Just another WordPress.com weblog


Een reactie plaatsen

Schildklier: meest onderzocht en minst begrepen (5)

Behalve de noodzaak tot een juiste omzetting van T4 naar het biologisch actieve T3 (zie vorige blog) is er nog een zeer belangrijke schakel. Daarvoor eerst even een klein zijspoor.

Alle signaalstoffen in het lichaam, of het nu hormonen of neurotransmitters zijn, werken d.m.v. het aanhechten van de stof aan specifieke receptoren op de cel. Zeg maar het principe van de sleutel en het slot. Beiden dienen aanwezig te zijn, goed te werken en de een moet passen op de ander. Een veel voorkomend probleem is een verminderde gevoeligheid van receptoren. Een voor iedereen bekend voorbeeld is Diabetes mellitus type II, ook wel ‘ouderdomssuiker’ genoemd. Deze laatste aanduiding gaat vandaag de dag niet meer op, omdat het ook steeds vaker op heel jonge leeftijd optreedt, maar dat terzijde. De meesten zullen wel weten dat we bij suikerziekte (Diabetes) onderscheid maken tussen type I (juveniele Diabetes) en type II (ouderdomssuiker). In geval van type I is er een tekort aan het hormoon insuline doordat de alvleesklier (pancreas) niet goed meer werkt. In geval van type II is er als regel voldoende insuline, niet zelden zelfs teveel (hyperinsulinisme) maar zijn de receptoren voor insuline verminderd gevoelig. We noemen dat Insulineresistentie. 

Bestaat dit onderscheid tussen type I en type II ook bij andere hormoonklieren? Het zou logisch zijn, maar de realiteit is anders. Iemand die daar terecht de vinger bij legt is de Amerikaanse arts Dr. Mark Starr. Hij pleit er, met anderen, voor om ook bij een te trage schildklier stofwisseling hetzelfde onderscheidt te maken. We krijgen dan Hypothyreoïdie type I en Hypothyreoïdie type II. Analoog aan Diabetes mellitus is er in het eerste geval sprake van een tekort aan schildklierhormonen, bijv. doordat de schildklier te traag werkt. In het tweede geval echter is er wellicht sprake van een normale schildklierfunctie, maar is er een resistentie van de receptoren. Het resultaat is overigens in beide gevallen dat er een klachtenpatroon ontstaat dat gelijk is.

In de reguliere diagnostiek wordt alleen met type I rekening gehouden. Type II speelt daar geen rol. Wanneer deze laatst stoornis veel voorkomt, en er is alle reden om dat aan te nemen, dan hebben we het hier dus over een categorie mensen die bij de arts komen met klachten als vermoeidheid e.d. terwijl een bloedonderzoek mogelijk vlgs. medische criteria geen afwijkingen laat zien. Deze mensen krijgen vervolgens het bericht mee dat het in elk geval niet de schildklier is. Een teleurstellende rondgang door het medische circuit start en leidt vrijwel zonder uitzondering tot de frustratie van onbegrepen klachten.


2 reacties

Schildklier: meest onderzocht en minst begrepen (4)

Zoals ik in blog 2 al heb aangegeven is de schildklier ‘slechts’ een schakel in een keten van processen. Wanneer de schildklier strikts genomen goed functioneert, wil dat bepaalt nog niet zeggen dat daarmee het eindresultaat van de hele schildklierstofwisseling goed is.

De schildklier produceert voornamelijk T4 (L-Thyroxine). T4 is echter een relatief inactief hormoon en het dient nog omgezet te worden in de biologisch actieve vorm T3. Deze omzetting vindt plaats in de organen van het lichaam zoals de nieren, lever, hersenen etc. door een enzym dat ‘iodothyronine 5’deiodinase’ heet. Hoewel T4 ook wel enige activiteit bezit is met name T3 verantwoordelijk voor de effecten die het schildklierhormoon op de stofwisseling hebben.

De omzetting van T4 naar T3 is dus een erg belangrijke schakel in de keten. Een normale T4 productie en een geringe omzetting naar T3 levert evengoed een klachtenbeeld op van een te trage schildklierfunctie (hypothyreoïdie). Focus op alleen de TSH en T4 bloedwaarden leidt dan tot de verkeerde conclusies.

