Ccgforum's Weblog

Just another WordPress.com weblog


2 reacties

Verminderde receptor gevoeligheid is bron van problemen.

Op veler verzoek nog even een samenvattend verhaal inzake de problemen als gevolg van verminderde receptor gevoeligheid.

Prof. (em) György Csaba heeft met zijn onderzoeksgroep in de achterliggende decennia overtuigend en gedetailleerd aangetoond dat er allerlei factoren zijn die leiden tot een verminderde gevoeligheid van hormoon- en neurotransmitter receptoren. En dat dit probleem zich niet automatisch herstelt.

De periode tijdens de zwangerschap en in de eerste maanden (tot een jaar) na de geboorte is een mens bijzonder gevoelig voor deze receptor modulatie. Dat wil concreet zeggen dat allerlei factoren tijdens die periode een veel grotere kans geven op blijvend verminderde gevoeligheid van bepaalde receptoren. Dat wil zeggen dat er, gezien de enorme toename van verstorende factoren in de afgelopen 20 jaar een toenemend aantal baby’s geboren worden met een verstoorde functie van bepaalde hormonen en/of neurotransmitters vanaf dag 1 van hun leven. Dit kan gebeuren door bijzondere factoren tijdens de zwangerschap of bevalling, denk aan sterke stress voor de moeder, gebruik van medicamenten, roken, weeënopwekkers (Oxytocine), etc. Maar Csaba heeft ook de term ‘Metabolic Imprinting’ en ‘Transgenerational Imprinting’ geïntroduceerd. Dit betekent dat een verstoring van de regelsystemen bij de ouders (moeder m.n.) een gelijksoortige verstoring kan veroorzaken bij het ongeboren kind, die NIET genetisch is. Doordat dit patroon in de generaties kan worden doorgegeven kan makkelijk gedacht worden dat er sprake is van een genetische (en dus onvermijdelijke) factor, maar dat is in die gevallen niet waar.

Inzake Oxytocine, ook wel het knuffelhormoon genoemd, heb ik inmiddels de ervaring dat een verstoring van de gevoeligheid van de Oxytocine receptoren niet alleen wordt veroorzaakt door toediening van synthetisch Oxytocine rond de bevalling of tijdens de periode van de borstvoeding. Ook gebrek aan liefde, geborgenheid en veiligheid in de vroege baby-periode kan een soortgelijk beeld oproepen. Het toedienen van synthetisch Oxytiocine (bv. in de vorm van een neusspray) om klachten te verminderen, zoals sommigen voorstaan is m.i. een volstrekt ongewenste gang van zaken omdat het de receptorgevoeligheid eerder verder zal doen afnemen, waardoor er een impliciete afhankelijkheid voor deze kunstmatige prikkel ontstaat. Goed voor de producent maar niet goed voor de cliënt/patiënt.

Een categorie verstorende factoren die zeer wijdverbreid zijn en veelal vergeten wordt zijn de plastic weekmakers. Vooral Bisphenol A  vormt een grote bedreiging voor de functie van de oestrogeen receptoren. Vooral bij zwangere vrouwen, zuigelingen en kinderen een erg belangrijke factor. Verbazingwekkend hoeveel mensen de hele dag water lopen te drinken uit plastic flesjes die weekmakers bevatten. Het Duitse lab Medivere diagnostics heeft een praktische bloedtest beschikbaar om de BPA belasting in het bloed vast te stellen.

Ook verstoring van de receptor gevoeligheid van diverse neurotransmitters komt veelvuldig voor. Talloze psychische, psychiatrische aandoeningen en klachten, maar ook leer- en gedragsstoornissen bij kinderen zijn terug te voeren op deze onderliggende problematiek. Het goed nieuws is dat bij een juiste behandeling deze receptoren te resetten zijn. Bijzonder effectief, maar niet simpel. Voorwaarde is dat er een gedetailleerde kennis is rondom het functioneren van het kind c.q. de volwassene en dat er een gedegen kennis is inzake de neurofysiologische achtergrond van de klachten. Alleen gedegen maatwerk kan hier oplossingen bieden.


