Ccgforum's Weblog

Just another WordPress.com weblog


Een reactie plaatsen

Periodiek gratis webinar voor consumenten

webinar

Vanaf heden zijn er periodiek informatieve webinars over specifieke onderwerpen met de mogelijkheid om uw vragen betreffende het thema te stellen en daarop een reactie te krijgen. Mocht u het medium nog niet kennen? Een webinar is een seminar waarvoor u de deur niet uit hoeft, u neemt gewoon plaats achter uw computer en ontvangt van ons na inschrijving een uitnodiging voor deelname, per e-mail.

Voorwaarde:

  1. U beschikt over een headset
  2. Uw computer of tablet beschikt over een webcam
  3. U bent géén professional

Het eerst volgende onderwerp gaat over de gevolgen van synthetisch oxytocine (weeënopwekkers) voor moeder en kind.

U kunt zich inschrijven tot 29 september a.s. Datum en tijdstip wordt daarna bekend gemaakt.

U kunt uw belangstelling kenbaar maken door een mail te sturen naar wim@ccgforum.com o.v.v. “Webinar OXT”.


4 reacties

Oxytocine, weeënopwekkers & herstel

De gevolgen van het gebruik van weeënopwekkers op de gevoeligheid voor de eigen oxytocine is uitvoerig elders op deze blog beschreven. Daarnaast blijkt een onbekend deel van de mensen met een hechtingsstoornis vanwege stress in de zeer vroege levensfase een verlaagde oxytocine gevoeligheid te hebben. Naar schatting zou 1 op de 3 mensen in ons land daar last van hebben. Alles met elkaar is het reëel om te veronderstellen dat een groot aantal mensen in ons land een verlaagde gevoeligheid voor oxytocine hebben.

De manier waarop zich dat uit is zeer divers en lang niet altijd gemakkelijk te herkennen.

Oxytocine is samen met Vasopressine op hersenniveau o.a. verantwoordelijk voor de aansturing van de Nervus Vagus. Deze zenuwbundel is een zeer belangrijke component van het parasympatische (PS) deel van het autonome zenuwstelsel ( ANS balans.pages ). De PS stuurt processen aan die te maken hebben met herstel, regeneratie, slaap (als het goed is onze belangrijkste regeneratie periode), uitscheidingen etc. Een verlaagde Oxytocine gevoeligheid vanaf de vroege kindertijd kan zich manifesteren in een blijvend slechte functie van de N. Vagus en daarmee een blijvend tekort op de balans aan de zijde van herstel.

Dit betekent concreet dat iemand versnelt inteert op de lichamelijke reserves. De grote vraag is dan vervolgens hoe toereikend die reserves zijn. Sommige mensen houden dat heel lang vol anderen veel minder. Maar vroeg of laat geeft dit problemen. Plat gezegd leidt het tot een versnelde biologische veroudering waardoor ook de ongemakken van het ouder worden jaren eerder, en soms vele jaren eerder, zullen optreden, inclusief het risico op chronisch degeneratieve ziekten.

Ageing

Mensen met een slechte N. vagus functie en dus met een slecht herstel hebben als regel een lage gemiddelde hartslag variatie (HRV) in de nacht. Middels een HRV meting is dat inzichtelijk te krijgen. Hieronder een voorbeeld van een persoon met een bijzonder lage gemiddelde HRV (RMSSD) in de nacht (periode met blauwe lijn eronder).

N. Vagus 1

Ter vergelijk hier een profiel van iemand met een uitstekend herstel in de nacht:

RMMSD hoog

De 72uurs (of langer) HRV meting geeft een gedetailleerd beeld van het functioneren van het Autonome Zenuwstelsel gedurende de hele meetperiode, tijdens het leven van alle dag (werken, vrije tijd en nachtrust).

bbf633_d0c4eb35b8b04b07a77af68e574debc5mv2-jpg_srz_694_268_85_22_0-50_1-20_0-00_jpg_srz

Een paar belangrijke statements op basis van voornoemd onderzoek:

