Ccgforum's Weblog

Just another WordPress.com weblog


3 reacties

Koolhydraten maken ziek, niet vet.

De wetenschapsjournalist Gary Taubes heeft in zijn monumentale boek “Good Calories, Bad Calories” overduidelijk aangetoond dat de wetenschappelijke literatuur inzake de relatie tussen voeding en gezondheid slechts ruimte laat voor een eenduidige conclusie: het zijn de koolhydraten die in onze moderne tijd de mens ziek maken, niet de vetten.

Hieronder vindt u de 10 eindconclusies van Taubes:

  1. Vet in onze voeding, of het nu verzadigd is of niet, is géén oorzaak van overgewicht, hart- en vaatziekten, of enige andere beschavingsziekte.
  2. Het probleem vormen de koolhydraten in onze voeding, het effect dat ze hebben op de uitscheiding van Insuline en daarmee de hormonale regulatie van de homeostasis  (=evenwicht) – de totale harmonische samenspel van het menselijk lichaam. Hoe beter verteerbaar en hoe meer geraffineerd (=gezuiverd) de koolhydraten zijn, hoe groter het effect op onze gezondheid, gewicht en welzijn.
  3. Suikers – sucrose (onze tafelsuiker) en HFCS (=High Fructose Corn Syrup: een geconcentreerde combinatie van Glucose [45%] en Fructose [55%] dat veel wordt gebruikt in voedingsmiddelen en frisdranken), zijn met name erg schadelijk, mogelijk omdat de combinatie van glucose en fructose beiden tegelijkertijd de insuline spiegels verhogen terwijl de lever wordt overladen met koolhydraten.
  4. Vanwege het directe effect op insuline en de bloed glucose spiegel, zijn geraffineerde koolhydraten, zetmeel en suikers de voedingsfactor bij uitstek voor het ontstaan van hart- en vaatziekten en diabetes. Zij vormen de meest waarschijnlijke voedingsfactoren voor het ontstaan van kanker, ziekte van Alzheimer en de andere chronische beschavingsziekten.
  5. Obesitas (overgewicht) is een stoornis met excessieve vet stapeling, niet door overeten of door gebrek aan lichaamsbeweging.
  6. Het consumeren van een overmaat aan calorieën is níet de oorzaak dat we dikker worden, niet meer dan dat het bij kinderen de lengte groei bevordert. Het verbruik van meer energie dan we consumeren met onze voeding leidt níet tot gewichtsverlies op de langere termijn, het leidt tot honger.
  7. Toename van vetweefsel en obesitas worden veroorzaakt door een onbalans – een onevenwichtigheid – in de hormonale regulatie van vetweefsel en de vetstofwisseling. Vetsynthese en vetstapeling overstijgen de mobilisatie van vet vanuit het vetweefsel en de oxidatie daarvan (verbranding t.b.v. energie productie). We worden slanker wanneer de hormonale regulatie van het vetweefsel deze balans omkeert.
  8. Insuline is de primaire regulator van vetstapeling. Wanneer de insuline spiegels verhoogd zijn – zowel chronisch als na een maaltijd – stapelen we vet in ons vetweefsel.  Als insuline spiegels dalen, maken we vet vrij uit ons vetweefsel en gebruiken dat als brandstof.
  9. Door het stimuleren van de insuline secretie maken koolhydraten ons dik en veroorzaken uiteindelijk obesitas. Hoe minder koolhydraten we consumeren, hoe slanker we worden.
  10. Door het stimuleren van vetstapeling verhogen koolhydraten ook ons hongergevoel en neemt de energie die we gebruiken in de stofwisseling evenals bij lichamelijke activiteit, af.


Een reactie plaatsen

Koolhydraten en kanker

Al eerder hebben we op deze blog aandacht besteedt aan de schadelijke effecten van een overconsumptie aan koolhydraten. En voor wie dat nog niet wist, dit is in de westerse wereld eerder regel dan uitzondering. Je kunt rustig stellen dat wei er niet nadrukkelijk op let, nagenoeg altijd teveel koolhydraten eet.