Een reactie plaatsen

ADHD en Methylfenidaat

Vaak krijg ik de vraag voorgelegd hoe het nu kan dat een kind met hyperactieve stoornis als ADHD baat kan hebben bij een middel dat op zich ook weer stimulerend is (Methylfenidaat). Dit reguliere middel valt onder een amfetaminen en moet inderdaad als een stimulerende drug gezien worden. Het roept des te meer verbazing op omdat algemeen wordt aangenomen dat ADHD primair een Dopamine stoornis is. En Dopamine is een belangrijke activerende neurotransmitter (signaalstofje in ons zenuwstelsel).

De vraag wordt terecht gesteld want de gangbare opvatting klopt niet. Dit is wetenschappelijk ondubbelzinnig aangetoond in 1999 door onderzoekers aan de  Howard Hughes Medical Institute aan de Duke University (VS). Zij hebben namelijk na grondig en goed uitgevoerd onderzoek aangetoond dat Methylfenidaat niet op Dopamine maar op Serotonine werkt. En verder dat kinderen met ADHD primair een tekort aan Serotonine effect hebben waardoor de zo belangrijke Serotonine-Dopamine balans doorslaat in het ‘voordeel’ van Dopamine. Serotonine fungeert hier a.h.w. als de rem en Dopamine als het gas. Wanneer Serotonine onvoldoende kan remmen schiet de Dopamine activiteit door en kan dat leiden tot ADHD verschijnselen.

Bovenstaande constatering klopt en wordt binnen onze praktijk met grote regelmaat bevestigd. Niet door het gebruik van Methylfenidaat maar door de functie van Serotonine en Dopamine te optimaliseren. Hoe? Daar komt ik binnenkort uitgebreider op terug.

Hier wil ik nog benadrukken dat er feitelijk verschillende subtypes zijn van ADHD. Er is onder deskundigen wat verschil van mening of we nu van 4 of van 5 zogenaamde primaire neurotransmitters moeten uitgaan. Zij die voor 4 kiezen gaan er van uit dat Dopamine, Acetylcholine, Serotonine en Gamma-aminoboterzuur hiërarchisch gezien de belangrijkste neurotransmitters zijn. Zelf sluit ik mij aan bij de groep die van 5 primaire neurotransmitters uitgaat en zij voegen Beta-endorfinen aan de rij toe.

Alle 5 de genoemde neurotransmitters kunnen een dominante rol spelen binnen het ADHD profiel. Alleen door zicht op het geheel en de samenhang kan een duurzaam herstel van deze vervelende stoornis worden gerealiseerd.


5 reacties

Serotonine

Serotonine is één van de 4 neurotransmitters die hiërarchisch als de belangrijkste worden gezien. Dat is natuurlijk betrekkelijk want alle schakels in een keten zijn belangrijk, maar toch wordt het wel zo benaderd.

Serotonine is een zogenaamde ‘Monoamine’. Het is een stof die in het lichaam gemaakt wordt uit het aminozuur Tryptofaan in de aanwezigheid van Vitamine B6.

Serotonine speelt een belangrijke rol bij de temperatuurregulatie, functie van de zintuigen, regulatie van stemmingen, het in slaap vallen en het handhaven van de zogenaamde REM slaap. Ook verhoogd het de pijndrempel. Erg hoge concentraties kunnen narcolepsie veroorzaken. Tekorten gaan vaak vergezeld van huidklachten.

Tekorten van het serotonine-effect, ik noem het nadrukkelijk zo omdat het effect afhankelijk is van twee factoren (beschikbaarheid van serotonine én voldoende gevoelige receptoren), kan zich o.a. uiten in de volgende klachten:

  • Angsten
  • Depressies
  • Impulsiviteit
  • Slaapstoornissen, slapeloosheid
  • Obsessies, dwangmatig denken en/of handelen
  • Agressie
  • Verhoogde neiging tot suïcidale gedachten of -gedrag

Maar dan noemen we slechts een beperkt aantal klachten. Er is ook een hele waslijst van lichamelijke klachten die samen kunnen hangen met een serotonine tekort, o.a.:

  • Allergieën
  • Arthritis
  • Rugklachten
  • Koolhydraat verslaving
  • Constipatie
  • Hoofdpijn
  • Hoge bloeddruk
  • Misselijkheid
  • Hoge spierspanning
  • Premenstruele klachten
  • Tinnitis
  • Gewichtstoename

Uit deze korte bloemlezing wordt voldoende geïllustreerd hoe belangrijk serotonine is voor het totale functioneren, zowel mentaal, emotioneel als lichamelijk.