  1. Slapen en herstellen zijn helaas geen synoniemen. Mensen kunnen aangeven voor hun besef prima geslapen te hebben terwijl het herstel toch onvoldoende of misschien zelfs slecht is.
  2. Mensen met een slecht herstel gedurende de slaap zijn niet per definitie vermoeid. Denk maar aan de al eerder gebruikte metafoor van de zalm (https://ccgforum.com/category/stressvolle-beroepen/) lange tijd kunnen mensen die in een zgn. sympaticus dominante toestand verkeren heel veel doen zonder dat ze geconfronteerd worden met de gevolgen van een slecht herstel. De metafoor van de zalm bewijst dat ‘prestatieniveau’ en ‘energie-beleving’ geen betrouwbare graadmeters zijn voor vitaliteit en gezondheid.
  3. Wanneer mensen een slecht herstel gedurende de slaap hebben waarbij dat níet terug te voeren is op het gedrag ’s avonds (of overdag) is er per definitie een storing in de functie van het centrale zenuwstelsel waardoor het lichaam niet reageert conform het gedrag. Als een auto waarvan de chauffeur zich wellicht correct gedraagt in het verkeer alleen reageert de auto niet conform dat gedrag, er is bijvoorbeeld een slecht functionerende rem.
  4. Het gevoel hebben ‘goed te kunnen ontspannen’ komt lang niet altijd overeen met de werkelijkheid. Een belangrijke groep mensen herstelt overdag niet, zelfs niet wanneer ze daarvoor wel het juiste gedrag vertonen (pauzeren, een middagslaapje, zelfs yoga of meditatie).

Voor meer informatie: wim@ccgforum.com

 


Een reactie plaatsen

Oxytocine en hechtingsstoornis

fetus-482

In mei 2015 besteedde ik in een blog aandacht aan de observatie dat het resetten van de Oxytocine receptoren (=hypothese) succesvol was bij de behandeling van een vrouw met hechtingsproblematiek terwijl ze níet met behulp van weeënopwekkers geboren was. Inmiddels meer dan een jaar verder heb ik tientallen andere gevallen gehad waarbij dit effect nadrukkelijk bevestigd is. Kennelijk, zo is mijn conclusie, zijn omstandigheden tijdens de zwangerschap, rond de geboorte en in de eerste levensfase van het jonge leven cruciaal voor een optimale functie van o.a. het Oxytocine systeem. Tegelijk geven deze observaties meer grond voor de overtuiging dat de fysiologische component óók binnen de psychologie eigenlijk nooit buiten beschouwing zou mogen blijven.

Mijn voorlopige conclusie op basis van genoemde observaties is dat een vorm van “onveilige start” (en ik zal zo uitleggen wat ik daarmee bedoel) in het leven gecombineerd met een bepaalde gevoeligheid in staat is tot een levenslange verstoring van regelsystemen in het menselijk lichaam, waaronder het zo belangrijke Oxytocine.

In een eerdere blog heb ik de effecten van Oxytocine getracht te visualiseren aan de hand van de foto van een tevreden drinkende baby aan de moederborst. Los van het feit dat dit een situatie is die normaal gesproken zowel bij moeder als bij kind een toename van de Oxytocine productie geeft, representeert dit plaatje m.i. alle aspecten die samenhangen met het effect van Oxytocine.

In sommige gevallen bleek de “onveiligheid” nadrukkelijk aan te wijzen te zijn, zoals bij die casus waarbij de ouders tijdens de zwangerschap met de dood bedreigd werden. Of in het geval van de baby die verwekt werd terwijl de ouders in hevige onmin leefden en vanwege de ongeplande zwangerschap besloten nog bij elkaar te blijven, wat zeer zeker geen succes was. Maar ook een emotioneel afwezige moeder door PND of een werkelijk afwezige moeder door hospitalisatie kan dit soort effecten hebben. Maar er zijn ook gevallen geweest waar de “onveiligheid” niet te benoemen viel maar waar er wel een positieve reactie was op de Oxytocine-behandeling.

Maar het beperkt zich zeker niet tot Oxytocine. In de wetenschap is de term “Early Life Stress (ELS)” gangbaar om de effecten van stress in de vroege fase van het leven op het functioneren in de rest van het leven te bestuderen. Zo zijn er ook  studies die aantonen dat er een invloed is van ELS op het Endocannabinoïd systeem (daarover een volgende keer mer).


6 reacties

Vragen over de gevolgen van Oxytocine-gebruik 5:

Vraag 11: Mijn bevallingen zijn al tien jaar en meer geleden. Heeft het dan nog invloed en heeft het dus zin om het te laten ontstoren?

