Ccgforum's Weblog

Just another WordPress.com weblog


4 reacties

Oxytocine, weeënopwekkers & herstel

De gevolgen van het gebruik van weeënopwekkers op de gevoeligheid voor de eigen oxytocine is uitvoerig elders op deze blog beschreven. Daarnaast blijkt een onbekend deel van de mensen met een hechtingsstoornis vanwege stress in de zeer vroege levensfase een verlaagde oxytocine gevoeligheid te hebben. Naar schatting zou 1 op de 3 mensen in ons land daar last van hebben. Alles met elkaar is het reëel om te veronderstellen dat een groot aantal mensen in ons land een verlaagde gevoeligheid voor oxytocine hebben.

De manier waarop zich dat uit is zeer divers en lang niet altijd gemakkelijk te herkennen.

Oxytocine is samen met Vasopressine op hersenniveau o.a. verantwoordelijk voor de aansturing van de Nervus Vagus. Deze zenuwbundel is een zeer belangrijke component van het parasympatische (PS) deel van het autonome zenuwstelsel ( ANS balans.pages ). De PS stuurt processen aan die te maken hebben met herstel, regeneratie, slaap (als het goed is onze belangrijkste regeneratie periode), uitscheidingen etc. Een verlaagde Oxytocine gevoeligheid vanaf de vroege kindertijd kan zich manifesteren in een blijvend slechte functie van de N. Vagus en daarmee een blijvend tekort op de balans aan de zijde van herstel.

Dit betekent concreet dat iemand versnelt inteert op de lichamelijke reserves. De grote vraag is dan vervolgens hoe toereikend die reserves zijn. Sommige mensen houden dat heel lang vol anderen veel minder. Maar vroeg of laat geeft dit problemen. Plat gezegd leidt het tot een versnelde biologische veroudering waardoor ook de ongemakken van het ouder worden jaren eerder, en soms vele jaren eerder, zullen optreden, inclusief het risico op chronisch degeneratieve ziekten.

Ageing

Mensen met een slechte N. vagus functie en dus met een slecht herstel hebben als regel een lage gemiddelde hartslag variatie (HRV) in de nacht. Middels een HRV meting is dat inzichtelijk te krijgen. Hieronder een voorbeeld van een persoon met een bijzonder lage gemiddelde HRV (RMSSD) in de nacht (periode met blauwe lijn eronder).

N. Vagus 1

Ter vergelijk hier een profiel van iemand met een uitstekend herstel in de nacht:

RMMSD hoog

De 72uurs (of langer) HRV meting geeft een gedetailleerd beeld van het functioneren van het Autonome Zenuwstelsel gedurende de hele meetperiode, tijdens het leven van alle dag (werken, vrije tijd en nachtrust).

bbf633_d0c4eb35b8b04b07a77af68e574debc5mv2-jpg_srz_694_268_85_22_0-50_1-20_0-00_jpg_srz

Een paar belangrijke statements op basis van voornoemd onderzoek:

  1. Slapen en herstellen zijn helaas geen synoniemen. Mensen kunnen aangeven voor hun besef prima geslapen te hebben terwijl het herstel toch onvoldoende of misschien zelfs slecht is.
  2. Mensen met een slecht herstel gedurende de slaap zijn niet per definitie vermoeid. Denk maar aan de al eerder gebruikte metafoor van de zalm (https://ccgforum.com/category/stressvolle-beroepen/) lange tijd kunnen mensen die in een zgn. sympaticus dominante toestand verkeren heel veel doen zonder dat ze geconfronteerd worden met de gevolgen van een slecht herstel. De metafoor van de zalm bewijst dat ‘prestatieniveau’ en ‘energie-beleving’ geen betrouwbare graadmeters zijn voor vitaliteit en gezondheid.
  3. Wanneer mensen een slecht herstel gedurende de slaap hebben waarbij dat níet terug te voeren is op het gedrag ’s avonds (of overdag) is er per definitie een storing in de functie van het centrale zenuwstelsel waardoor het lichaam niet reageert conform het gedrag. Als een auto waarvan de chauffeur zich wellicht correct gedraagt in het verkeer alleen reageert de auto niet conform dat gedrag, er is bijvoorbeeld een slecht functionerende rem.
  4. Het gevoel hebben ‘goed te kunnen ontspannen’ komt lang niet altijd overeen met de werkelijkheid. Een belangrijke groep mensen herstelt overdag niet, zelfs niet wanneer ze daarvoor wel het juiste gedrag vertonen (pauzeren, een middagslaapje, zelfs yoga of meditatie).

