Ccgforum's Weblog

Just another WordPress.com weblog


2 reacties

Schildklier – I

Om te beginnen wil ik me even concentreren op twee problemen waardoor er wél problemen met de schildklierstofwisseling kunnen zijn (en dús allerlei klachten) terwijl ze toch niet worden opgemerkt door een arts die alleen TSH of eventueel FT4 in het bloed laat bepalen.

Het betreft:

  1. de omzetting van het pro-hormoon T4 in de biologisch actieve vorm T3.
  2. schildklierhormoon resistentie

 

De omzetting van het pro-hormoon T4 in de biologisch actieve vorm T3

De schildklier produceert hoofdzakelijk het hormoon L-Thyroxine, ook wel T4 genoemd. Dit betreft een relatief inactieve vorm van het schildklierhormoon, ook wel een pro-hormoon genoemd. Voordat T4 de stofwisseling effectief kan activeren moet het eerst omgezet worden in de biologisch actieve vorm T3. Deze omzetting gebeurt niet meer in de schildklier maar vindt plaats in de organen van het lichaam o.i.v. een enzym (iodothyronine 5’deiodinase). Doordat deze omzetting geen functie is van de schildklier zelf kun je bij een normale T4 productie met recht zeggen dat de schildklierfunctie goed is, maar tegelijkertijd is dat maar een deel van het verhaal. Vergelijkbaar met de opmerking dat de derde persoon aan de lopende band zijn/haar werk uitstekend doet. Dat zegt nog niets over wat erna komt.

Wanneer de T4/T3 conversie niet goed verloopt kunnen er, ook bij een normale schildklierfunctie, wel degelijk allerlei klachten zijn die passen bij een trage schildklierfunctie. De schildklierstofwisseling is dan vertraagd.

Er zijn veel factoren die de omzetting van T4 naar T3 remmen en daardoor komt dit probleem ook veel voor.

Veel voorkomende factoren zijn:

  • Het gebruik van bepaalde medicijnen (o.a. de anticonceptiepil, lithium, propranolol [bètablokker], dexamethason).
  • Tabaksrook
  • Chronische ziektes in het algemeen
  • Stress
  • Vasten of doorlopende calorie-restrictie (crash diëten)
  • Tekorten aan bepaalde nutriënten (met name jodium, selenium, zink, vitamine A, vitamine B6, vitamine B12)
  • Soja
  • Straling
  • Groeihormoon deficiëntie
  • Anti TPO antilichamen
  • Alfaliponzuur
  • Zware metalen belasting, inclusief kwik
  • Post-operatieve situatie
  • Fysieke trauma’s
  • Bij het ouder worden lijkt de omzetting ook te vertragen, maar dat zou ook heel goed met nutriënten deficiënties te maken kunnen hebben waar veel ouderen mee te maken hebben.
  • Onderactiviteit van de bijnieren

Op een aantal van deze factoren kom ik nog nader terug.

Schildklierhormoon resistentie

Zoals elders op deze blog al beschreven, werken hormonen bij de gratie van de aanhechting aan specifieke receptoren. Daarbij speelt ook de gevoeligheid van de receptor een cruciale rol.

Frappant genoeg is de enige receptor aandoening die breed geaccepteerd is in de geneeskunde Diabetes type 2, ook wel insulineresistentie genoemd. De receptoren voor het hormoon insuline zijn in zekere mate resistent, ongevoelig voor het lichaamseigen hormoon.

Echter, dit probleem is bepaald niet exclusief voor insuline. Overal waar hormoon-receptor interacties zijn (of ook: neurotransmitter-receptor interacties) kan een vorm van resistentie optreden.

Dr. Mark Starr heeft er met zijn boek “Hypothyroidism type 2 – the epidemic” naar analogie van Diabetes Type 2 terecht aandacht voor gevraagd. 

Type 1 Hypothyreoïdie is dan een aandoening waarbij de schildklier zelf te weinig hormoon produceert, terwijl er bij type 2 een resistentie is van de schildklierhormoon receptoren.

In beide gevallen is er een vergelijkbaar resultaat, een vertraging van de stofwisseling die zich uit in de typische symptomen van een te trage schildklier (hypothyreoïdie).

