Ccgforum's Weblog

Just another WordPress.com weblog


6 reacties

Casuïstiek: doodmoe vanwege niet onderkend extreem Jodiumtekort

Het betreft een man van omstreeks 79 jaar met een complexe voorgeschiedenis van bipolaire stoornis (manische depressie), gevolgen van ernstig auto-ongeluk enige jaren geleden, cardiovasculaire klachten, MD (Macula Degeneratie), maagbloeding, blaaspoliepen, eczeem, longemfyseem e.a.

De man maakt een zorgwekkend uitgebluste indruk, is afwezig, apatisch en versuft. Meting van de axillaire ochtendtemperatuur (=gemeten onder de oksel op het moment van wakker worden en voor het opstaan, volgens het protocol van Dr. Barnes) levert een gemiddelde waarde op van 35,6 graden Celsius. Volgens het onderzoek van Dr. Barnes, en meer dan 100 gevallen in de eigen praktijk hebben dit volledig bevestigd, duidt dit ondubbelzinnig op een T3 tekort. T3 is het biologisch actieve schildklierhormoon dat in het lichaam gevormd moet worden uit het door de schildklier geproduceerde pro-=hormoon T4.

Gezondheidseffecten van het biologisch actieve schildklierhormoon T3

  • T3 is het echt actieve schildklierhormoon in tegenstelling tot T4, dat vaak wordt aangeduid als het ‘voorraad hormoon’. T3 is drie tot tien keer actiever dan T4.

De schildklierhormonen:

  • Versnellen de bloedcirculatie in de bloedvaten en zorgen ervoor dat het bloed ook de cellen die het verst van het hart verwijderd liggen, bereikt. Op deze manier bevorderen ze de voedingsstoffen- zuurstof-, water- en hormoonbevoorrading van de cellen.
  • Zorgen voor betere doorbloeding van de huid, ze hydrateren en verzachten de huid door de vetproductie aan het oppervlak te bevorderen
  • Verbeteren het uiterlijk (gelaat)
  • Versoepelen spieren en gewrichten en verhogen de bloedtoevoer naar de organen
  • Geven alle cellen en organen energie door de activering van de mitochondriën, de energiecentrales in de cellen die warmte en energie vrijmaken.
  • Activeren van de hersenen die daardoor betere prestaties leveren en meer energie tot hun beschikking hebben.
  • Verwarmen het lichaam tot in de uiteinden (puntje van de heus, voeten, handen, oren) met een aangename, weldadige warmte.
  • Bevorderen het opruimen van afvalstoffen die zich rond de cellen ophopen.
  • Lossen vetten en cholesterol op, ontlasten zo de bloedvaten en beschermen tegen hart- en vaatziekten
  • Verfijnen de gelaatstrekken en maken het gezicht slanker, evenals de romp en de kuiten. T3 is een belangrijke factor in gewichtsvermindering (naar een optimaal gewicht).

Laboratoriumonderzoek naar z’n Vitamine D status en Jodiumdepot leverde op dat er sprake is van een extreem tekort aan vitamine D en een zo mogelijk nog veel extremer tekort aan Jodium. Nog nooit zagen we een patiënt met zo’n lage Jodiumwaarde.

Vanwege deze extreem lage waarden worden een suppletie programma ingezet met o.a. hoog Vitamine D3 en Jodium (in de vorm van Iodoral). De ervaring leert dat dit tijd nodig heeft. Ik zie hem 6 maanden later terug. Het verschil is meer dan opmerkelijk. Hij ziet er veel beter uit, z’n energie is aanmerkelijk verbeterd. Behandeling wordt gecontinueerd en op een later moment worden de laboratoriumwaarden opnieuw bepaald om de voortgang te objectiveren.

Bij sommige auteurs over schildklier hypofunctie kom je de opmerking tegen dat een vertraging van de stofwisseling als gevolg van een ernstig T3 tekort een beeld oplevert alsof iemand langzaam dood gaat. In dit geval had het er in elk geval alle schijn van en in die zin is deze man opnieuw aan het terugkeren naar het ‘land der levenden’. Geweldig om te zien, schrijnend dat dit soort zaken kennelijk zo gemakkelijk over het hoofd worden gezien.


5 reacties

Misverstanden rond Diabetes type II

Al jaren verbaas ik me erover dat er een aantal hardnekkige misverstanden zijn inzake Diabetes type II, ook wel ouderdomssuikerziekte genoemd. Hoewel die vlag de lading al lang niet meer dekt, want we zien deze aandoening steeds vaker op steeds jongere leeftijd optreden. Voor wie het onderscheid niet helemaal helder is, even een korte typering van het verschil tussen Diabetes Type I (Juveniele Diabetes) en Diabetes Type II (Ouderdomsdiabetes):

Type I Diabetes is een pancreas (alvleesklier) ziekte. Deze klier produceert in de betacellen het hormoon insuline. Insuline is een typisch opslag hormoon het zorgt o.a. voor de transport van glucose (bloedsuiker) vanuit het bloed naar de cellen, zodat het daar als brandstof voor de energie productie kan worden gebruikt. Bij deze vorm van Diabetes is er dus een tekort aan insuline. Hierdoor ontstaan er te hoge concentraties glucose in het bloed en dat is zeer schadelijk.

Type II Diabetes is eigenlijk een heel andere aandoening. Hormonen in ons lichaam werken altijd pas door de combinatie met een specifieke hormoonreceptor. Pas als het hormoon kan aanhechten aan deze receptor kan er een hormonale reactie ontstaan, in dit geval, het transporteren van glucose de cel in.  Het gevolg hiervan is dat de glucose concentratie in het bloed daalt. Dat is het GEVOLG van de werking van insuline, het is niet juist om de daling van glucose in het bloed als het primaire doel van insuline te beschrijven, hoewel dat een subtiel onderscheidt lijkt te zijn.