Voor meer informatie: wim@ccgforum.com

 


Een reactie plaatsen

Sophie Hilbrand in de mentale kreukels (npo3)

Tijdens de uitzending van 21 maart jl. besteedde BNN aandacht aan het thema Burn-out. Het programma is terug te zien op: http://wqd.nl/jMrx

Sophie Hilbrand, die het programma zelf presenteert en tevens hoofdpersoon is vanwege de zelf doorgemaakte burn-out, interviewt diverse deskundigen over de relatie stress en burn-out en ze ondergaat een HRV meting om haar stress reacties in beeld te brengen. De in het programma genoemde cijfers, 1 op de 7 Nederlanders zou met burn-out geconfronteerd zijn, schetsen een weinig opwekkend beeld.

Als een terechte rode draad loopt door alle gesprekken het gebrek aan voldoende rustpunten in het hectische bestaan van veel mensen, als een hoofdoorzaak voor burn-out.

Elders op de blog heb ik er meer over geschreven. Wat ik graag opnieuw onder de aandacht wil brengen, een beeld zegt nu eenmaal meer dan duizend woorden, is de metafoor die de bekende hoogleraar stressfysiologie Bruce McEwen in dit verband heeft geïntroduceerd: de trek van de zalm.

salmon-in-river-MAIN

Dit beeld blijft tot de verbeelding spreken omdat het alle ingrediënten bevat die met burn-out te maken hebben. Na een succesvolle trek naar het water waar de zalm ooit uit het ei is gekomen wordt er voor nageslacht gezorgd en daarna sterft de zalm.

Death by Cortisol” is de pakkende conclusie van McEwen. De zalm sterft als gevolg van de schade die ontstaan is door een langdurige overproductie van stresshormonen. Het illustratieve van deze metafoor is o.a. dat het laat zien dat het prestatieniveau kennelijk een bijzonder slechte graadmeter is voor vitaliteit en gezondheid.

Juist daarom is het registreren van de balans tussen stress (activiteiten!) en herstel, ook bij mensen die druk zijn en nog volop in de running, zo belangrijk.

bbf633_d0c4eb35b8b04b07a77af68e574debc5mv2-jpg_srz_694_268_85_22_0-50_1-20_0-00_jpg_srz

Ik zie dagelijks analyses langs komen van de Firstbeat HRV Assessment over periodes van ten minste 72 uur en het stemt niet tot optimisme. Ook tal van mensen die voor hun besef wel goed en voldoende slapen en zich energiek voelen kunnen desondanks een onvoldoende of zelfs slecht herstel hebben waardoor ze onwetend net als de zalm steeds meer reserves verbruiken en schade oplopen die vroeg of laat tot burn-out of ziekte zal leiden.

Een periodieke 72-96uurs HRV meting als APK is in deze hectische tijd, psychiater Dirk de Wachter noemde het in de TV uitzending een “ziekmakende wereld”, geen luxe voor een groep gezondheidsfanaten maar noodzaak voor iedereen die verder denkt dan de drukke agenda van vandaag. Ook hier is de steeds meer gebruikte term ‘Duurzame inzetbaarheid” een sleutelbegrip. Duurzaam inzetbaar blijf je pas als er gemiddeld gesproken een balans is tussen stress en herstel. Optimalisering van prestaties leidt tot duurzame inzetbaarheid, maximalisatie van prestaties tot uitputting en ziekte.