Het gerenommeerde medische tijdschrift “Cancer Research” (2011 jul1;71(13):4484-93) komt met de publicatie n.a.v. een dierstudie inzake de relatie van koolhydraat inname en kanker. Omdat kankercellen meer dan normale cellen afhankelijk zijn van glucose hebben de onderzoekers het verschil in effect van een koolhydraat beperkte voeding en ‘gewone’ westerse voeding vergeleken op de groeisnelheid van tumoren bij muizen. De conclusies van de onderzoekers zijn onmiskenbaar:

Samenvattend tonen de bevindingen van dit onderzoek overtuigend aan in een preklinische situatie (dierproeven) dat koolhydraat beperkte voeding niet alleen een belangrijke rol speelt bij het voorkomen van overgewicht maar ook bij de ontwikkeling en progressie van kanker.

Een conclusie die er niet om liegt. Een hoge inname van koolhydraten in het algemeen en suikers in het bijzonder (glucose, fructose, sucrose) stimuleert kanker.

Wederom een pleidooi voor koolhydraat beperkte voeding en van onverdachte zijde. Kijk voor een praktische invulling van koolhydraatbeperking eens op de website www.gripopkoolhydraten.nl


Een reactie plaatsen

Hoe het echt zit met Cholesterol.

Er zal vermoedelijk niemand zijn die nog nooit gehoord heeft dat er een relatie is tussen cholesterol en hart- en vaatziekten. Die relatie is er, maar de relatie is totaal anders dan het wordt voorgesteld door de geneesmiddelen- en voedingsindustrie. Cholesterol is niet ‘the bad guy’ die dus bestreden moet worden. Ook staat cholesterol niet zozeer met vetconsumptie in verband maar veel meer met suikerconsumptie (zie verder).

Eerst even over cholesterolwaarden in het bloed:

Er wordt vaak onjuist omgegaan met cholesterolwaarden in het bloed. Wetenschappelijk is vastgesteld dat het gehalte aan totaal-cholesterol in het bloed op zichzelf zeker niet de meest belangrijke risicofactor is voor hart- en vaatziekten.Volgens de website van de Nederlandse Hartstichting gelden de volgende referenties voor cholesterol:

 Totaal cholesterolgehalte Uw cholesterolgehalte is:
 lager dan 5,0 mmol/l normaal
 5,0 – 6,4 mmol/l licht  verhoogd
 6,5 – 7,9 mmol/l verhoogd
 hoger dan 8,0 mmol/l sterk verhoogd

Zoals u wellicht weet zijn er verschillende soorten cholesterol, o.a. HDL en LDL. De HDL wordt wel de ‘goede cholesterol’ genoemd en de LDL de ‘slechte’. Om het cholesterol gehalte in het bloed te beoordelen dient dit altijd in relatie tot de andere waarde bekeken te worden. Zo is een veel betrouwbaarder maat (voor volwassenen) de volgende: de verhouding HDL/Totaal cholesterol = 25% of meer, betekent een prima cholesterol waarde.

Maar ook LDL bestaat weer uit verschillende ondersoorten. Zo kennen we ook een ‘goed’ LDL en een ‘slecht’ LDL. Dit wordt nooit apart gemeten maar kan wel worden afgeleid uit de de volgende waarden: HDL, LDL en triglyceriden. Bij volwassenen is de triglyceriden/HDL cholesterol ratio nog betrouwbaarder dan de hiervoor besproken ratio.

De referenties voor de triglyceriden/HDL ratio zijn:

  1. < 2 (2 of minder) – ideaal
  2. 4 = hoog
  3. 6 = veel te hoog

Vraag daarom altijd wanneer u uw cholesterolwaarde in het bloed laat bepalen om alle 3 de waarden. Dan kunt u zelf aan de hand van deze tekst bepalen of het wel of niet goed zit met uw cholesterolwaarde.

Cholesterol en vet

Miljoenen dollars en euro’s worden er jaarlijks besteedt aan marketing om dit misverstand overeind te houden. Wetenschappelijk al lang als een mythe onderuit gehaald, maar nog steeds uitermate lucratief. Kennelijk wil de mens bedrogen worden. Cholesterol problematiek hangt heel veel meer samen met de consumptie van suiker en dan met name fructose. Even een kort overzicht van de verschillende koolhydraten of ‘suikers’ die we kennen:

