Ccgforum's Weblog

Just another WordPress.com weblog


2 reacties

“Teveel vitamine B6 kan leiden tot neurologische klachten” aldus RADAR

Een gelijkwaardige titel zou kunnen zijn: “Hoe slechte journalistiek kan leiden tot onrust onder de bevolking”. Want slechte journalistiek dát was het, wat RADAR op 5 september de ether in zond. De conclusies van het onderzoek raakten kant nog wal, ondanks het opvoeren van de gelijknamige oud-politica Agnes Kant.

Als twee verschijnselen min of meer gelijktijdig optreden wil dat nog niet zeggen dat er een directe causale (=oorzakelijke) relatie tussen die verschijnselen is. Dat strijd met alle regels van de logica. Als een groep mensen die last van neuropathie hebben ook vitamine B6 slikken en een deel van die mensen hebben ook nog eens een te hoge B6 waarde in het bloed dan zou je zeker kunnen vermoeden dat er een bepaalde relatie is. Maar daarmee weet je het nog niet zeker én er is nog geen enkele grond om te stellen dat er een simpele oorzakelijke relatie is.

Laat ik het illustreren aan de hand van een eenvoudig voorbeeld:

In een grote plaats is een centrum voor fysiotherapie waar ze de mening zijn toegedaan dat mensen met klachten aan het bewegingsapparaat er goed aan doen om naast de behandeling wekelijks bouillon te eten die vers getrokken is van botten. Het gevolg is dat de slagerij zich mag verheugen in een dagelijkse toestroom van mensen die om botten voor de bouillon komen. Een plaatselijke journalist zit op een middag op het terras van een er tegenover gelegen café. Na verloop van tijd valt het hem op dat er wel erg veel mensen de slagerij bezoeken die slecht ter been zijn. Zeker als hij dat vergelijkt met de bezoekers van de daar naast gelegen kruidenier. Hij besluit een artikel te publiceren over de schadelijke gevolgen van vleesconsumptie voor het bewegingsapparaat van mensen.

Onderzoek heeft uitgewezen dat de klachten waar RADAR aan refereert eerder komen door een tekort aan Vitamine B12 dan aan een teveel aan B6.

Ook in mijn eigen praktijk heb ik dit herhaalde malen kunnen bevestigen. Mensen met neuropathie klachten en een te hoge B6 waarde in het bloed reageren uitstekend op de inname van goed opneembare Vitamine B12. De neuropathie verdwijnt en de B6 bloedwaarden dalen óók als mensen gewoon doorgaan met de gelijktijdige inname van hun Vitamine B6.


2 reacties

Schildklier: meest onderzocht en minst begrepen (4)

Zoals ik in blog 2 al heb aangegeven is de schildklier ‘slechts’ een schakel in een keten van processen. Wanneer de schildklier strikts genomen goed functioneert, wil dat bepaalt nog niet zeggen dat daarmee het eindresultaat van de hele schildklierstofwisseling goed is.

De schildklier produceert voornamelijk T4 (L-Thyroxine). T4 is echter een relatief inactief hormoon en het dient nog omgezet te worden in de biologisch actieve vorm T3. Deze omzetting vindt plaats in de organen van het lichaam zoals de nieren, lever, hersenen etc. door een enzym dat ‘iodothyronine 5’deiodinase’ heet. Hoewel T4 ook wel enige activiteit bezit is met name T3 verantwoordelijk voor de effecten die het schildklierhormoon op de stofwisseling hebben.

De omzetting van T4 naar T3 is dus een erg belangrijke schakel in de keten. Een normale T4 productie en een geringe omzetting naar T3 levert evengoed een klachtenbeeld op van een te trage schildklierfunctie (hypothyreoïdie). Focus op alleen de TSH en T4 bloedwaarden leidt dan tot de verkeerde conclusies.

