Ccgforum's Weblog

Just another WordPress.com weblog


2 reacties

Effectief en duurzaam afvallen – vervolg

We zouden even terug komen op de invloed van de oestrogenen op de functie van de schildklier.

Zoals elders op deze weblog is beschreven moet het schildklier pro-hormoon omgezet worden in de biologisch actieve vorm T3. Dit is een uiterst belangrijke stap maar geen functie meer van de schildklier zelf. Daarom is het zo’n ernstige beperking om alleen naar de functie van de schildklier te willen kijken. Zelfs als iemand een normale schildklierfunctie heeft kan het nog zo zijn dat bijvoorbeeld de omzetting T4 naar T3 gebrekkig verloopt.

  1. Teveel oestrogeen kan leiden tot een gebrekkige T4/T3 omzetting.
  2. Teveel oestrogeen kan de opname van de schildklierhormonen afremmen.
  3. Teveel oestrogeen kan leiden tot een te hoge productie van het schildklierhormoon transport eiwit (TBG = Thyroid Binding Globulin). Hierdoor is teveel T4 en T3 gebonden en is er een tekort aan het zogenaamd vrij-T4 en vrije-T3 (resp. FT4 en FT3).
  4. Teveel aan oestrogeen is een belangrijke component voor het ontstaan van auto-immuun ziekten, waardoor het ook een rol kan spelen bij schildklier auto-immuun ziekten als Hashimoto en Graves.
  5. In de periode van de menopauze dalen de progesteron waarden sterk en kan er gemakkelijk een (nog sterkere) oestrogeen dominantie ontstaan. Reden waarom aandoeningen als hypothyreoïdie (te trage schildklier) maar ook Hashimoto drastisch toenemen in de periode van de menopauze.

Wat zijn de meest  voorkomende oorzaken van een oestrogeen dominantie?

  • Overproductie in vergelijking met de productie progesteron.
  • Stress is een belangrijke factor. Het stress hormoon cortisol wordt namelijk gemaakt van progesteron. Chronisch verhoogde cortisol productie zorgt er dan voor dat er te lage progesteron waarden ontstaan. Eenvoudig gezegd; als het lichaam moet kiezen  tussen ‘overleven’ en ‘voortplanten’ gaat overleven altijd voor (cortisol dus).
  • Hormonale anticonceptiva kunnen een verstoring van de schildklierstofwisseling geven.
  • Voeding: volgens sommige bronnen is het gebruik van voeding de grootste oorzaak van oestrogeen dominantie bij vrouwen. O.a. doordat voeding resten bevat van een groep pesticiden die vallen onder de “Endocrine Disrupting Chemical” (Hormoon Verstorende Chemicaliën). Maar ook teveel cafeïne, suiker, geraffineerd voedsel e.d. kunnen een oestrogeen verhogend effect hebben. Maar ook de hedendaagse gluten en koemelk kunnen een verstoring geven van de hormoonhuishouding.
  • Het gebruik van voedsel met Fyto-oestrogenen, zoals soja.
  • Obesitas zelf. Dat is een lastige, want vetcellen kunnen oestrogeen produceren en de berucht groep xeno-oesterogenen (zie verder) hebben de neiging zich op te hopen in het lichaamsvet. Vetweefsel is niet een soort passief reserveweefsel maar het participeert actief in de stofwisseling.
  • Alles wat de lever te sterk belast (zoals overmatig alcoholgebruik) kan leiden tot een verminderd vermogen tot afbraak van oestrogenen, dat in de lever plaats vindt.
  • Xeno-oestrogenen: er is een grote groep synthetische stoffen die evenals oestrogeen óók aanhechten in het het lichaam aan de oestrogeen receptoren. De plastic-weekmakers zijn daarvan een beruchte vertegenwoordiger, maar zoals gezegd, ook bepaalde pesticiden. Verder vallen bepaalde industrieel gebruikte oplosmiddelen hieronder. Stoffen die gebruikt worden in cosmetica, in schoonmaakmiddelen, in lijm, in verf, in vloerbedekking etc.

toxicfood

Oestrogeen dominantie kan worden vastgesteld met een speeksel-hormoontest. Wanneer DHEA en testosteron laag zijn, oestrogeen (estradiol) is normaal of hoog en progesteron is laag, dan is er sprake van een oestrogeen dominantie.