Onze maatschappij kent verontrustend veel ‘zalmen’.


Een reactie plaatsen

Effectief en duurzaam afvallen – vervolg

We zouden even terug komen op de invloed van de oestrogenen op de functie van de schildklier.

Zoals elders op deze weblog is beschreven moet het schildklier pro-hormoon omgezet worden in de biologisch actieve vorm T3. Dit is een uiterst belangrijke stap maar geen functie meer van de schildklier zelf. Daarom is het zo’n ernstige beperking om alleen naar de functie van de schildklier te willen kijken. Zelfs als iemand een normale schildklierfunctie heeft kan het nog zo zijn dat bijvoorbeeld de omzetting T4 naar T3 gebrekkig verloopt.

  1. Teveel oestrogeen kan leiden tot een gebrekkige T4/T3 omzetting.
  2. Teveel oestrogeen kan de opname van de schildklierhormonen afremmen.
  3. Teveel oestrogeen kan leiden tot een te hoge productie van het schildklierhormoon transport eiwit (TBG = Thyroid Binding Globulin). Hierdoor is teveel T4 en T3 gebonden en is er een tekort aan het zogenaamd vrij-T4 en vrije-T3 (resp. FT4 en FT3).
  4. Teveel aan oestrogeen is een belangrijke component voor het ontstaan van auto-immuun ziekten, waardoor het ook een rol kan spelen bij schildklier auto-immuun ziekten als Hashimoto en Graves.
  5. In de periode van de menopauze dalen de progesteron waarden sterk en kan er gemakkelijk een (nog sterkere) oestrogeen dominantie ontstaan. Reden waarom aandoeningen als hypothyreoïdie (te trage schildklier) maar ook Hashimoto drastisch toenemen in de periode van de menopauze.

Wat zijn de meest  voorkomende oorzaken van een oestrogeen dominantie?

  • Overproductie in vergelijking met de productie progesteron.
  • Stress is een belangrijke factor. Het stress hormoon cortisol wordt namelijk gemaakt van progesteron. Chronisch verhoogde cortisol productie zorgt er dan voor dat er te lage progesteron waarden ontstaan. Eenvoudig gezegd; als het lichaam moet kiezen  tussen ‘overleven’ en ‘voortplanten’ gaat overleven altijd voor (cortisol dus).
  • Hormonale anticonceptiva kunnen een verstoring van de schildklierstofwisseling geven.
  • Voeding: volgens sommige bronnen is het gebruik van voeding de grootste oorzaak van oestrogeen dominantie bij vrouwen. O.a. doordat voeding resten bevat van een groep pesticiden die vallen onder de “Endocrine Disrupting Chemical” (Hormoon Verstorende Chemicaliën). Maar ook teveel cafeïne, suiker, geraffineerd voedsel e.d. kunnen een oestrogeen verhogend effect hebben. Maar ook de hedendaagse gluten en koemelk kunnen een verstoring geven van de hormoonhuishouding.
  • Het gebruik van voedsel met Fyto-oestrogenen, zoals soja.
  • Obesitas zelf. Dat is een lastige, want vetcellen kunnen oestrogeen produceren en de berucht groep xeno-oesterogenen (zie verder) hebben de neiging zich op te hopen in het lichaamsvet. Vetweefsel is niet een soort passief reserveweefsel maar het participeert actief in de stofwisseling.
  • Alles wat de lever te sterk belast (zoals overmatig alcoholgebruik) kan leiden tot een verminderd vermogen tot afbraak van oestrogenen, dat in de lever plaats vindt.
  • Xeno-oestrogenen: er is een grote groep synthetische stoffen die evenals oestrogeen óók aanhechten in het het lichaam aan de oestrogeen receptoren. De plastic-weekmakers zijn daarvan een beruchte vertegenwoordiger, maar zoals gezegd, ook bepaalde pesticiden. Verder vallen bepaalde industrieel gebruikte oplosmiddelen hieronder. Stoffen die gebruikt worden in cosmetica, in schoonmaakmiddelen, in lijm, in verf, in vloerbedekking etc.

toxicfood

Oestrogeen dominantie kan worden vastgesteld met een speeksel-hormoontest. Wanneer DHEA en testosteron laag zijn, oestrogeen (estradiol) is normaal of hoog en progesteron is laag, dan is er sprake van een oestrogeen dominantie.