Er zijn tal van factoren die de omzetting van T4 naar T3 kunnen verstoren:

  • Antilichamen TPO (auto-immuun schildklierziekte)
  • Alpha-liponzuur (supplement)
  • Chronische ziekten
  • Tabaksrook
  • Medicijnen (o.a. anticonceptie Pil, beta-blockers, synthetische oestrogenen, lithium, chemotherapeutica, etc).
  • Straling
  • Vasten
  • Tekort aan groeihormoon
  • Zware metalen belasting (o.a. kwikbelasting)
  • Hemochromatosis (ziekte)
  • Hoge stressdruk
  • Zwakte van de bijnierfunctie (Bijnieruitputting)
  • Ondervoeding
  • Tekorten aan nutriënten (o.a. selenium, zink, vitamine A, B6 en B12)
  • Ouderdom
  • Lichamelijke trauma’s
  • Postoperatieve stress
  • Soja


2 reacties

Gevolgen van Pil-gebruik onderschat

In 2011 gebruikte volgens berekeningen van het CBS bijna 38% van de vrouwen tussen de 16 en de 50 jaar de anticonceptiepil. Dat zijn verontrustende cijfers omdat de schadelijke effecten van Pil-gebruik massaal onderschat worden, zowel door artsen/apothekers als door de gebruiksters zelf.

  1. Het vrouwelijk hormonale functioneren maakt deel uit van het omvangrijke en belangrijke regelsysteem dat we aanduiden als het Neuro-hormonale systeem. Dit systeem dient u als een complex netwerk te beschouwen waarbij de onderlinge samenhang en invloed van de afzonderlijke componenten van het regelsysteem op de rest van het systeem groot is. Het is derhalve onjuist om te denken dat je één van de componenten van dit regelsysteem kunstmatig buitenspel kunt zetten zonder dat dit de rest van het regelsysteem beïnvloed.
  2. Verder wordt er geen rekening gehouden met het gegeven dat het gebruik van de anticonceptiepil roofbouw pleegt op verschillende nutriënten van het lichaam, te weten: Foliumzuur, Magnesium, Tyrosine, Vitamine B2, B3, B6, B12, Vitamine C en zink. Dit betekent dat door het gebruik van de Pil een tekort aan deze voedingsstoffen ontstaat, wat op den duur weer leidt tot gezondheidsklachten. en ziekten


7 reacties

De onbekende schaduwzijde van ‘De Pil’

Volgens het CBS is er een duidelijke afname van het aantal vrouwen dat de anticonceptiepil gebruikt. Bijna 7 van de 10 vrouwen tussen 18 en 45 jaar gebruikten in 2008 een voorbehoedmiddel. Van de vrouwen in deze leeftijdscategorie slikte 40 procent de pil. In 1998 was dat nog bijna 50 procent. Op zich is dat goed nieuws, want slechts weinigen realiseren zich dat de pil een allesbehalve onschuldig goedje is. Het voorschrijfgedrag van huisartsen doet overigens anders vermoeden. Hoeveel jonge tienermeisjes krijgen niet zonder blikken of blozen de pil voorgeschreven. Is het niet vanwege de anticonceptie, dan wel vanwege acné of menstruatieklachten.

Afgezien van de onnatuurlijke en ingrijpende consequenties die pilgebruik heeft op de hormale balans van de meisjes en vrouwen, is er een ander nadeel dat doorgaans niet of nauwelijks wordt gecommuniceerd. Om dat te begrijpen is het van belang om iets meer te weten over ‘bijwerkingen’ van reguliere geneesmiddelen.