Wat in dit hele verhaal nog niets eens is meegenomen is het gegeven dat het gebruik van synthetische vrouwelijke hormonen (zoals de anticonceptiepil) tot een blijvende afname van de gevoeligheid van bepaalde hormoonreceptoren kan leiden. Dit is te corrigeren, maar gebeurt dat niet dan kan het een blijvende behandelblokkade zijn waardoor herstel van een optimale hormoonhuishouding en stofwisseling (en dus verlies van overtollig gewicht) geblokkeerd kan worden.

Alles met elkaar illustreert bovenstaande waarom gewichtsverlies bij vrouwen in de regel een complexere aangelegenheid is dan bij de meeste mannen. Zeker in een tijd dat het aantal hormoonverstorende invloeden (bij vrouwen) enorm is.

Zowel een te trage schildklierstofwisseling als een oestrogeen dominantie zijn ‘dikmakers’ die elkaar dus ook nog eens onderling versterken.

Daarom dient ook overgewicht altijd vanuit een systemische visie benaderd te worden. Vrouwen die met het 2.5 Vasten Dieet niet of te weinig afvallen zouden zich moeten laten onderzoeken of er bovenstaande factoren zijn die hiervoor verantwoordelijk zijn.

 


Een reactie plaatsen

-18

De kop van deze blog slaat niet om een mogelijk naderende strenge winter maar is een vervolg op de reeks: “Effectief en duurzaam afvallen” (VII).

cold-9d26a57bc0133252e4e70fb06ca4c1d6e74c778a-s300-c85

De teller van het gewichtsverlies staat namelijk momentel op -18, nog 4 te gaan. En wederom, moeiteloos! Sterker nog, op de niet-vasten dagen heb ik me echt niet ‘ingehouden’ tijdens de decembermaand.

Er zijn een aantal mogelijke ‘blokkades” waarom de methode misschien niet bij iedereen zo succesvol is. De belangrijkste daarvan wil ik in de komende blogs behandelen.

  1. Exorfinen belasting
  2. Te trage schildklier stofwisseling (let op: dat is niet synoniem met schildklier-functie: zie elders op deze weblog).
  3. Tekorten aan essentiële nutriënten

 

Wordt spoedig vervolgd.


2 reacties

Effectief en duurzaam afvallen? (IV)

Eén van de boeiende elementen van de rondgang die Michael Mosley heeft gehouden door de wetenschap is dat hij allerlei vormen van vasten geprobeerd heeft, maar steeds heeft vastgehouden aan zijn uitgangspunt, dat het wel leuk moet blijven.

Maar eerst even naar het biologisch principe van de Hormesis. Mosley beschrijft het in zijn boek  (“The fast diet”), onder het kopje “That which does not kill us makes us stronger” (Dat wat ons niet doodt maakt ons sterker). Het hermetisch principe is een bijzondere relatie tussen de dosis van een stof of een prikkel, en het effect. Wikipedia beschrijft het als volgt: Hormesis is in de toxicologie het fenomeen dat een stof die in hoge dosis schadelijk is voor een organisme, bij lage dosis positieve effecten kan hebben.