Er zijn tal van factoren die de omzetting van T4 naar T3 kunnen verstoren:

  • Antilichamen TPO (auto-immuun schildklierziekte)
  • Alpha-liponzuur (supplement)
  • Chronische ziekten
  • Tabaksrook
  • Medicijnen (o.a. anticonceptie Pil, beta-blockers, synthetische oestrogenen, lithium, chemotherapeutica, etc).
  • Straling
  • Vasten
  • Tekort aan groeihormoon
  • Zware metalen belasting (o.a. kwikbelasting)
  • Hemochromatosis (ziekte)
  • Hoge stressdruk
  • Zwakte van de bijnierfunctie (Bijnieruitputting)
  • Ondervoeding
  • Tekorten aan nutriënten (o.a. selenium, zink, vitamine A, B6 en B12)
  • Ouderdom
  • Lichamelijke trauma’s
  • Postoperatieve stress
  • Soja


Een reactie plaatsen

Schildklier: meest onderzocht en minst begrepen (3)

In de reguliere geneeskunde is de productie TSH (=schildklier stimulerend hormoon van de hypofyse) en de productie T4 dé maat voor de schildklier stofwisseling. M.a.w. als deze waarden in het bloed binnen de normaalwaarden vallen dan is er vlgs. de arts met de schildklier niets aan de hand. Om te beginnen is het van belang om even naar die ‘normaalwaarden’ te kijken. Immers, wie bepaalt wat normaal is? Er is in de wetenschap verschil van mening over de gehanteerde normaalwaarden voor TSH. Waar veel artsenlaboratoria waarden tussen de 0,4-4 of 0,5 -5 als ‘;normaal’ beschouwen zijn er van de kant van fysiologen ook geluiden te beluisteren die aangeven dat een waarde van max. 2,0 normaal is. Dat is nogal wezenlijk. Immers iemand met een waarde van TSH=4,2 zal in het eerste geval te horen krijgen dat de waarde goed is of hooguit marginaal verhoogd terwijl in het tweede geval sprake is van een significante verhoging.

Voor alle duidelijkheid als de TSH waarde té hoog is, duidt dat in de regel op een te traag werkende schildklier. Er is een belangrijke uitzondering, maar daar kom ik later op terug.

Daarnaast is het zo dat het hormoon T4 maar een beperkte hormonale activiteit heeft en elders in het lichaam omgezet moet worden in T3, het eigenlijke biologisch actieve hormoon. Wanneer de omzetting T4 naar T3 moeizaam verloopt dan kan iemand keurige TSH en T4 waarden hebben terwijl er dan toch een te trage schildklierstofwisseling is. Je kunt dan feitelijk niet spreken van een te traag werkende klier, maar het resultaat is hetzelfde. Problemen in de omzetting van T4 naar T3 komen heel veel voor en worden regulier doorgaans gemist. De factoren die voor deze verminderde omzetting verantwoordelijk kunnen zijn komen later ter sprake.

Volgens de bekende Amerikaanse arts en schildklierdeskundige Dr. Barnes is het meten van de ochtendtemperatuur een veel betrouwbaarder maat voor de toestand van de schildklierstofwisseling dan het meten van TSH. Dat komt omdat de ochtendtemperatuur een directe afgeleide is van het niveau van de ruststofwisseling en die wordt in belangrijke mate door de schildklier bepaald.

Een ochtendtemperatuur (onder de oksel gemeten) dient tussen de 36,6 en 36,8 graden Celsius te liggen (vrouwen die menstrueren moeten dan wel meten op dag 2 t/m 5 van de menstruatie periode).


Een reactie plaatsen

Schildklier: meest onderzocht en minst begrepen (2)

De schildklier is een hormoonklier. De klier is gelegen in de hals, net onder de adamsappel. De hormonen van deze klier zijn verantwoordelijk voor de stofwisseling.  Onder stofwisseling verstaan we het totaal aan alle biochemische processen die zich afspelen in het menselijk lichaam.

De schildklier is onderdeel van het neuro-hormonale systeem.  Het ‘neuro’ deel verwijst naar het autonome- of vegetatieve zenuwstelsel. Dit betreft dát deel van het zenuwstelsel dat een belangrijke regulerende werking heeft binnen ons lichaam, en het functioneert autonoom. D.w.z. onafhankelijk van onze directe wil. We kunnen niet alleen door het te willen onze hartslag omhoog brengen naar 120 slagen per minuut. We beïnvloeden het autonome zenuwstelsel echter voortdurend, maar dan door gedrag. Een paar rondjes rond het huis doet de hartslag onmiddellijk verhogen. Het autonome zenuwstelsel werkt zeer nauw samen met alle hormoonklieren, vandaar de naam ‘neuro-hormonale systeem’.