Als u bedoelt of het zin heeft voor uw kind dan kan ik onomwonden positief reageren. Zoals gezegd zijn het met name de baby’s die doorgaans gevolgen van de oxytocine ondervinden en in principe is dat blijvend, tenzij het gecorrigeerd wordt. Met regelmaat pas ik die behandeling toe op volwassenen die 30 of 40 of meer jaar na hun geboortedag nog steeds opmerkelijk baat hebben bij het herstel van de oxytocine gevoeligheid.

Vraag 12: Heeft de baby waar ik nu zwanger van ben, last van de oxytocine die ik bij mijn vorige bevalling kreeg?

Daar ga ik niet zondermeer van uit tenzij de oxytocine toediening destijds blijvende veranderingen bij u zelf heeft veroorzaakt. In bepaalde gevallen is een verminderde receptor gevoeligheid namelijk wel door te geven in de generaties (Csaba: ‘transgenerational inprinting”).

Vraag 13: Heeft elke homeopaat hier ervaring mee, of hoe weet ik bij wie ik moet zijn om te laten ontstoren?

Daar kan ik helaas geen afdoende antwoord op geven. Je zou mogen verwachten van wel, maar in de praktijk blijken er nog steeds collega’s te zijn die hier geen ervaring mee hebben.

Vraag 14: Is homeopathie de enige manier om van de klachten af te komen?

Zeg nooit ‘nooit’, maar bij mijn weten wel en ik ben er tot op heden wel sterk van overtuigd dat het de snelste en meest zekere route is.

Vraag 15: Zijn er tips voor moeders/vrouwen om een infuus bij een eventuele volgende zwangerschap te voorkomen (indien mogelijk)?

Deze vraag is ook een onderwerp op zich waar ik binnenkort een aparte blog aan zal wijden.

-wordt vervolgd –


6 reacties

Vragen over de gevolgen van Oxytocine-gebruik 4:

Vraag 5: Mag ik ontstoren tijdens mijn zwangerschap? En tijdens het geven van borstvoeding? De adviezen van homeopaten verschillen op dit vlak.

Onder ‘ontstoren’ wordt verstaan het resetten van de gevoeligheid van de oxytocine receptoren. Erg is geen enkele reden om te denken dat het níet tijdens de zwangerschap zou mogen. Als er indicaties voor zijn zullen moeder én ongeboren baby daar voordeel van hebben. Ook tijdens de periode van de borstvoeding is dat geen enkel probleem.

Vraag 6: Als ik borstvoeding geef (en ik mag ontstoren), moet mijn baby of kind dan apart onstoord worden of gebeurt dat via de borstvoeding?

Zie het antwoord op vraag 5. Er wordt wel beweerd dat de behandeling via de borstvoeding ook op de baby zou werken. Ik acht het niet uitgesloten maar harde bewijzen heb ik er nooit voor gezien. Ik prefereer de directe behandeling waarbij de baby zelf de behandeling ondergaat.

Vraag 7: Ik gebruik syntocinon in een neusspray voor het opwekken van een toeschietreflex. Heb ik daar dan ook last van, of extra last van in combinatie met weeënopwekkers? Zou het schelen als ik daarmee stop? Krijgt mijn kindje ook iets van die syntocinonneusspray binnen?

Het gebruik van synthetisch oxytocine raad ik in principe in alle gevallen af, tenzij er sprake is van een noodsituatie (dit ter beoordeling aan de gynaecoloog). Het gebruik van oxytocine neusspray om de toeschietreflex te reguleren valt daar zeker ook onder. In de eerste plaats voor de baby. De gevoeligheid voor verlies van gevoeligheid van de receptoren is bij hen extreem in vergelijking met de moeder. De combinatie oxytocine om de weeën op te wekken gevolgd door het gebruik van de oxytocine neusspray acht ik derhalve buitengewoon ongewenst.

Vraag 8: Maakt het uit of je veel of weinig weeënopwekkers hebt gekregen tijdens je bevalling? Of zijn de effecten bij beide nagenoeg hetzelfde?