Anders gezegde en gedoseerde prikkel kan juist een stimulerend effect hebben. Laten we het illustreren aan de hand van de calorie-inname. Heel veel diëten die zich mogen verheugen in tijdelijke grote aandacht, de zogenaamde hypes, zijn gebaseerd op het principe van de calorie-restrictie. Dat wil zeggen dat er dagelijks beduidend minder calorieën worden gegeten (natuurlijk eet je geen calorieën maar het is een maat voor de hoeveelheid energie die een voedingsmiddel bij verbranding in ons lichaam kan opleveren), dan dagelijks gemiddeld nodig is (vrouwen ca. 2000 kCal/dag en mannen ca. 2400 kCal/dag). De gedachte is dat als je maar minder inneemt dan het lichaam nodig heeft dat het lichaam dan automatisch de opgeslagen reserves (vetweefsel) gaat aanspreken om het tekort aan te vullen. Mathematisch lijkt dat een waterdicht verhaal, maar dat is het niet. Er is veel over te zeggen maar dat ga ik nu niet doen. Eén van de ongewenste effecten van deze doorlopende (!) stress is dat de schildklierstofwisseling blijvend vertraagd waardoor mensen wanneer ze weer normale hoeveelheden gaan eten snel in gewicht aan komen en niet zelden hoger uitkomen dan het startgewicht. Het beruchte jojo-effect dat menigeen al tot wanhoop heeft gedreven. Je zou zondermeer kunnen stellen dat deze doorlopende (en dús niet gedoseerde) stress een negatief effect heeft.

diet-11

Bij intermitterend vasten wordt er periodiek met een interval een calorie-stress gecreëerd. In het onderzoek over dit fenomeen zijn bij knaagdieren alle mogelijke varianten onderzocht. Mosley vond uiteindelijk dat het ritme van 2 dagen per week een beperkte calorie-inname t.o.v. 5 dagen per week normaal eten goed te doen was ook op de lange termijn. Vandaar de naam van zijn methode 2.5 Vasten Dieet.

Deze gedoseerde calorie-stress heeft tal van positieve effecten: verlies van overgewicht, structurele daling van de IGF-1 productie etc.

Kort gezegd komt het er op neer dat gedurende 2 niet-aaneengesloten dagen per week (bijv. maandag en donderdag) de voedselinname vanuit calorisch oogpunt wordt teruggebracht tot 25% van de normale richtlijn. Dus vrouwen mogen op die ‘vastendagen’ max. 500 kCal nuttigen en mannen max. 600 kCal.

De overige dagen mag dan normaal gegeten worden. Uiteraard moet men die overige dagen niet gaan overcompenseren, maar de ervaring leert dat die behoefte niet bestaat.

Het betekent overigens wel, en daar zit wat mij betreft een zwakte in het programma, dat je op de zgn. vastendagen calorieën moet gaan tellen.

calories_counter_21747_1_1_730

Persoonlijk vind ik dat, temidden van een druk bestaan, een uiterst vervelende bezigheid. Mosley heeft er wel wat op gevonden door een receptenboek uit te brengen met recepten die al aan de genoemde calorische restrictie voldoen. Maar dan betekent het dus op de vastendagen dat je steeds met een kookboek in de hand de avondmaaltijd moet bereiden en niet iedereen heeft daar zin in of tijd voor. Ik heb het vorig jaar een periode gedaan maar al snel was dit de reden dat het rommelig werd en uiteindelijk dat ik er mee stopte.

Over mijn oplossing van dit probleem de volgende keer meer.


Een reactie plaatsen

Effectief en duurzaam afvallen ? (III)

In Equador leeft een groep mensen met een zeldzame genetische afwijking (minder dan 350 wereldwijd) die het Syndroom van Laron wordt genoemd. Het is een aandoening waarbij de betrokkenen een defect hebben in bepaalde groeihormoon-receptoren. Het gevolg is dat ze o.a. kleiner blijven dan mensen die dit genetisch defect niet hebben. Echter, een opvallend fenomeen is dat deze mensen ongevoelig lijken te zijn voor beschavingsziekten als Diabetes mellitus type II en kanker.