Dr. David Brownstein (VS) schrijft hierover het volgende (“Overcoming Thyroid Disorders): Schildklierhormoon resistentie kan voorkomen als gevolg van meerdere factoren, waaronder:

1. Genetisch bepaald afwijkingen van de hormoonreceptoren

2. Autoimmuun-, oxidatieve-, of toxische schade aan de schildklierhormoon receptoren

3. Competitieve binding van verontreinigende stoffen, voedseladditieven, etc. aan de schildklierhormoon receptoren.

En verder: “Ik heb gemerkt dat ontgifting erg behulpzaam is bij het overwinnen van een schildklierhormoon resistentie”.

– – wordt vervolgd – –


Een reactie plaatsen

Wat heeft echte rust met kanker te maken? (II)

Zwanenpaar in rust

Het menselijke lichaam bevat diverse regelsystemen. Systemen die tot doel hebben om onder wisselende omstandigheden een aangepaste interne situatie te waarborgen. Gelukkig hoeven we daar niet bij na te denken, dat soort processen verlopen autonoom, onafhankelijk van onze wil.

Het maakt een groot verschil of u zich in de sportschool in het zweet staat te trainen of dat u in bed ligt te slapen. Eén van die regelsystemen is het autonome zenuwstelsel, dat samen met het hormoonstelsel ook wel het ‘neurohormonale systeem’ wordt genoemd.

Wil een systeem daadwerkelijk kunnen reguleren dan dient het te kunnen ‘versnellen’ maar ook te kunnen ‘vertragen’ (afremmen). Het is als met een thermostaat, deze dient warmte te ‘vragen’ maar ook aan te geven wanneer het genoeg is. Zo dienen de regelsystemen adequaat te reageren op veranderingen in de omstandigheden, dus ook op gedrag.

Hiermee samenhangend kunnen we stellen dat het lichaam een ‘actieve modus’ heeft, gericht op energie productie, op verbruik van reserves, hier treedt slijtage op, etc. Kortom de ‘kosten kant’ van de balans. Uiteraard valt ook stress in de breedste zin van het woord onder deze modus. Er dient dan dus ook een ‘inkomen kant’ te zijn die gericht is op reparatie, op het aanvullen van verbruikte reserves, op herstel in de breedste zin van het woord. In het autonome zenuwstelsel worden beide polen vertegenwoordigd door de volgende onderdelen, respectievelijk de Sympaticus en de Parasympaticus.

Als regel vindt het meeste herstel plaats gedurende de slaap in de nacht. Overdag staan we doorgaans in de actieve modus. Of er overdag sprake is van herstelmomenten is afhankelijk van veel factoren zoals type werkzaamheden, persoonlijkheid etc. Het belangrijkste is evenwel dat we ’s nachts voldoende herstel hebben. En voldoende betekent, gemiddeld circa 30% van een etmaal hoogwaardig herstel.

Zo goed als mensen doorgaans in staat zijn om de stressfactoren in hun leven te benoemen, als het gaat om bewuste stress, zo slecht kunnen mensen in de regel zelfs maar een enigszins betrouwbare inschatting geven van de mate van herstel. Voor veel mensen is het enige criterium of ze slapen of niet. Wanneer ze geen slaapprobleem ervaren gaan ze er van uit dat daarmee het herstel ook wel in orde zal zijn. Dat is bepaald niet vanzelfsprekend. Talloze mensen slapen wel maar herstellen slechts gebrekkig.

Daarover morgen meer.


2 reacties

Verminderde receptor gevoeligheid is bron van problemen.

Op veler verzoek nog even een samenvattend verhaal inzake de problemen als gevolg van verminderde receptor gevoeligheid.

Prof. (em) György Csaba heeft met zijn onderzoeksgroep in de achterliggende decennia overtuigend en gedetailleerd aangetoond dat er allerlei factoren zijn die leiden tot een verminderde gevoeligheid van hormoon- en neurotransmitter receptoren. En dat dit probleem zich niet automatisch herstelt.

De periode tijdens de zwangerschap en in de eerste maanden (tot een jaar) na de geboorte is een mens bijzonder gevoelig voor deze receptor modulatie. Dat wil concreet zeggen dat allerlei factoren tijdens die periode een veel grotere kans geven op blijvend verminderde gevoeligheid van bepaalde receptoren. Dat wil zeggen dat er, gezien de enorme toename van verstorende factoren in de afgelopen 20 jaar een toenemend aantal baby’s geboren worden met een verstoorde functie van bepaalde hormonen en/of neurotransmitters vanaf dag 1 van hun leven. Dit kan gebeuren door bijzondere factoren tijdens de zwangerschap of bevalling, denk aan sterke stress voor de moeder, gebruik van medicamenten, roken, weeënopwekkers (Oxytocine), etc. Maar Csaba heeft ook de term ‘Metabolic Imprinting’ en ‘Transgenerational Imprinting’ geïntroduceerd. Dit betekent dat een verstoring van de regelsystemen bij de ouders (moeder m.n.) een gelijksoortige verstoring kan veroorzaken bij het ongeboren kind, die NIET genetisch is. Doordat dit patroon in de generaties kan worden doorgegeven kan makkelijk gedacht worden dat er sprake is van een genetische (en dus onvermijdelijke) factor, maar dat is in die gevallen niet waar.