Het is belangrijk om hier te benadrukken dat we over een een ‘systeem’ hebben. Het is één van de complexe regelsystemen in het lichaam. Regelsystemen die er voor moeten zorgen dat er onder wisselende omstandigheden een passende interne situatie wordt gehandhaafd. Dat we over een neuro-hormonaal systeem spreken is hierom ook van belang dat we beseffen dat er een grote onderlinge samenhang is tussen alle componenten van dat systeem. Raakt één van die componenten uit balans, dan heeft dat onvermijdelijk invloed op het hele systeem. Het is om die reden dat we binnen een systeembenadering van ziekte en gezondheid niet spreken van één enkele klier die niet goed functioneert, alsof de andere hormoonklieren tegelijkertijd wel optimaal zouden functioneren.  Anders gezegd, in onze ogen kan het niet zo zijn dat alleen de schildklier “ziek” is en de rest van het systeem niet. Samenhang, daar draait het om. Om het met een metafoor uit te leggen: als je aan één knoop van een vissersnet trekt, vervormt het hele net.

In de fysiologie spreken we van de HPT-as. Daarmee wordt de relatie Hypothalamus – Hypofyse – Schildklier bedoeld .

Thyroid-Physiology-TSH

We spreken liever over de schildklier-stofwisseling dan alleen over de schildklierfunctie. Want de schildklier is een schakel binnen een hele keten. Hoewel cruciaal, zijn er ook andere schakels die mede bepalend zijn voor de einduitkomst. Beschouw het maar als een lopende band waar allerlei handelingen worden verricht in de juiste volgorde teneinde een correct eindproduct op te leveren. Eenzijdige focus op de schildklierfunctie leidt gemakkelijk tot verkeerde conclusies. Het is alsof iemand de kwaliteitscontrole in een fabriek moet doen en volstaat met het controleren van het functioneren van 2 mensen die redelijk aan het begin van een lopende band hun werk doen. Wanneer bij de controle blijkt dat zij hun werk goed doen wordt de conclusie getrokken dat het proces goed verloopt. Dat hoeft helemaal niet, het kan zijn dat nummer 5 en 6 aan de band staan te suffen waardoor er toch een ondeugdelijk eindproduct van de band rolt. Hierover de volgende keer meer.


2 reacties

Schildklier: meest onderzocht en minst begrepen (1)

De komende tijd volgt er een serie blogs over de schildklier. Waarschijnlijk de meest onderzochte hormoonklier binnen de wetenschap maar medisch gezien de minst begrepen klier. Dat is ook de reden dat er zo ontstellend veel mensen zijn in  de Westerse wereld die allerlei klachten hebben die passen binnen het beeld van een schildklierdisfunctie, terwijl de (huis)arts dit vaak niet signaleert. Niet voor niets is vermoeidheid de meest voorkomende klacht in Nederland. Voor een belangrijk deel is de schildklier daar, als hoofdverantwoordelijke voor de energie huishouding, op de één of andere manier bij betrokken.

De eerste blog gaat over een globale beschrijving van de schildklierstofwisseling. Een stukje fysiologie dus. Niet ingewikkeld en noodzakelijk voor een goed begrip van het thema ‘Schildklier’.

 


2 reacties

Hypothyreoïdie type 2

De ochtendtemperatuur in rust, dus na de slaap en voordat er lichamelijke activiteit heeft plaats gevonden, is een goede graadmeter van het niveau van onze verbranding, ook wel ruststofwisseling genoemd. Dit is weer een belangrijke afgeleide van de schildklier stofwisseling. Niet te verwarren met de schildklierfunctie, want die vormt slechts een bescheiden onderdeel van de hele schildklier stofwisseling.

Type 1 en type 2:
Bij Diabetes mellitus (suikerziekte) maken we in de klinische geneeskunde onderscheidt tussen type 1 en type 2. Diabetes type 1 wordt ook wel insuline-afhankelijke diabetes genoemd omdat er een verminderde insuline productie is in de alvleesklier. De zogenaamde ouderdomssuiker wordt Diabetes type 2 genoemd omdat hier sprake is van een verminderde gevoeligheid van de insulinereceptoren.
Er is een groep artsen/wetenschappers in de VS die er voor pleiten om ook bij een te trage schildklierstofwisseling hetzelfde onderscheidt te maken, dus een Hypothyreoïdie type 1 en type 2. De reguliere geneeskunde heeft binnen dat onderscheidt dan alleen beperkt aandacht voor type 1 maar geen enkele aandacht voor type 2. Analoog aan Diabetes type 2 is er in het laatste geval een verminderde gevoeligheid van de receptoren voor de schildklierhormonen met als gevolg een verminderd effect. Er is steeds meer reden om aan te nemen dat dit laatste niet onderkende probleem epidemisch voorkomt.