Er is onderzoek verricht aan muizen die genetisch zodanig waren gemanipuleerd dat ze een vergelijkbare stoornis hadden, ze worden dan ook de Laron muizen genoemd. Ook hier trad een vorm van dwerggroei op t.o.v. de soortgenoten die de betreffende afwijking niet hadden. Maar, onder gelijke omstandigheden, leefden de Laron muizen maar liefst 2x micezo lang dan hun normale soortgenoten.

De reden hiervoor was dat de Laron muizen als gevolg van de genetische manipulatie ongevoelig waren voor een stofje in het lichaam dat we IGF-1 (Insulin like Growth Factor 1) noemen. Als je jong bent en in de groei heb je IGF-1 en andere groeifactoren nodig voor je ontwikkeling. Maar op latere leeftijd leidt het tot een versnelde biologische veroudering en een toename van beschavingsziektes als Diabetes type II en kanker.

Het vele onderzoek dat is gedaan met betrekking tot alle mogelijke vormen van vasten heeft aangetoond dat het een manier is om de IGF-1 productie in het lichaam te reduceren, met alle gunstige gezondheidsaspecten van dien.images-1

Daarnaast heeft vasten nog veel meer heilzame effecten, maar voor deze blog wil ik me hiertoe even beperken.

Zonder overdrijven kunnen we stellen dat IGF-1 een stofje blijkt te zijn waarvoor geldt dat een te hoge concentratie op volwassen leeftijd een belangrijke voorwaardelijke factor is voor tal van beschavingsziektes zoals overgewicht, Diabetes type II en kanker.

In de volgende blog morgen, een vervolg, over de waarde van intermitterend vasten.


1 reactie

Effectief en duurzaam afvallen? (II)

Op 4 mei jl. schreef ik en Column over “Overdaad”. De tekst van deze column is ook op deze blog terug te vinden.

De ‘alomtegenwoordigheid’ van voedsel, of datgene wat er voor door gaat, is een groot gezondheidsprobleem in de westerse wereld.

excess-sugar-intake

 

 

 

 

En veel van die voeding is een wanproduct van de voedingsindustrie en één ding is zeker, die industrie heeft niet het welzijn van de eindgebruikers op het oog. Er is veel te verbeteren aan de keuzes die we maken als het gaat om voeding. Maar zelfs als we daar in meer of mindere mate bewust mee om gaan houdt het niet automatisch in dat we de overtollige kilogrammen kwijt raken.

De Engelse arts en programmamaker bij de BBC Michael Mosley heeft een monumentaal werk verricht tijdens zijn voorbereidingen voor een documentaire met de titel “Eat, Fast en Live longer” (Eet, vast & leef langer). Zijn aansprekend uitgangspunt was: eten moet wel  een plezierige bezigheid blijven.

Er zijn twee elementen uit de methode van Michael Mosley die ik wil aanstippen in deze serie blogs.

  1. Het belang van een gezond (d.w.z. vooral niet te hoge) concentratie IGF-1 in het lichaam.
  2. Het belang van ‘intermitterend vasten’ of anders gezegd beperkte voedselinname op basis van een interval.

Tenslotte zal ik dan de persoonlijke ervaringen met de methode 2.5 Fasting Diet (2.5 Vasten Dieet) beschrijven en de oplossing die ik heb voor een lastig praktisch aspect van de overigens geniale methode.

Daarover meer in de volgende blog.

 


3 reacties

Koolhydraten maken ziek, niet vet.

De wetenschapsjournalist Gary Taubes heeft in zijn monumentale boek “Good Calories, Bad Calories” overduidelijk aangetoond dat de wetenschappelijke literatuur inzake de relatie tussen voeding en gezondheid slechts ruimte laat voor een eenduidige conclusie: het zijn de koolhydraten die in onze moderne tijd de mens ziek maken, niet de vetten.

