Ccgforum's Weblog

Just another WordPress.com weblog


Een reactie plaatsen

Column BOZ aug. 2014

Symptomen en Gezondheid

Moderne auto’s zijn uitgerust met een groot aantal zogenaamde waarschuwingssystemen. Lampjes op het dashboard informeren de berijder over oliepeil, temperatuur van de motor en in bepaalde gevallen zelfs bandenspanning of wanneer het tijd is voor een onderhoudsbeurt. Dit alles om te helpen de auto zo lang mogelijk in een zo goed mogelijke conditie te houden.

Geen weldenkend mens zal dan ook ingaan op een aanbod om een nieuwe auto aan te schaffen waarbij deze waarschuwingssystemen achterwege gelaten zijn, ook al zou dat een flinke korting opleveren.

Stel, u komt bij de garage met de vraag wat een knipperend lampje op het dashboard betekent. De monteur stelt u gerust, de auto rijdt immers nog gewoon en u hoort ook geen gekke geluiden. ”Gewoon door blijven rijden” is het advies en om onnodige stress te vermijden wordt met een klein stickertje het knipperende lampje aan het gezicht onttrokken. Er wordt en passant nog opgemerkt dat u gerust kunt bellen als u met de auto mocht stranden.

Het is met de mens feitelijk niet anders. Symptomen en klachten zijn evenzovele signalen die waarschuwen dat het intern dreigt mis te gaan of reeds mis gaat. Symptomen kunnen lastig zijn, maar dienen vooral niet genegeerd of zelfs onderdrukt te worden.

Wanneer symptomen alleen maar onderdrukt worden, omdat we geen energie, geld en tijd willen stoppen in de vraagstelling naar het hoe en waarom, dan negeren we de belangrijke signalen van het lichaam en daar krijgen we vroeg of laat de rekening voor gepresenteerd.

Wanneer een vrouw maandelijks klachten heeft rondom de menstruatie is het symptoom- onderdrukking in optima forma om ’dan maar aan de pil’ te gaan. Het zou net zo onzinnig zijn om iemand met hardnekkige klachten aan de voet, voor te stellen om de voet dan maar te amputeren.

Slecht slapen heeft een reden of meerdere redenen. Gebruik van een slaappil kan op korte termijn even functioneel zijn, maar is op termijn geen oplossing omdat het de oorzaak niet aanpakt. Slecht slapen is een symptoom, een signaal dat verwijst naar een oorzaak c.q. oorzaken en die kunnen divers zijn. In veel gevallen is een deskundige nodig om die oorzaken op te sporen en aan te pakken. Tenslotte hebben de meeste mensen voor hun auto ook een vakgarage nodig.

Veel schildklierproblemen ontstaan door serieuze tekorten van de mineralen jodium, selenium, magnesium en zink. Waarom dan een leven lang synthetische hormonen slikken in plaats van de oorzaak aanpakken.

Het is geweldig nieuws dat er een initiatief is gestart voor een nieuw soort verzekering: een ‘Gezondheidsverzekering’. We moeten weer leren denken en handelen vanuit gezondheid en dat veronderstelt een oorzakelijke aanpak, preventie en gezondheidsbevordering. Voor wie dat wil, ga naar: http://www.gzvz.nl.

(Deze Column is gepubliceerd in het augustusnummer van “Blik op Zeewolde”)


2 reacties

Schildklier: meest onderzocht en minst begrepen (4)

Zoals ik in blog 2 al heb aangegeven is de schildklier ‘slechts’ een schakel in een keten van processen. Wanneer de schildklier strikts genomen goed functioneert, wil dat bepaalt nog niet zeggen dat daarmee het eindresultaat van de hele schildklierstofwisseling goed is.

De schildklier produceert voornamelijk T4 (L-Thyroxine). T4 is echter een relatief inactief hormoon en het dient nog omgezet te worden in de biologisch actieve vorm T3. Deze omzetting vindt plaats in de organen van het lichaam zoals de nieren, lever, hersenen etc. door een enzym dat ‘iodothyronine 5’deiodinase’ heet. Hoewel T4 ook wel enige activiteit bezit is met name T3 verantwoordelijk voor de effecten die het schildklierhormoon op de stofwisseling hebben.

De omzetting van T4 naar T3 is dus een erg belangrijke schakel in de keten. Een normale T4 productie en een geringe omzetting naar T3 levert evengoed een klachtenbeeld op van een te trage schildklierfunctie (hypothyreoïdie). Focus op alleen de TSH en T4 bloedwaarden leidt dan tot de verkeerde conclusies.