Advies:
Het is belangrijk dat een advies om te komen tot een optimalisering van de schildklierstofwisseling altijd moet worden beschouwd als een aanvulling op of een onderdeel van een breder behandeladvies.
Er is een hele reeks van nutriënten noodzakelijk voor een goed functioneren van de stofwisseling, dat geldt ook voor de schildklierstofwisseling. Daarom is een breedspectrum multi vitamine/mineraal onontbeerlijk. Voorwaarde is dat deze ten minste voldoende zink en selenium bevat. De hoeveelheid van 200 mcg selenium is noodzakelijk aangezien verantwoorde jodium suppletie alleen kan plaats vinden bij aanwezigheid van voldoende selenium.
Jodium is het eerste en belangrijkste mineraal als het gaat om de productie van de schildklierhormonen, maar ook allerlei andere schakels in de uitgebreide keten de we als schildklierstofwisseling aanduiden zijn jodium afhankelijk. Jodium tekort is een epidemisch probleem, afgaande op schattingen van de WHO (World Health Organization).

Naast een passend advies op het vlak van nutriënten  hebben we een unieke aanpak om de receptoren van de schildklierhormonen weer te resetten.

Zoals gezegd dient ook de behandeling van Hypothyreoïdie type 2 altijd binnen een individuele totaalbenadering plaats te vinden. U kunt hierover contact opnemen met CCG (info@ccgonline.eu).


Een reactie plaatsen

Casuïstiek: ernstige bloedarmoede snel verholpen

Vrouw van 53 jaar met “uterus myomatosus’ (vleesbomen in de baarmoeder) lijdt gedurende een vakantie in een warm land aan ernstige bloedingen. Ze stelt het bezoek aan een arts nog uit tot de thuiskomst ondanks dat ze zich heftig ongerust maakt over de ernst van het bloedverlies en de snel afnemende conditie. Ze is doodmoe en kan het ene been nauwelijks voor de andere krijgen. Als ze thuiskomst wijst een bloedonderzoek van de huisarts uit dat er sprake is van een ernstige bloedarmoede (Hb van 3). Aanvankelijk gaat ze aan de staalpillen van de huisarts, maar deze veroorzaken flinke darmklachten.

Eerst hebben we het vloeien behandeld met het homeopathische middel Ustilago, een zeer belangrijk bloedingsmiddel voor vrouwen. Al in de eerste week nam het vloeien sterk af en geleidelijk aan is het gestopt. Vanwege het schadelijke effect van de conventionele ijzerpreparaten op de darm (is vrijwel altijd het geval) adviseer ik haar over te stappen op een organisch ijzerpreparaat in combinatie met vitamine C en een Schüsslerzout (Ferrum-phosphoricum). We zijn inmiddels op 22 september aangekomen. Ze verdraagt de nieuwe behandeling voor de extreme bloedarmoede uitstekend. Circa 3,5 week later is haar Hb gestegen tot 8,3! De assistente van de huisarts meldt het opmerkelijke bericht telefonisch en verteld dat ze stomverbaasd zijn over deze enorm snelle stijging.