Hieronder vindt u de 10 eindconclusies van Taubes:

  1. Vet in onze voeding, of het nu verzadigd is of niet, is géén oorzaak van overgewicht, hart- en vaatziekten, of enige andere beschavingsziekte.
  2. Het probleem vormen de koolhydraten in onze voeding, het effect dat ze hebben op de uitscheiding van Insuline en daarmee de hormonale regulatie van de homeostasis  (=evenwicht) – de totale harmonische samenspel van het menselijk lichaam. Hoe beter verteerbaar en hoe meer geraffineerd (=gezuiverd) de koolhydraten zijn, hoe groter het effect op onze gezondheid, gewicht en welzijn.
  3. Suikers – sucrose (onze tafelsuiker) en HFCS (=High Fructose Corn Syrup: een geconcentreerde combinatie van Glucose [45%] en Fructose [55%] dat veel wordt gebruikt in voedingsmiddelen en frisdranken), zijn met name erg schadelijk, mogelijk omdat de combinatie van glucose en fructose beiden tegelijkertijd de insuline spiegels verhogen terwijl de lever wordt overladen met koolhydraten.
  4. Vanwege het directe effect op insuline en de bloed glucose spiegel, zijn geraffineerde koolhydraten, zetmeel en suikers de voedingsfactor bij uitstek voor het ontstaan van hart- en vaatziekten en diabetes. Zij vormen de meest waarschijnlijke voedingsfactoren voor het ontstaan van kanker, ziekte van Alzheimer en de andere chronische beschavingsziekten.
  5. Obesitas (overgewicht) is een stoornis met excessieve vet stapeling, niet door overeten of door gebrek aan lichaamsbeweging.
  6. Het consumeren van een overmaat aan calorieën is níet de oorzaak dat we dikker worden, niet meer dan dat het bij kinderen de lengte groei bevordert. Het verbruik van meer energie dan we consumeren met onze voeding leidt níet tot gewichtsverlies op de langere termijn, het leidt tot honger.
  7. Toename van vetweefsel en obesitas worden veroorzaakt door een onbalans – een onevenwichtigheid – in de hormonale regulatie van vetweefsel en de vetstofwisseling. Vetsynthese en vetstapeling overstijgen de mobilisatie van vet vanuit het vetweefsel en de oxidatie daarvan (verbranding t.b.v. energie productie). We worden slanker wanneer de hormonale regulatie van het vetweefsel deze balans omkeert.
  8. Insuline is de primaire regulator van vetstapeling. Wanneer de insuline spiegels verhoogd zijn – zowel chronisch als na een maaltijd – stapelen we vet in ons vetweefsel.  Als insuline spiegels dalen, maken we vet vrij uit ons vetweefsel en gebruiken dat als brandstof.
  9. Door het stimuleren van de insuline secretie maken koolhydraten ons dik en veroorzaken uiteindelijk obesitas. Hoe minder koolhydraten we consumeren, hoe slanker we worden.
  10. Door het stimuleren van vetstapeling verhogen koolhydraten ook ons hongergevoel en neemt de energie die we gebruiken in de stofwisseling evenals bij lichamelijke activiteit, af.


Een reactie plaatsen

Overgewicht: wat verzwegen wordt.