Die vraag is moeilijk te behandelen omdat daar geen systematisch onderzoek naar is. Een basaal gegeven is dat de gegeven dosering per definitie hoger is dan wat er van nature in het lichaam van de vrouw plaats vindt en, niet in de laatste plaats, dat de natuurlijke afgifte van oxytocine bij de vrouw rond de bevalling pulserend van karakter is. Oxytocine toediening per infuus is dat allesbehalve en daarin zit ook een belangrijk tegennatuurlijk element. Ik heb heftige verstoringen gezien naar toediening van slechts een kortstondige toediening van weeënopwekkers. Ontegenzeggelijk speelt ook de gevoeligheid van de baby een rol. Het ene kind zal bij een bepaalde dosering sterker ontregelt raken dan het andere kind.

Vraag 9: Als ik last heb van de weeënopwekkers, heeft mijn kind dat per definitie dan ook? 

Ik denk dat je er van moet uitgaan dat ieder kind dat met de hulp van synthetisch oxytocine geboren wordt in meer of mindere mate daar een verstoring aan overhoud, ongeacht de hinder die de moeder van de weeënopwekkers heeft gehad.

Vraag 10: Ik herken me hier helemaal niet in, ik lijk me beter te voelen na deze bevalling mét weeënopwekkers dan na de drie vorige bevallingen zonder. Moet ik het dan toch laten ontstoren?

Zie het antwoord op vraag 9. Wat u beschrijft is zondermeer een interessante observatie die ongetwijfeld iets zegt over de toestand van uw eigen lichaamsfysiologie, maar dat staat los van de invloed die de weeënopwekkers op de baby zullen hebben gehad. Met opnieuw de kanttekening dat die invloed ook mee afhankelijk is van de gevoeligheid van het kind.

-wordt vervolgd-


Een reactie plaatsen

Vragen over de gevolgen van Oxytocine-gebruik 3:

Ik wil hier wat uitgebreider ingaan op de volgende vraag: Is er een manier om de effecten van weeënopwekkers bij mijn baby te herkennen? Wat zijn typische klachten? 

Het lichaam kent een aantal zogenaamde regelsystemen. Systemen die ervoor moeten zorgen dat we temidden van een voortdurend veranderende reeks aan stressfactoren een adequaat intern evenwicht kunnen bewaren. Stress dient hier wel breed gedefinieerd te worden. In de biologische betekenis van het woord is alles stress wat een verstoring aanbrengt binnen ons organisme en waar dus een reactie op moet worden gegeneerd. In die betekenis is zelfs het eten van een maaltijd een vorm van stress, wat alweer illustreert dat stress helemaal niet per definitie verkeerd is. Uiteindelijk gaat het eigenlijk ook helemaal niet om stress. Het gaat erom of er t.o.v. de stressdruk voldoende hoogwaardig herstel staat.

Ieder regelsysteem moet kunnen versnellen maar ook kunnen vertragen. Een auto heeft een gas maar zeker ook een rem nodig. Zo is dat ook met de mens. Er zijn processen die leiden tot toename van energie productie, tot meer activiteit etc. En is zijn processen die remmen, die ervoor zorgen dat we weer (echt) tot rust komen, herstellen en regenereren.

Oxytocine is een bijzonder stofje omdat het als hormoon maar óók als neurotransmitter dienst doet. Het is een stofje dat duidelijk aan de remmende en ontspannende kant staat. Voor een eenvoudige weergave van de opbouw van ons autonome zenuwstelsel, zie: ANS balans.pages.

Oxytocine is in die termen dan een typisch parasympatisch stofje.

Als eenvoudige kapstok kunt u het volgende beeld gebruiken. Het ultieme beeld wat je aan oxytocine activiteit kunt koppelen is dat van een drinkende baby aan de moederborst. Deze karakteristieke situatie geeft zowel bij de moeder als de baby een oxytocine boost. Maar ook de setting is veelzeggend. Het is een beeld dat geassocieerd kan worden met veiligheid, geborgenheid, intimiteit en samenzijn, genieten, ontspannen, voeding etc.

Kinderen met een verminderde oxytocine activiteit ontberen in meer of mindere mate deze uitingen. Dat wil zeggen dat er vaak sprake is van een gemis aan een basaal veiligheidsgevoel, wat zich weer kan uitten in een overdreven behoefte aan structuur, vaste ritmes en gewoontes en voorspelbaarheid van gebeurtenissen. Maar ook angsten (bang in donker bijv.) en andere uittingen hiervan kunnen voorkomen. Snel aangevallen of bekritiseerd voelen (bij oudere kinderen). Als compensatie van dat gevoel van onveiligheid, sterk defensief gedrag vertonen met de neiging tot vechten of moeite om agressie te controleren. Fascinatie voor speelgoedwapens of vechtspelen. Autistiform gedrag, moeite om relaties aan te gaan, erg op zichzelf, leven in een eigen wereldje, weinig echt contact etc.