Wat in dit hele verhaal nog niets eens is meegenomen is het gegeven dat het gebruik van synthetische vrouwelijke hormonen (zoals de anticonceptiepil) tot een blijvende afname van de gevoeligheid van bepaalde hormoonreceptoren kan leiden. Dit is te corrigeren, maar gebeurt dat niet dan kan het een blijvende behandelblokkade zijn waardoor herstel van een optimale hormoonhuishouding en stofwisseling (en dus verlies van overtollig gewicht) geblokkeerd kan worden.

Alles met elkaar illustreert bovenstaande waarom gewichtsverlies bij vrouwen in de regel een complexere aangelegenheid is dan bij de meeste mannen. Zeker in een tijd dat het aantal hormoonverstorende invloeden (bij vrouwen) enorm is.

Zowel een te trage schildklierstofwisseling als een oestrogeen dominantie zijn ‘dikmakers’ die elkaar dus ook nog eens onderling versterken.

Daarom dient ook overgewicht altijd vanuit een systemische visie benaderd te worden. Vrouwen die met het 2.5 Vasten Dieet niet of te weinig afvallen zouden zich moeten laten onderzoeken of er bovenstaande factoren zijn die hiervoor verantwoordelijk zijn.

 


1 reactie

Stressvolle beroepen & herstel

Er zijn op internet tal van lijsten te vinden van de meest stressvolle beroepen. Een aantal voor de hand liggende kan iedereen tegenwoordig wel opsommen: militairen, politie, brandweer, verplegend personeel, leerkrachten en onderwijzend personeel, personeel in de commerciële luchtvaart, mensen die in ploegendiensten werken, etc.

Al deze beroepen hebben met elkaar gemeen dat er een gemiddeld hoge werkstress is. Werkstress die in veel gevallen niet eenvoudig te verminderen is omdat het inherent is aan het soort werk wat men doet.

job-stress

Daarom heeft het in deze beroepen dus ook niet zo heel veel zin om het thema “stress reductie” hoog op de agenda te zetten of daar veel van te verwachten. Het zijn juist deze beroepen die iets kenmerkends illustreren, namelijk dat het niet primair de stress zelf is waar mensen door uitvallen of ziek worden, maar de manier waarom men met stress kan omgaan. Deels heeft dit te maken met persoonlijkheid en aangeleerde coping strategieën. Maar voor een heel belangrijk deel spelen hier ook aspecten een rol die veel te weinig op de agenda komen.

Vergelijk het maar met infectie ziekten. Terwijl Louis Pasteur van mening was dat de bacterie de veroorzaker van ziekte was, stelde zijn opponent Béchamp “le microbe n’est rien, le terrain est tout” ( de microbe is niets, het terrein [het interne milieu] is alles). En we hebben allemaal die observatie, niet iedereen in dezelfde leefomstandigheden wordt op hetzelfde moment ziek in dezelfde mate. Op de werkvloer zijn er mensen die altijd meedoen met een verkoudheid of een griep en anderen nooit. De algemene regel die je hieruit zou kunnen halen is dat een ontregeling altijd het gevolg is van twee factoren: de stressor en de gevoeligheid voor die stressor.

11924211_10204770709649303_8514269858711379511_n

Zo is het ook met allerlei andere vormen van stress. Je hebt de stressor, de stress-veroorzakende omstandigheden en gebeurtenissen en je hebt de individuele gevoeligheid daarvoor.