Er is nog een interessant detail aan deze casus, die ik u niet wil onthouden. Bij de bloedafname heeft de huisarts ook het TSH geprikt. TSH (Thyreoïd stimulerend hormoon) is een hypofysehormoon dat de schildklier moet aanzetten tot activiteit. De TSH waarde wordt in de reguliere geneeskunde als dé maat gezien voor schildklieractiviteit, hoewel daar veel op is af te dingen. Haar TSH waarde was 12,1 (volgens het artsenlab moet die waarde liggen tussen de 0,4 en 4,0). De huisarts meldt vervolgens dat er dus naast de bloedarmoede sprake is van een flinke onderfunctie (=té trage werking) van de schildklier. Ze moet direct aan de Thyrax, wat ze evenwel na overleg met mij weigert. Het geval wil namelijk dat deze vrouw een veel te laag Jodiumdepot (zie elders in de blog) heeft en daarvoor een Jodiumpreparaat slikt. TSH is behalve voor het activeren van de schildklier ook verantwoordelijk voor het produceren van Jodiumtransporteiwitten. Wanneer er extra Jodium wordt ingenomen zijn er meer transporteiwitten nodig en zal de TSH waarde om die reden stijgen. Deze stijging zegt derhalve niets over de schildklier in dit soort gevallen. De huisarts bleek niet ontvankelijk voor deze toelichting en hield voet bij stuk. De kwestie was niet bespreekbaar. Mijn patiënte besluit echter geen Thyrax te nemen. Ik heb haar geadviseerd, om verdere escalatie te voorkomen, om tijdelijk dan maar even te stoppen met de inname van het Jodiumpreparaat. Bij de laatste bloedmeting is er opnieuw naar de TSH waarde gekeken, deze was volledig genormaliseerd. Een mooie illustratie dat protocolair denken louter op basis van bloeduitslagen en zónder begrip van de achterliggende processen tot medische missers kan leiden. Zonder ingrijpen zou deze vrouw ten onrechte levenslang aan de Thyrax zijn gegaan.


6 reacties

Casuïstiek: doodmoe vanwege niet onderkend extreem Jodiumtekort

Het betreft een man van omstreeks 79 jaar met een complexe voorgeschiedenis van bipolaire stoornis (manische depressie), gevolgen van ernstig auto-ongeluk enige jaren geleden, cardiovasculaire klachten, MD (Macula Degeneratie), maagbloeding, blaaspoliepen, eczeem, longemfyseem e.a.

De man maakt een zorgwekkend uitgebluste indruk, is afwezig, apatisch en versuft. Meting van de axillaire ochtendtemperatuur (=gemeten onder de oksel op het moment van wakker worden en voor het opstaan, volgens het protocol van Dr. Barnes) levert een gemiddelde waarde op van 35,6 graden Celsius. Volgens het onderzoek van Dr. Barnes, en meer dan 100 gevallen in de eigen praktijk hebben dit volledig bevestigd, duidt dit ondubbelzinnig op een T3 tekort. T3 is het biologisch actieve schildklierhormoon dat in het lichaam gevormd moet worden uit het door de schildklier geproduceerde pro-=hormoon T4.

Gezondheidseffecten van het biologisch actieve schildklierhormoon T3

  • T3 is het echt actieve schildklierhormoon in tegenstelling tot T4, dat vaak wordt aangeduid als het ‘voorraad hormoon’. T3 is drie tot tien keer actiever dan T4.

De schildklierhormonen:

  • Versnellen de bloedcirculatie in de bloedvaten en zorgen ervoor dat het bloed ook de cellen die het verst van het hart verwijderd liggen, bereikt. Op deze manier bevorderen ze de voedingsstoffen- zuurstof-, water- en hormoonbevoorrading van de cellen.
  • Zorgen voor betere doorbloeding van de huid, ze hydrateren en verzachten de huid door de vetproductie aan het oppervlak te bevorderen
  • Verbeteren het uiterlijk (gelaat)
  • Versoepelen spieren en gewrichten en verhogen de bloedtoevoer naar de organen
  • Geven alle cellen en organen energie door de activering van de mitochondriën, de energiecentrales in de cellen die warmte en energie vrijmaken.
  • Activeren van de hersenen die daardoor betere prestaties leveren en meer energie tot hun beschikking hebben.
  • Verwarmen het lichaam tot in de uiteinden (puntje van de heus, voeten, handen, oren) met een aangename, weldadige warmte.
  • Bevorderen het opruimen van afvalstoffen die zich rond de cellen ophopen.
  • Lossen vetten en cholesterol op, ontlasten zo de bloedvaten en beschermen tegen hart- en vaatziekten
  • Verfijnen de gelaatstrekken en maken het gezicht slanker, evenals de romp en de kuiten. T3 is een belangrijke factor in gewichtsvermindering (naar een optimaal gewicht).

Laboratoriumonderzoek naar z’n Vitamine D status en Jodiumdepot leverde op dat er sprake is van een extreem tekort aan vitamine D en een zo mogelijk nog veel extremer tekort aan Jodium. Nog nooit zagen we een patiënt met zo’n lage Jodiumwaarde.