Moeite met slapen, moeite met alleen zijn, een sterke behoefte aan knuffelen en aangeraakt of gestreeld worden of juist het tegendeel; afkeer van aanraking en knuffelen. Beide uitersten ben ik tegen gekomen. Moeite om zich te ontspannen, onrust en/of hyperactief gedrag. Bij baby’s vaak hoge spierspanning (ook tijdens de slaap), onrustig, slecht slapen, overdreven waakzaam, snel gewekt uit de slaap, veel huilen en alleen te troosten in de armen van moeder (of vader). Opvallend vaak is er juist een sterke hang naar moeder en enkele malen heb ik zelfs (bij jonge meisjes) een afweer richting vader gezien. Niet in slaap kunnen vallen als moeder er niet bij is. Allerlei spijsverteringsklachten. In het plaatje van het autonome zenuwstelsel kun je zien dat ook spijsvertering en uitscheiding onder de parasympaticus activiteit valt. Daarom zie je bij heel veel “oxytocine-kinderen” dat ze verteringsproblemen hebben in alle denkbare variaties.

U ziet wel er is een grote diversiteit aan mogelijke uittingen, o.a. afhankelijk van de leeftijd van het kind. Rode draad is wel altijd dat er onderliggend een gemis is aan rust, beleving van veiligheid en het vermogen om te ontspannen (slaap).


2 reacties

Vragen over de gevolgen van Oxytocine-gebruik 2:

Vraag 1: Als je de oxytocine niet laat ontstoren, blijf je er dan altijd last van houden?

Dat is wel te verwachten. Het onderzoek van prof. Csaba en zijn groep naar de eigenschappen van receptoren laat zien dat een verminderde gevoeligheid van receptoren normaal gesproken niet vanzelf weer herstelt. Daar is ten minste een gerichte therapeutische actie voor nodig.

Vraag 2: De gevolgen die moeders ervaren lijken op de symptomen van een postpartum depressie. Hoe weet je het verschil? Of is er overlap? Of zit het nog weer anders?

Dat is juist opgemerkt. Meerder onderzoeken hebben ook aangetoond dat vrouwen met een lage oxytocine activiteit een grotere kans hebben op het krijgen van PPD (PND).  Het is belangrijk om te beseffen dat een diagnose feitelijk niet meer dan een etiket, een naamgeving is en zelden verklarend over de achterliggende verstoring. De bekende arts/auteur Ivan Wolffers schreef daarover ooit het volgende zeer lezenswaardige boekje: Duurwoorderij & geheimtaal De gevaren van het medisch taalgebruik. In elk individueel geval van PPD zal weer gekeken moeten worden welke verstoringen er aan ten grondslag liggen, het blijft maatwerk. Maar oxytocine is ontegenzeggelijk een belangrijke factor bij PPD.

Vraag 3: De gevolgen die moeders ervaren lijken ook op de symptomen van schildklierproblemen. Hoe weet ik het verschil hiertussen, of is er ook een overlap?

Ten dele verwijs ik hierbij naar het antwoord op vraag 2. Daarnaast is het zo dat er een specifieke relatie is tussen oxytocine en de schildklierfunctie. Er is aangetoond dat oxytocine de schildklierfunctie ondersteunt doordat het de opname van het voor de schildklier zo essentiële element jodium in de schildkliercellen bevordert. Zowel oxytocine als prolactine (van belang voor moedermelk productie) stimuleren de opname van jodium via het ‘jodium transport systeem’. Een verlaagde oxytocine activiteit bevordert derhalve het ontstaan van een verminderde schildklieractiviteit (hypothyreoïdie).

Vraag 4: Is er een manier om de effecten van weeënopwekkers bij mijn baby te herkennen? Wat zijn typische klachten? 

Dat is een hele terechte vraag die om een ruimere beantwoording vraagt. Ik zal later vandaag een apart stukje wijden aan deze vraag (Vragen over de gevolgen van Oxytocine-gebruik 3).