Op het gebied van het aanleren van de juiste strategieën om met stress om te gaan gebeurt al veel, maar er zijn twee zaken die sterk onder belicht blijven en die wel in belangrijke mate bepalend zijn voor de impact die stress heeft op mensen.

  1. Herstel
  2. De fysiologische (zeg maar ‘lichamelijke’) kant van de stress-respons.

Herstel:

Eigenlijk is de focus op stress, die in onze maatschappij sterk toenemend is, niet helemaal juist. Bovenstaande illustreert dat die focus nogal eenzijdig is. De vraag is niet of mensen veel stress hebben en of er een hoge stressdruk is. De kernvraag is of er voldoende hoogwaardig herstel tegenover deze stress staat. Het is te vergelijken met een boekhoudkundige balans waarbij we spreken over ‘inkomen’ en ‘uitgaven’ En we snappen allemaal dat daar een bepaald evenwicht tussen dient te zijn wil je voorkomen dat je sterk inteert op je reserves. Ook hier geldt dat het inkomen feitelijk het meest bepalend is. Iemand kan torenhoge uitgaven hebben maar als het inkomen nog hoger is kan die persoon dat heel lang volhouden. Het inkomen is dan feitelijk bepalend of het uitgaven patroon verantwoord is of niet.

recovery-as-a-service

Met stress is het niet anders. Niet de stressdruk maar het herstel dat er tegenover staat is bepalend voor de impact die stress heeft.

Wat is herstel? En hoe bepaal je de kwaliteit en de hoeveelheid herstel die iemand heeft?

Hier komt de grote waarde van de meerdaagse HRV meting om de hoek kijken. HRV staat voor Heart Rate Variability. De variatie in de tijdsintervallen tussen de opeenvolgende hartslagen vertoont in gezonde situatie een zekere variatie. En de mate van deze variatie kan gecorreleerd worden aan een aantal fysiologische parameters. Met name de correlatie met het functioneren van het autonome zenuwstelsel (ANS) staat hier centraal.

Dit belangrijke regelsysteem kent twee sub-systemen, de sympaticus en de parasympaticus, zeg maar de “actieve modus” en de “herstel modus”.

Het innovatieve Finse bedrijf Firstbeat, heeft een methode ontwikkelt die de mogelijkheid biedt om met een zeer geavanceerd en praktische lichtgewicht HRV monitor gedurende meerdere dagen de reacties van het ANS tijdens de normale dagelijkse activiteiten en tijdens de slaap te registreren.

004-firstbeat-studio-bg-web

Hierdoor ontstaat een gedetailleerd beeld van de werkelijke balans tussen de “actieve modus” en de “herstel modus” en ook levert het belangrijke informatie op over de mate en de kwaliteit van het herstel in de nacht. Want we weten dat slapen en herstellen helaas geen synoniemen zijn. Je kunt voor je beleving goed slapen en toch slecht herstellen. Daarom hebben de meeste mensen geen goed beeld van hun herstel terwijl we veelal wel kunnen beschrijven wat ons de meeste stress bezorgt.

bbf633_d0c4eb35b8b04b07a77af68e574debc5mv2-jpg_srz_694_268_85_22_0-50_1-20_0-00_jpg_srz

 

Doordat de mensen die de meting uitvoeren ook een logboek van activiteiten bijhouden kun je tevens waarnemen of en in welke mate er een relatie is tussen gedrag en gebeurtenissen en de reactie van het stress-systeem daarop. Dit levert relevante informatie op over wat de invloed hiervan is op de mate en de kwaliteit van het herstel.

Hierdoor is het mogelijk om op individueel niveau maatwerk te leveren in de begeleiding en advisering van mensen in stressvolle beroepen. Want ieder mens is weer anders.