Wanneer een deel van deze receptoren ongevoelig zijn geworden voor insuline dan ontstaat ook een situatie waarbij er te hoge bloedglucose waarden zijn. Dat is de overeenkomst met Diabetes type I. Er is echter doorgaans wel degelijk genoeg en veelal zelfs teveel insuline beschikbaar, en dat is een belangrijk en fundamenteel verschil met Diabetes Type I. De oplossing die het lichaam genereert voor de te hoge bloedglucose waarden is met behulp van insuline, opslag in de vorm van vetweefsel (adipositascellen). Immers, vanuit de optiek van het organisme gezien is het veel schadelijker en dus bedreigender om langdurig rond te lopen met te hoge bloedglucose waarden dan met te veel lichaamsvet. Daardoor zie je vaak dat Diabetes Type II mensen last hebben van overgewicht.

Op de website van het Diabetes Fonds kunnen we het volgende lezen over Diabetes type II:

Net als bij de andere soorten diabetes, kan het lichaam bij diabetes type 2 de bloedsuikerspiegel niet meer goed in balans houden.

Dat komt bij diabetes type 2 doordat er te weinig van het hormoon insuline in het lichaam is. Bovendien reageert het lichaam niet meer goed op insuline. Het is ongevoelig geworden voor insuline. Dat heet officieel ‘insulineresistentie’.

En dat is naar mijn mening nu juist een verkeerde voorstelling van zaken. Bij Diabetes Type II is er primair sprake van een insulineresistentie en in bepaalde gevallen zal dat pas na verloop van (lange) tijd leiden tot een soort ‘uitputting’ van de pancreas waardoor er ook (secundair) een insuline tekort ontstaat. Té vaak zie ik dat artsen geneigd zijn om bij Diabetes Type II patiënten over te stappen op het inzetten van insuline als blijkt dat de bloedglucose spiegel onvoldoende of niet daalt als gevolg van de gebruikte medicamenten. En die stap gaat m.i. te snel en doet geen recht aan het werkelijke probleem bij Diabetes type II.

Deze week zag ik een man op consult die al sinds 1991 is gediagnosticeerd als Diabetes type II. Doordat medicatie tot nog toe onvoldoende daling van de bloedglucose waarden geeft wil de huisarts hem op insuline injecties laten overgaan. De hamvraag is evenwel of de reguliere middelen in dit geval gewoon onvoldoende werken en er mogelijk andere factoren zijn die er voor zorgen dat er een hardnekkige al jaren bestaande insulineresistentie is, of dat er inderdaad sprake is van een secundaire pancreas insufficiëntie (tekort aan insulineproductie). De meest voor de hand liggende reactie op deze vraag is om te onderzoeken óf er nog voldoende insuline wordt geproduceerd alvorens tot het spuiten over te gaan. Tot mijn verrassing gebeurd dat veelal niet. En wordt min of meer protocollair overgaan op spuiten. We hebben zelf in het lab laten onderzoek wat de insuline productie was. We doen dat door de bepaling van zowel insuline als C-Peptide in het bloed.

C-peptide (of connecting peptide) is een stof die in de alvleesklier vrijkomt bij de vorming van insuline. Het is, samen met het insuline, afkomstig van het pro-insuline dat door de pancreas wordt gemaakt. Zodra er insuline nodig is, deelt het pro-insuline zich in nagenoeg gelijke hoeveelheden insuline en C-peptide. Het C-peptide is daarom een goede maat voor de hoeveelheid nog door de alvleesklier geproduceerde insuline.

De uitslag wees uit dat deze man zowel een te hoge insuline als C-Peptide waarde in z’n bloed had. Dit bevestigt ondubbelzinnig dat er ondanks het lange bestaan van de ziekte, nog steeds primair sprake is van een insulineresitentie en dat het lichaam nog steeds probeert dat te compenseren door teveel insuline te produceren. Wanneer in dit geval zou worden overgegaan op het injecteren van nog meer (synthetische) insuline zouden de insulinespiegels alleen maar exponentieel toenemen en het resultaat zou zeker zijn dat er een forse gewichtstoename zou optreden (obesitas).

Nu wil het geval dat we bij hem o.a. onderzoek hadden laten doen naar z’n jodium depot. Jodium is (zie elders in de blog) essentieel voor de receptor gevoeligheid van alle hormoonreceptoren (inclusief de receptoren van enkele neurotransmitters). Er was sprake van een veel te laag jodium depot. In de afgelopen periode heeft hij naast de reguliere Diabetes medicatie hoge doseringen van een specifiek jodiumpreparaat gebruikt. Dit heeft er toe geleid dat in de bloedglucose waarde in minder dan 6 weken tijd daalde van gemiddeld tussen de 14-17 mmol naar 10-13,7. Ook bij andere Diabetes type II patiënten zie ik vergelijkbare of zelfs sterkere daling van het bloedglucose als gevolg van het gebruik van jodium.

Mijns inziens wordt er een, mogelijk zeer grote, groep mensen met Diabetes Type II te vroeg overgezet van de medicatie op spuiten van insuline, met alle schadelijke gevolgen van dien. Onderzoek naar insuline en C-Peptide waarden in het bloed zou een standaard procedure dienen te zijn alvorens de arts de overstap maakt. Ook onderschrijven deze ervaringen de observaties die elders in de wereld door collega artsen is gedaan, namelijk dat optimalisering van de jodiumstatus een belangrijke behandelcomponent is bij Diabetes Type II.

Wordt vervolgd.