Er zijn tal van factoren die de omzetting van T4 naar T3 kunnen verstoren:

  • Antilichamen TPO (auto-immuun schildklierziekte)
  • Alpha-liponzuur (supplement)
  • Chronische ziekten
  • Tabaksrook
  • Medicijnen (o.a. anticonceptie Pil, beta-blockers, synthetische oestrogenen, lithium, chemotherapeutica, etc).
  • Straling
  • Vasten
  • Tekort aan groeihormoon
  • Zware metalen belasting (o.a. kwikbelasting)
  • Hemochromatosis (ziekte)
  • Hoge stressdruk
  • Zwakte van de bijnierfunctie (Bijnieruitputting)
  • Ondervoeding
  • Tekorten aan nutriënten (o.a. selenium, zink, vitamine A, B6 en B12)
  • Ouderdom
  • Lichamelijke trauma’s
  • Postoperatieve stress
  • Soja


2 reacties

Hypothyreoïdie type 2

De ochtendtemperatuur in rust, dus na de slaap en voordat er lichamelijke activiteit heeft plaats gevonden, is een goede graadmeter van het niveau van onze verbranding, ook wel ruststofwisseling genoemd. Dit is weer een belangrijke afgeleide van de schildklier stofwisseling. Niet te verwarren met de schildklierfunctie, want die vormt slechts een bescheiden onderdeel van de hele schildklier stofwisseling.

Type 1 en type 2:
Bij Diabetes mellitus (suikerziekte) maken we in de klinische geneeskunde onderscheidt tussen type 1 en type 2. Diabetes type 1 wordt ook wel insuline-afhankelijke diabetes genoemd omdat er een verminderde insuline productie is in de alvleesklier. De zogenaamde ouderdomssuiker wordt Diabetes type 2 genoemd omdat hier sprake is van een verminderde gevoeligheid van de insulinereceptoren.
Er is een groep artsen/wetenschappers in de VS die er voor pleiten om ook bij een te trage schildklierstofwisseling hetzelfde onderscheidt te maken, dus een Hypothyreoïdie type 1 en type 2. De reguliere geneeskunde heeft binnen dat onderscheidt dan alleen beperkt aandacht voor type 1 maar geen enkele aandacht voor type 2. Analoog aan Diabetes type 2 is er in het laatste geval een verminderde gevoeligheid van de receptoren voor de schildklierhormonen met als gevolg een verminderd effect. Er is steeds meer reden om aan te nemen dat dit laatste niet onderkende probleem epidemisch voorkomt.

Advies:
Het is belangrijk dat een advies om te komen tot een optimalisering van de schildklierstofwisseling altijd moet worden beschouwd als een aanvulling op of een onderdeel van een breder behandeladvies.
Er is een hele reeks van nutriënten noodzakelijk voor een goed functioneren van de stofwisseling, dat geldt ook voor de schildklierstofwisseling. Daarom is een breedspectrum multi vitamine/mineraal onontbeerlijk. Voorwaarde is dat deze ten minste voldoende zink en selenium bevat. De hoeveelheid van 200 mcg selenium is noodzakelijk aangezien verantwoorde jodium suppletie alleen kan plaats vinden bij aanwezigheid van voldoende selenium.
Jodium is het eerste en belangrijkste mineraal als het gaat om de productie van de schildklierhormonen, maar ook allerlei andere schakels in de uitgebreide keten de we als schildklierstofwisseling aanduiden zijn jodium afhankelijk. Jodium tekort is een epidemisch probleem, afgaande op schattingen van de WHO (World Health Organization).

Naast een passend advies op het vlak van nutriënten  hebben we een unieke aanpak om de receptoren van de schildklierhormonen weer te resetten.

Zoals gezegd dient ook de behandeling van Hypothyreoïdie type 2 altijd binnen een individuele totaalbenadering plaats te vinden. U kunt hierover contact opnemen met CCG (info@ccgonline.eu).


1 reactie

Screening vermindert Prostaatkanker sterfte niet.

Screening voor prostaatkanker blijkt geen significante invloed te hebben op het aantal sterfgevallen door deze ziekte. Maar het risico van over-detectie en overbehandeling is aanzienlijk, aldus een publicatie in het British Medical Journal (BMJ) n.a.v. een 20-jaar durende studie.
Prostaatkanker is een van de meest voorkomende kankers bij mannen over de hele wereld. Screening wordt veel gebruikt in diverse landen, maar blijft omstreden, omdat deskundigen het niet eens kunnen worden of de voordelen de potentiële schade en kosten van overdiagnose en overbehandeling van gezonde mannen overtreffen.
De auteurs zijn van mening dat mannen volledig moeten worden geïnformeerd over de mogelijke gevaren van de behandeling, en de psychologische effecten van vals-positieve testresultaten, voordat ze worden gescreend.