Vanwege deze extreem lage waarden worden een suppletie programma ingezet met o.a. hoog Vitamine D3 en Jodium (in de vorm van Iodoral). De ervaring leert dat dit tijd nodig heeft. Ik zie hem 6 maanden later terug. Het verschil is meer dan opmerkelijk. Hij ziet er veel beter uit, z’n energie is aanmerkelijk verbeterd. Behandeling wordt gecontinueerd en op een later moment worden de laboratoriumwaarden opnieuw bepaald om de voortgang te objectiveren.

Bij sommige auteurs over schildklier hypofunctie kom je de opmerking tegen dat een vertraging van de stofwisseling als gevolg van een ernstig T3 tekort een beeld oplevert alsof iemand langzaam dood gaat. In dit geval had het er in elk geval alle schijn van en in die zin is deze man opnieuw aan het terugkeren naar het ‘land der levenden’. Geweldig om te zien, schrijnend dat dit soort zaken kennelijk zo gemakkelijk over het hoofd worden gezien.


9 reacties

De petfles rukt op!

De mensheid sterft, lang leve de vooruitgang“! In een rap tempo worden de laatste restjes natuurlijke leefomgeving geofferd op het altaar van de vooruitgang, het evangelie van duurzaamheid, zogenaamd milieubewustzijn en natuurlijk, economische groei! “Wijn in petfles gaat het maken” kopt het Nederlands Dagblad. De petfles (en Tetra Pak) rukt op. Wat is daar op tegen, zo zult u zich afvragen.

Petflessen (én heel veel andere plastics) bevatten bepaalde chemische stoffen (plastic weekmakers) die bekend zijn geworden onder de naam ‘Xenoestrogenen’. Dit zijn oestrogeenachtige moleculen die in de vrije natuur helemaal niet voorkomen, ze zijn door de mens bedacht in z’n strijd voor vooruitgang. Oestrogenen zijn geslachtshormonen, samen met het progesteron worden ze ook wel de ‘vrouwelijke hormonen’ genoemd, hoewel ze in lagere concentraties ook aanwezig zijn in het lichaam van de man. De oestrogenen staan bekend als celgroei bevorderend terwijl progesteron het tegenovergestelde doet. Het is daarom dat oestrogeen dominantie bekend is geworden als een kankerbevorderende situatie. De reguliere geneeskunde gebruikt in de strijd tegen hormoongevoelige tumoren medicijnen die een anti-oestrogene werking hebben. Ons milieu vertoont steeds meer kenmerken van een ‘oestrogeen soep’. Restanten van oestrogenen, op grote schaal gebruikt in o.a. anti-conceptiva komen in ons oppervlaktewater en drinkwater terecht. Onderzoek heeft uitgewezen dat een verontrustend groot aantal diertjes in het Nederlandse oppervlaktewater onderhevig zijn aan geslachtsverandering, spontaan ontwikkelen ze zich van een mannelijk exemplaar in een vrouwelijk exemplaar, vanwege deze oestrogeenvervuiling.

Daar komen dan nog de Xenoestrogenen bij. De gevolgen zijn enorm, ook voor de mens. Xenoestrogenen geven een verstoring van de natuurlijke hormoonproductie bij de mens. In 2008 rapporteerde een Duits onderzoek dat er een wijdverbreide vervuiling is vastgesteld van Xenoestrogenen in mineraalwater dat verpakt is in petflessen. Deze moleculen migreren van het verpakkingsmateriaal naar de vloeistof die erin zit en zo komen ze in de mens terecht. Ze worden ook wel aangeduid als ‘hormone disrupters’, hormoonontregelaars. De gevolgen?

* Borstkanker (de toename van borstkanker in Noord-Amerika is bijna verdrievoudigd sinds 1950)
* Fibrocysten in de borsten
* Auto-immuunziekte (zoals lupus en thyroïditis)
* Verhoogde bloedstolling (verhoging van het risico van een beroerte)
* Allergieën (waaronder astma, netelroos, huiduitslag, sinus problemen)
* Versnelling van het verouderingsproces
* Baarmoederkanker
* Haaruitval
* Gewichtstoename
* Geheugen verlies
* Osteoporose
* Premenstrueel Syndroom (PMS)
* Prostaatkanker
* Schildklierstoornissen
* Onvruchtbaarheid
* Verminderd mannelijke seksueel functioneren
* Afname productie zaadcellen

Maar………… gemakkelijk is het wel zo’n petfles. Proost!