Fysiologie:

We hebben in onze moderen westerse samenleving nog steeds te maken met de erfenis van de filosoof René Descartes als het gaat om de scheiding tussen lichaam en geest. Gelukkig zijn er tal van wetenschappelijke ontwikkelingen zoals de Systeem Biologie en de Psycho-Neuro-Immunologie die de jammerlijke eenzijdigheid van dat oude beeld aantonen.Maar helaas blijft dit beeld binnen de reguliere geneeskunde en in de perceptie van veel mensenhardnekkig aanwezig. Het wordt markant geïllustreerd in de begeleiding van werknemers met Burnout. Niet zelden beperkt die begeleiding zich tot het cognitieve stuk en wordt het fysiologische deel vergeten of blijft men hangen in algemeenheden.

Hoe we op stress reageren wordt in belangrijke mate mee bepaald door het functioneren van ons stress-systeem: het autonome zenuwstelsel en de hormonen, onze neurotransmitters en neuromodulators in het zenuwstelsel, de enorme invloed die onze darmen hebben op onze hersenen (Gut-Brain axis) en daarmee dus ook de invloed die voeding heeft, ons bewegingspatroon, onze slaapgewoontes en slaaphygiëne, de invloed van reguliere medicijnen, etc.

Mensen in stressvolle beroepen bedrijven in zekere zin topsport en dienen net als topsporters ook fysiek in een goede conditie te zijn. Daarbij spelen alle hiervoor genoemde factoren een cruciale rol binnen een individuele context. Ook hier geldt dat maatwerk een vereiste is.

Hier liggen grote uitdagingen voor overheid, bedrijven, HR afdelingen, bedrijfsartsen en arbodiensten, coaches en trainers.


Een reactie plaatsen

Waarom FT4 in serum lang niet altijd een goede graadmeter is voor schildklierfunctie.

Thyroid-Physiology-TSH

In de reguliere geneeskunde wordt de schildklier functie beoordeeld aan de hand van de bloedwaarden van TSH en FT4. In eerdere blogs heb ik al geïllustreerd dat dit een ernstige beperking is waardoor veel mensen met een verminderde activiteit van de schildklierstofwisseling gemist worden. Daarnaast is er een nog groter aantal mensen die regulier behandeld worden voor een te trage schildklierfunctie (hypothyreoïdie), volgens de maatstaven van de artsen correcte bloedwaarden hebben en tóch rond blijven lopen met tal van verschijnselen die kenmerkend zijn voor een te trage schildklierstofwisseling. In deze blog wil ik één veel voorkomend voorbeeld noemen van een misinterpretatie van de bloedwaarden, omdat men vergeet dat de schildklier een intergraal onderdeel is van een complex regelsysteem (neurohormonale systeem) en niet solistisch functioneert. Als regel laat een arts bloed prikken op TSH (hypofysie hormoon) en FT4. Dit laatste staat voor ‘Vrij T4” en heeft betrekking op het ongebonden schildklier pro-hormoon T4. T4 komt namelijk ook in gebonden vorm voor, dan is het gekoppeld aan TBG (Thyroid Binding Globuline) een transporteiwit voor T4. De aldus gekoppelde T4 is inactief en moet losgemaakt worden wil het werkzaam zijn. Een veel voorkomend probleem bij vrouwen in deze tijd is oestrogeen dominantie. Dat wil zeggen dat de balans tussen de vrouwelijke hormonen oestrogeen en progesteron is verstoord. Er zijn tal van complexe oorzaken voor aan te wijzen, één daar van is chronisch verhoogde cortisol productie (stress hormoon), een andere is het gebruik van hormonale anticonceptiva (de Pil). Te hoge oestrogeen waarden verhogen de concentratie van TBG. Hierdoor neemt het percentage geboden T4 toe en het vrije FT4 af. Dit laat dan te lage FT4 waarden in het bloed zien en de arts zal concluderen dat de schildklier nog te traag werkt waarna doorgaans de reguliere medicatie wordt verhoogd. Ook dit bewijst weer hoe belangrijk het is om het totale plaatje te bekijken en bovenal om te denken en te handelen vanuit samenhang.