Serotonine heeft een bijzondere relatie met de activerende neurotransmitter dopamine. We spreken van de serotonine-dopamine balans. Hoewel algemeen wordt aangenomen dat ADHD vooral een dopamine probleem is, en dat Ritalin en andere Methylfenidaat-preparaten op de dopamine huishouding werken, klopt dit niet met de feiten. Een in 1999 uitgevoerde wetenschappelijke studie heeft duidelijk aangetoond dat de werking van Methylfenidaat primair op de serotonine stofwisseling is en via de serotonine-dopamine balans indirect ook effect heeft op dopamine.

Op neurotransmitter niveau onderscheiden we 4 subtypes van ADHD. Bij elk van de subtypes is een andere neurotransmitter als prominente factor betrokken.


Een reactie plaatsen

Neurotransmitters en Gezondheid

De komende tijd zal ik met regelmaat berichten over bijzondere ontwikkelingen in de praktijk. Ontwikkelingen die alles te maken hebben met neurotransmitters, signaalstofjes in het lichaam die zorgen voor overdracht van zenuwimpulsen. Deze ontwikkelingen hebben verstrekkende gevolgen voor de natuurlijke behandeling van alle mogelijk aandoeningen, waaronder ook tal van psychische en psychiatrische stoornissen.

Belangrijk is dat de werking van alle signaalstofjes in het lichaam altijd gebaseerd zijn op de hechting aan stofspecifieke receptoren. Serotonine, een neurotransmitter die voor velen wel bekend is vanwege de relatie met depressieve klachten, werkt alleen als het kan aanhechten aan serotonine-receptoren. Voorwaarde is dan dat deze receptoren een juiste gevoeligheid voor serotonine hebben. Een verminderd serotonine effect kan derhalve te maken hebben met ofwel en verminderde aanmaak van de stof zelf óf een verminderde gevoeligheid van de receptoren of een combinatie van beiden.

Een voor veel mensen algemeen bekend voorbeeld van een verminderde receptor gevoeligheid is Diabetes mellitus type II, ook wel ouderdomssuiker genoemd. Deze mensen produceren als regel voldoende insuline, vaak zelfs te veel, maar de insuline receptoren zijn verminderd gevoelig voor de lichaamseigen insuline waardoor het effect, i.c. de opname van glucose in cellen, verstoord is en er een te hoge concentratie aan bloedglucose ontstaat (=Diabetes).

Al eerder op deze blog schreef ik over de verstrekkend gevolgen die het gebruik van weeënopwekkers bij de bevalling kunnen hebben voor de baby. Hiervoor wordt een synthetische variant van het humane hormoon oxytocine gebruikt.

Volgens het baanbrekende werk van de Hongaarse onderzoeksgroep o.l.v. de inmiddels emeritus hoogleraar prof. György Csaba kan dit leiden tot een levenslange verminderde gevoeligheid van de oxytocine receptoren bij de baby. Concreet betekent dit dat dit kind (en later de volwassene) levenslang minder effect heeft van de eigen oxytocine productie. Met alle dramatische gevolgen van dien.

Lees maar eens het boek van Kerstin Unvas Moberg “De Oxytocine Factor“, dan realiseer je je hoe ingrijpend de consequenties zijn van een verminderd oxytocine effect.

En dit geldt zeker niet alleen voor oxytocine. Hierover in de komende blogs meer. In eerste instantie zal ik in een aantal blogs de belangrijkste neurotransmitters en hun rol binnen het menselijk organisme, summier bespreken.

-wordt vervolgd-