Onderzoek naar Obesitas (=Overgewicht) wordt ook uitgevoerd op muizen. Muizen met overgewicht wel te verstaan. Heeft u in de vrije natuur ooit dieren gezien met overgewicht? Nee dus. Zelfs wanneer een muis een overvloed aan eten heeft zal hij zich niet zodanig vol eten keer op keer dat er overgewicht ontstaat. Voor de natuur geldt namelijk: ‘genoeg is genoeg’. Hoe komen de onderzoekers dan in vredesnaam aan muizen die te dik zijn? De oplossing is heel simpel maar ook verbijsterend. Om muizen te kweken die te dik zijn wordt het voer gemengd met de smaakversterker MSG (=Mono-natriumglutamaat = E 621). Deze smaakversterker heeft heel veel invloed op de hersenen, schadelijke invloed wel te verstaan. Eén van de korte termijn effecten van MSG is dat het ‘smaakt naar meer’. Het heeft invloed op het verzadigingsgevoel en mensen eten daardoor meer dan ze van nature zouden doen. O.a. de Fastfood restaurants maken dankbaar gebruik van deze stof. Maar zeker niet als enige, de voedingsindustrie gebruikt onvoorstelbaar grote hoeveelheden van deze voor de mens schadelijke stof. Niet verwonderlijk, want  je kunt smakeloos ‘voedsel’ aangenaam laten smaken door E621 toe te voegen. Er zijn veel aanwijzingen dat E621 ook een belangrijke rol speelt bij het huidige overgewicht bij mensen. Vele duizenden tonnen van dit spul zijn er al gemaakt en vinden probleemloos hun weg naar de mens.

Ik zal de komende tijd wat meer aandacht besteden aan de uiterst zorgwekkende gevolgen van het gebruik van deze smaakmaker. Kijkt u ondertussen maar eens op de verpakkingen van levensmiddelen die u in huis hebt en ontdek in hoeveel verpakte producten MSG (E621) is toegevoegd.

Wordt vervolgd.


107 reacties

Jodiumtekort – een onderschat probleem

Algemeen wordt altijd aangenomen dat we in Nederland geen jodiumtekort meer hebben sinds de invoering van het JOZO-zout en sinds bakkers hun brood bakken met gebruikmaking van dit jodiumhoudend zout. Voordien kwam in Nederland ‘kropziekte’ veel voor. De ADH (aanbevolen dagelijkse hoeveelheid) voor jodium is sindsdien vastgesteld op 150 mcg (=0,15 mg) per dag. De WHO (World Health Organization) heeft evenwel vorig jaar gerapporteerd dat jodiumtekort een wereldwijd gigantisch probleem is. Voor de Nederlandse situatie is becijferd dat meer dan 6 miljoen mensen dagelijks minder dan 100 mcg. jodium binnenkrijgen. Zie: www.jodiumtekort.nl

