dit jaar moeten zijn onder de titel: “Risico’s van het baarmoederhalskanker vaccin”. Onthutsend en verhelderend tegelijkertijd. Niet gebaseerd op vooronderstellingen en theorieën maar op feiten. Lees het zelf, zou ik zeggen. Zéker wanneer u jonge dochters hebt en de intentie hebt om ze bloot te stellen aan deze risicovolle sponsoring van de Pharmaceutische industrie. Als u dan per se wilt sponsoren, stort het bedrag dan direct op hun rekening maar waag daar niet de gezondheid van uw dochter(s) aan.