  • Enkelvoudige suikers (monosacchariden)
  1. Glucose (de brandstof voor alle lichaamscellen), ook wel druivensuiker genoemd en o.a. bekend van dextrose.
  2. Fructose, ook wel vruchtensuiker genoemd, kom,t van nature voor in fruit, groenten en vruchtensap.
  3. Galactose, komt voor in melkproducten
  • Dubbele suikers (disacchariden)
  1. Tafelsuiker = Sucrose = Saccharose (witte-, bruine-, of poedersuiker, kandij, stroop, hagelslag, honing en andere zoetigheden), opgebouwd uit een glucose- en een fructose-molecuul
  2. Melksuiker = Lactose, komt voor in melk en melkproducten
  3. Moutsuiker = maltose, komt voor in bier, jenever, malt whisky
  • Meervoudige suikers (polysacchariden)
  1. Zetmeel = lange keten koolhydraten, opgebouwd uit glucose moleculen.  Komt o.a. voor in brood, knolgewassen als aardappels, rijst, mais, pasta’s, granen, peulvruchten
  2. Glycogeen = opslagvorm van glucose in de lever en de spieren.

Wetenschappelijk onderzoek toonde overtuigend aan dat het vooral de onnatuurlijk hoge inname van fructose is die verantwoordelijk is voor de enorme toename van overgewicht, diabetes type 2, hart- en vaatziekten, e.a. beschavingsziekten. Voor wie het Engels machtig is en enige biochemische kennis bezit verwijs ik graag naar de youtube presentatie van prof. Robert H. Lustig. Het is een heel technisch verhaal en dat voert te ver voor deze blog, maar suikerconsumptie is één van de grootste ziekmakende factoren in onze moderne tijd. Voor een goed toepasbare manier van koolhydraat beperkte voeding verwijs ik naar de methode van Yvonne Lemmers. Op haar website kunt u kennis maken met haar methode.

 

 


1 reactie

De mythes over afvallen en voeding

De mythes over afvallen en voeding zijn velen en ze zijn hardnekkig. Ik heb er op deze blog al eerder aandacht aan besteed, maar wil het nogmaals noemen.

De laatste tijd hebben we uitstekende ervaringen opgedaan met de methode van Yvonne Lemmers (www.gripopkoolhydraten.nl) . Een methode die zeer is aan te raden. In het volgende artikel dat dateert van 2008 maar nog niets aan actualiteit heeft ingeleverd, leest u meer over deze inzichten


Een reactie plaatsen

“Vraagtekens bij eiwitrijke voeding” (ND 26/3)

“Eiwitrijke voeding vergroot de kans op diabetes, meldt het Universitair Medisch Centrum Utrecht”, aldus het ND in een paginagroot artikel in de krant van zaterdag jl.

Het is een artikel naar aanleiding van een onderzoek dat is uitgevoerd door Ivonne Sluijs waarbij ze kon vaststellen dat mensen met een consumptie van meer dan 10 gram eiwitten (in vlees, kaas, melk en eieren) per dag een 16% grotere kans hadden op het krijgen van Diabetes mellitus type II. Nu zegt zo’n getal niet zoveel. Diabetes is typisch een multifactoriële ziekte, m.a.w. er zijn heel veel verschillende factoren die een rol spelen bij het ontstaan van Diabetes Type 2 (DMII). Een statische correlatie voor het voetlicht brengen tussen het voorkomen van DMII en één factor, in dit geval consumptie van dierlijke eiwitten, is hooguit richtinggevend voor verder onderzoek maar mag nooit een basis zijn voor verregaande conclusies. Nu stelt de onderzoekster zich terecht voorzichtig op, maar het risico is dat de pers met deze kop aan de haal gaat.

Het onderzoek zegt (nog) niets over eventuele nadelen van eiwitrijke voeding met betrekking tot ziekte en gezondheid. Uiteindelijk zal er gekeken moeten worden wat voor andere variabelen er zijn in de groep mensen met een hoge eiwitconsumptie en DMII. In welke vorm namen ze de eiwitten tot zich? Is er verschil in de consumptie van dierlijke eiwitten van biologische of niet-biologische herkomst? Wat was bijvoorbeeld de relatie tussen eiwitten en vetten in het gebruik van de melkproducten (volle melk of magere melk bv.)? Welke andere kenmerken zijn er te vinden in de groep mensen met een gemiddeld hogere eiwitconsumptie per dag?

Voorlopig is er nog steeds heel veel onderzoek dat aangeeft dat koolhydraat beperking in onze moderne tijd een belangrijke gezondheidsbevorderende werking heeft.