Terecht stelt de wetenschap dat de ADH aangeduid kan worden als de minimaal noodzakelijke dosis om geen gebreksziekte (kropziekte) te krijgen maar dat dit een verre van optimale dosis is. Vermoedelijk ligt de optimale dosis meer in de buurt van wat de Japanners dagelijks via de voeding binnen krijgen, circa 12 mg, dat is dus 80x meer). Doordat de Japanse keuken dagelijks gebruikmaakt van producten afkomstig van zeewier (een zeer rijke jodiumbron) behoren ze tot de bevolking met de hoogste jodiuminname.
•      Wanneer het jodium depot in het menselijk lichaam voor 90% of meer is gevuld onttrekt de schildklier daarvan 10% voor de eigen functie. Dat betekent dat 90% beschikbaar is voor de overige functies, en dat zijn er veel. De meeste mensen koppelen jodiumgebruik alleen aan de schildklierfunctie. Op het moment dat het jodiumdepot te laag is schakelt de schildklier over op een verbruik van die te lage voorraad van maar liefst 80%. Dat heeft te maken met de hiërarchische betekenis van de schildklier binnen het lichaam. Is er een tekort dat gaat de schildklier vóór.
Een aantal belangrijke functies van jodium in ons lichaam:
•    Jodium is absoluut noodzakelijk voor een gezonde schildklierfunctie.
•    Maar ook voor een gezonde functie van de borstklieren, de eierstokken en de prostaat. Vrouwen met een te laag jodiumdepot hebben een aanzienlijk grotere kans op borstkanker. In Japan is borstkanker een veel minder voorkomend probleem dan in de rest van de westerse wereld.
•    Jodiumtekort leidt tot een grotere kans op schildklier kanker.
•    Jodium heeft een belangrijke beschermende werking tegen bepaald veelvoorkomende giftige substanties als fluor, broom en in mindere mate helpt het bij de ontgifting van kwik en lood.
•    Jodium is een belangrijke antioxidatieve stof (gaat vrije-radikalen schade tegen).
•    Jodium is een zogenaamde ‘apoptose-inductor’. Apoptose is ‘geprogrammeerde celdood’ een normale en noodzakelijke functie die er voor zorgt dat een cel een bepaalde levenscyclus heeft en na verloop van tijd plaats maakt voor een nieuwe cel. Kankercellen staan erom bekend dat ze de apoptose-genen blokkeren en daardoor een soort ‘onsterfelijkheid’ bereiken. Daarmee heeft jodium dus belangrijke anti-kanker effecten.
•    Jodium heeft belangrijke anti-atherosclerose (hart- en vaatziekten) werking.
•    Jodium is belangrijk voor een optimale functie van het immuunsysteem.
•    Er is een relatie aangetoond tussen jodiumtekort en mastopathia fibrosa cystica (een goedaardige woekering met cystevorming in borstklierweefsel, soms overgaan in borstkanker).
•    Jodium heeft een effect tegen uitzaaiingen van een bestaande tumor.
•    Jodium is het beste natuurlijke antibioticum, antivirale middel en antisepticum dat we hebben. Daarom wordt er bij operaties nog altijd gebruik van gemaakt om de huid rond het te opereren lichaamsdeel grondig te ontsmetten. Jodium heeft de breedste werking, de minste bijwerkingen en ontwikkelt geen resistentie bij de bacteriële ziekteverwekkers.
•    Symptomen die samenhangen met een jodiumtekort zijn o.a.
o    Spierkramp
o    Koude handen en voeten
o    Neiging tot gewichtstoename
o    Slecht geheugen
o    Constipatie
o    Depressie
o    Hoofdpijn en migraine
o    Oedeem (vocht vasthouden)
o    Spierpijn
o    Fibromyalgie
o    Zwakte
o    Droge huid
o    Breekbare nagels
•    Moeders die tijdens de zwangerschap onvoldoende jodium binnenkrijgen hebben een aanzienlijk grotere kans op het krijgen van kinderen met ADHD
•    Jodium is essentieel voor de functie van alle hormoonreceptoren en de receptoren van diverse neurotransmitters. Een hormoon heeft pas een functie als het kan aanhechten aan een specifieke hormoonreceptor. Er kunnen klachten ontstaan door een tekort aan het hormoon (bv. Diabetes Type I) of door een verminderde gevoeligheid van de hormoonreceptor (bv. Diabetes type II).
•    Jodiumtekort kane en rol spelen bij het ontstaan van aandoeningen als speekselstenen, ziekte van Dupuytren (contractuur van pezen in de handpalm).
•    Jodium is effectief ingezet om chronische overmatige slijmvorming in de luchtwegen tegen te gaan.
•    Jodium wordt (normaal gesproken) in grote hoeveelheden aangetroffen in de hersenen, met name ook in die delen die betrokken zijn bij ziekte van Parkinson.
•    Jodiumtekort is mogelijk een factor bij het ontstaan van glaucoom (staar).
•    Jodium kan corrigerend werken op verstoorde cholesterol en triglyceriden waarden en hartritme stoornissen.
•    Jodium is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het I.Q. bij baby’s.
•    Kinderen met ADHD en autisme hebben veelal een jodiumtekort.
•    De vorming van histamine (een stof die verantwoordelijk is voor de typische verschijnselen bij allergische klachten) wordt geremd door jodium. Jodiumtekort stimuleert op deze manier het optreden van allergische verschijnselen.
•    Jodium is betrokken bij de productie van diverse enzymen in de darm waaronder lactase, het enzym dat we nodig hebben om lactose (=melksuiker) te kunnen verteren. Lactose intolerantie komt erg veel voor tegenwoordig.