Er zijn feitelijk twee soorten bijwerkingen. De ene soort staat doorgaans goed beschreven in de bijsluiter. Het zijn effecten die als regel kort na het begin van het gebruik van het geneesmiddel optreden. Daardoor wordt de link meestal vrij snel gelegd, is het niet door de gebruiker zelf, dan wel door de huisarts. Juist daarom is dit de minst gevaarlijke groep van bijwerkingen. Er is een andere groep bijwerkingen die we ook wel aanduiden als ‘depletie effecten’. Depletie effecten zijn tekorten van bepaalde nutriënten (voedingsstoffen) die in het lichaam tal van belangrijke functies vervullen. Doordat reguliere geneesmiddelen meestal zijn samengesteld uit onnatuurlijke stoffen (die in de vrije natuur niet voorkomen), want alleen díe zijn namelijk te patenteren, hebben ze ook een onnatuurlijk effect op het lichaam. Dit onnatuurlijk effect kost het lichaam wat, en soms veel. Het betekent een verstoring van een natuurlijk evenwicht en dit kan er toe leiden dat allerlei stoffen in een ‘tekort’ belanden. Het betekent dat de natuurlijke processen die van deze stoffen afhankelijk zijn steeds meer in de problemen komen. Hierdoor kunnen allerlei andere kwalen en klachten ontstaan. Echter, doorgaans ontstaan die tekorten niet van de één op andere dag, het kan soms wel een paar jaar duren voordat de tekorten dusdanig zijn opgelopen dat er klachten of zelfs ziekten door ontstaan. Het is niet waarschijnlijk dat na zoveel tijd het verband nog wordt gelegd met een geneesmiddel dat al enkele jaren, schijnbaar zonder problemen, wordt gebruikt.

Hoewel je niet kunt spreken van ‘De Pil’ want er is onder die noemer tegenwoordig een heel scala aan verschillende medicijnen op de markt, zijn er wel sterk overeenkomstige depletie effecten van deze groep geneesmiddelen.

De belangrijkste depletie effecten zijn:

  • Foliumzuur
  • Magnesium
  • Tyrosine
  • Vitamine B2
  • Vitamine B3
  • Vitamine B6
  • Vitamine B12
  • Vitamine C
  • Zink

Er is over elk van deze stoffen veel te schrijven, want het betreffen allemaal voor de gezondheid essentiële nutriënten.

Voor dit moment wil ik ‘zink’ er even uitlichten. Zink is één van de zeer belangrijke sporenelementen, betrokken bij een groot aantal processen. Zie elders op de weblog. Zink is een antagonist van koper. Dat betekent dat zink nodig is om koper onder controle te houden. Wanneer er teveel koper is kan dit door de inname van extra zink worden uitgescheiden. En omgekeerd wanneer de zink inname te laag is en de koper inname te hoog dan gaat dit ten koste van de functie die zink heeft in het lichaam.

De zink-koper balans is van uitzonderlijk groot belang voor de gezondheid. Wanneer er te hoge koperspiegels zijn kan dat leiden tot kanker, schizofrenie, (manische) depressie, extreme angsten, paranoia, hallucinaties, epilepsie e.a. De zink inname in Nederland is al niet hoog maar het verbruik daarentegen wel. Vanwege de enorme suikerconsumptie alleen al is het zinkverbruik bij de westerse mens enorm gestegen. Daarnaast krijgen mensen veel te veel koper binnen o.a. via het drinkwater, aangezien we in alle woningen tegenwoordig gebruik maken van koperen leidingen voor het drinkwater. Ook vitamine C tekort en vitamine B3 tekort geven een verdere toename van de koper concentratie in het lichaam. Het is een goed gedocumenteerd feit dat vrouwen die de pil gebruiken te hoge koperspiegels hebben. Deels door de depletie van vitamine C, vitamine B3 en zink, deels doordat ceruloplasmine, een koperbevattend eiwit, sneller wordt geproduceerd o.i.v. de vrouwelijke oestrogenen.

Vanuit het oogpunt van gezondheidsbevordering en ziektepreventie zal het u niet verbazen, dat we tegen de achtegrond van het voorgaande, een afname van pilgebruik onder Nederlandse vrouwen van harte toejuichen.

Het risico dat de gevolgen van pil gebruik leiden tot ongewenste kinderloosheid, is zeer reëel. In die gevallen zal de gynaecoloog geen oorzaak voor de uitblijvende kinderwens kunnen vinden, maar op fysiologisch vlak is die oorzaak er wel.