Het is onze nadrukkelijke mening dat preventie van prostaatkanker op een heel ander vlak zou moeten plaats vinden. Periodieke controle van Vitamine D status, beschikbaarheid van voor de prostaat zo belangrijke nutriënten als selenium, zink, vitamine E e.d. zou veel meer impact kunnen hebben tegen een fractie van de kosten in vergelijking met grootschalige screening. Ook de toestand van de productie van de steroïde hormonen (geslachtshormonen en stresshormonen) kan van groot belang zijn. Optimale testosteronspiegels werken namelijk beschermend tegen het ontstaan van prostaatkanker terwijl lage testosteronspiegels juist bevorderend werken.


2 reacties

Verhoogt het gebruik van Betacaroteen de kans op kanker bij rokers?

Het eerder genoemde artikel in de Volkskrant over de Nature studie inzake Anti-oxidanten en kanker maakt weer eens gebruik van de inmiddels bekende en veel besproken Finlandstudie over de relatie tussen inname van Bètacaroteen (bekende oranje/rode kleurstof uit o.a. wortels en fruit) en het voorkomen van longkanker bij rokers. Je wordt er zo langzamerhand wel eens flauw van zo vaak als deze studie weer opduikt.

Hoe zit het nu eigenlijk met deze studie:

De resultaten van de studie toonden aan dat rokers die bètacaroteen innamen een 18% hogere kans hadden op het ontwikkelen van longkanker. Hoewel er minder gevallen van prostaatkanker werd gediagnosticeerd onder degenen die vitamine E kregen toegediend dan degenen die dat niet deden, werd dit punt niet naar voren gebracht, maar dat terzijde.

Wat waren de tekortkomingen in de studie? Het waren er veel.

  • In de studie wordt alleen gebruik gemaakt van 1/8 tot 1/40 van de dosering van vitamine E waarvan door meer dan 20 eerdere studies was aangetoond dat het leidde tot een verlaging van het risico op longkanker bij rokers.
  • Er werd slechts 1/10 van de dosering van bètacaroteen gebruikt zoals aanbevolen door andere deskundigen voor de preventie van longkanker bij rokers.
  • De doelgroep waren mensen uit Finland, ondanks het feit dat zowel de British Medical Journal als de American Journal of Clinical Nutrition aangeven dat  Finland een van de slechtste landen ter wereld is voor de uitvoering van kanker/voeding studies omdat:
    • (1) Finnen hebben een van ’s werelds hoogste consumptie van alcohol door rokers en alcohol interfereert met het verbruik van zowel vitamine E als bètacaroteen in het lichaam, én
    • (2) Finland heeft een extreem laag niveau van het essentiële mineraal selenium in de bodem, en selenium werkt samen met vitamine E in de rol van kankerpreventie.

Een recente, veel minder bekendheid studie, uitgevoerd in China i.s.m. het National Cancer Institute, maakte gebruik van 50 microgram selenium, samen met 30 mg vitamine E en 15 mg van bètacaroteen. Dit onderzoek betrof 30.000 mensen van 40 jaar en ouder, die ofwel gezond waren of leden onder ‘premaligne oesofagale dysplasie’ [veranderingen van de wand van de slokdarm die voorafgaan aan het ontstaan van kwaadaardige kankerprocessen in die regio]. Degenen die de combinatie van deze drie voedingsstoffen kregen, hadden een significant lager risico op sterven aan kanker en andere ziekten.

  • Andere punten van kritiek van de studie zijn ook het feit dat de studie begon onmiddellijk na de kernramp van Tsjernobyl, die zich in 1986 voltrok, en Finland was een van de eerste gebieden die te lijden had onder de zware neerslag van radioactief materiaal. Deze variabele verhoogt risico op kanker en dat maakt het werk van deze lage niveaus van antioxidanten moeilijker.
  • De vorm van vitamine E die werd gebruikt is de minder krachtige synthetische dl-alfa-tocoferol in plaats van de fysiologische vorm d-alfa-tocoferol.
  • En alle gebruikte supplementen werden gekleurd met quiniline geel, een stof met bekende kankerverwekkende eigenschappen.

De auteurs zelf zijn zo zorgvuldig geweest om erop te wijzen dat er geen andere studies zijn die ooit hebben aangetoond dat er eventuele schade kan ontstaan door het gebruik van bètacaroteen, terwijl veel studies juist gunstige effecten hebben aangetoond. Daarnaast zijn er geen bekende mechanismen voor de toxische effecten van bètacaroteen. Hun algemeen samenvattende conclusie was: “Ondanks de formele statistische significantie, kan deze bevinding heel goed te wijten zijn aan toeval.”

Waarom worden deze feiten nooit genoemd door de journalisten die maar al te gretig de studie van stal halen in hun nimmer aflatende strijd tegen gezonde voeding en voedingsupplementen. Ook hier geldt de oude uitspraak: “Alleen de reinen van hart mogen statistiek bedrijven”. Journalisten zouden moeten stoppen met het citeren van publicaties terwijl ze niet gehinderd worden door enige kennis van zaken.


Een reactie plaatsen

Voedingssupplementen: weggegooid geld?

Ondanks de geruststellende geluiden van, veelal door de overheid gesubsidieerde, conservatieve instituten dat het allemaal wel los loopt met de tekorten die we oplopen en dat de doorsnee Nederlander voldoende uit de dagelijkse voeding kan halen,  bewijst de wetenschap het tegendeel. Anno 2009 is het onmogelijk om alle essentiële voedingsstoffen uit de dagelijkse voeding te halen. Een vraag die ik veel hoor is: “welke supplementen moet ik dan slikken”. In het algemeen kan gesteld worden dat een hoogwaardige multi vitamine/mineraal, een preparaat met essentiële vetzuren (vooral van het Omega -3 type) en aanvullend vitamine C als noodzakelijk moet worden beschouwd. “Maakt het dan nog uit waar ik die koop?”, is dan steevast de volgende vraag.

Helaas wel, hier geldt maar al te vaak: ‘goedkoop is duurkoop’. Ik zal u uitleggen waarom. De kwaliteit van een voedingssupplement wordt bepaald door twee zaken. (1) Wat is de hoeveelheid van de diverse ingrediënten? En (2) In welke vorm zitten deze ingrediënten in het preparaat? Het laat zich raden dat, als de mens dagelijks ten minste 200 mcg Selenium nodig heeft en de voeding levert gemiddeld slechts 35 mcg, een multi die daar nog eens 25 mcg aan toe voegt maar een beperkte waarde heeft. Verder is het van groot belang te weten in welke vorm de ingrediënten worden toegevoegd. Het is de vorm namelijk die bepaalt wat de biologische beschikbaarheid is van de stof, met andere woorden, wat neemt het lichaam ook daadwerkelijk op in de darmen. Want u begrijpt, het gaat er niet om wat u in de mond inneemt, maar wat de dunne darm opneemt zodat het ook echt ín het lichaam komt. De biologische beschikbaarheid van allerlei verbindingen is zeer verschillend. Voor een goede beoordeling van de kwaliteit van een supplement zal die informatie op het etiket vermeld moeten zijn. En daar wringt nu juist de schoen. De wetgever stelt verplicht dat er een zogenaamde ingrediënten declaratie op de verpakking moet staan. Er moet dus op vermeld staan wat er in zit en in welke hoeveelheden. Echter, de overheid stelt geen voorwaarden aan de wijze waarop dat wordt vermeld. Wanneer er een bepaalde hoeveelheid van een zinkverbinding is toegevoegd kan de producent volstaan met de vermelding “Zink  – x mg”. Er zit natuurlijk geen zink in als metaal, maar een zinkzout. En daar gaat het nu juist om. Fabrikanten die, ten behoeve van prijsconcurrentie, kiezen voor de goedkoopste ingrediënten zullen liever niet communiceren in welke vorm de ingrediënten zijn toegevoegd. En het zijn maar al te vaak deze ‘goedkoopste ingrediënten’ die een slechte biologische beschikbaarheid hebben.

Vergelijkt u het eens met een banketbakker. Wanneer die voor kwaliteit gaat dan bakt hij met roomboter. Uiteraard wil hij dat graag communiceren want hij geeft daarmee een kwaliteitskenmerk af. Wanneer de bakker dus niet vermeld dat het om ‘roomboter koek’ gaat, houd er dan maar rekening mee dat hij het ook niet gebruikt heeft, maar bijvoorbeeld margarine. Zo is het ook bij voedingsupplementen. Een producent die het duurdere Se-methylselenocysteïne (vorm van selenium met de hoogste biologische beschikbaarheid) gebruikt zal dat graag willen communiceren. Een fabrikant die alleen maar ‘selenium’ vermeldt gebruikt deze kwaliteit zeker niet.

Wanneer met deze criteria voedingsupplementen worden beoordeeld dan blijkt dat er in veel gevallen sprake is van weggegooid geld. Daarom is mijn advies altijd, als de kosten de beperkende factor zijn is het beter om één keer in de paar dagen een hoogwaardig supplement in te nemen dan iedere dag een inferieur preparaat.