Inzake Oxytocine, ook wel het knuffelhormoon genoemd, heb ik inmiddels de ervaring dat een verstoring van de gevoeligheid van de Oxytocine receptoren niet alleen wordt veroorzaakt door toediening van synthetisch Oxytocine rond de bevalling of tijdens de periode van de borstvoeding. Ook gebrek aan liefde, geborgenheid en veiligheid in de vroege baby-periode kan een soortgelijk beeld oproepen. Het toedienen van synthetisch Oxytiocine (bv. in de vorm van een neusspray) om klachten te verminderen, zoals sommigen voorstaan is m.i. een volstrekt ongewenste gang van zaken omdat het de receptorgevoeligheid eerder verder zal doen afnemen, waardoor er een impliciete afhankelijkheid voor deze kunstmatige prikkel ontstaat. Goed voor de producent maar niet goed voor de cliënt/patiënt.

Een categorie verstorende factoren die zeer wijdverbreid zijn en veelal vergeten wordt zijn de plastic weekmakers. Vooral Bisphenol A  vormt een grote bedreiging voor de functie van de oestrogeen receptoren. Vooral bij zwangere vrouwen, zuigelingen en kinderen een erg belangrijke factor. Verbazingwekkend hoeveel mensen de hele dag water lopen te drinken uit plastic flesjes die weekmakers bevatten. Het Duitse lab Medivere diagnostics heeft een praktische bloedtest beschikbaar om de BPA belasting in het bloed vast te stellen.

Ook verstoring van de receptor gevoeligheid van diverse neurotransmitters komt veelvuldig voor. Talloze psychische, psychiatrische aandoeningen en klachten, maar ook leer- en gedragsstoornissen bij kinderen zijn terug te voeren op deze onderliggende problematiek. Het goed nieuws is dat bij een juiste behandeling deze receptoren te resetten zijn. Bijzonder effectief, maar niet simpel. Voorwaarde is dat er een gedetailleerde kennis is rondom het functioneren van het kind c.q. de volwassene en dat er een gedegen kennis is inzake de neurofysiologische achtergrond van de klachten. Alleen gedegen maatwerk kan hier oplossingen bieden.


Een reactie plaatsen

Casuïstiek: Hoe een te veel aan stress kan leiden tot slapeloosheid!!

Verslag van een patiënt:

Ik ben een vrouw van 46 jaar en kreeg vanaf mijn 40ste al last van overgangsverschijnselen. Mijn menstruatie’s werden steeds onregelmatiger en ik sloeg ook steeds meer maanden over. Bij de gynaecoloog heb ik dit laten testen en daaruit bleek dat ik in de overgang zat. Hiernaast had ik een drukke partime baan in het onderwijs en twee jonge kinderen. In deze jaren begonnen ook mijn ouders te kwakkelen met hun gezondheid. Mijn vader kreeg Alzheimer in een versneld tempo en opname in een verpleegtehuis liet niet lang op zich wachten. Binnen een half jaar herkende hij niemand meer. Hier had ik het erg moeilijk mee. Mijn moeder was hierdoor ook erg eenzaam. Ze werd steeds depressiever. Dit bracht enorm veel zorg van mijn kant met zich mee.

Ik had dus niet alleen gewone stress maar ook veel emotionele stress.

In april 2009 kwam mijn vader te overlijden. En nog datzelfde jaar maakte mijn moeder een einde aan haar leven. Dit was een enorme klap.

Mijn lichaam leek toen volkomen op de kop te staan. Voelde me vreselijk. Maar ik dacht gewoon door gaan.

Maar dit bleek niet zo te werken.

In jan. 2010 kreeg ik van de ene op de andere dag last van slapeloosheid. Dit varieerde van heel laat inslapen tot hele nachten wakker zijn. Dit kon soms wel 3 dagen achter elkaar aanhouden. Ook werden mijn overgangsklachten steeds erger. Ik had heel veel opvliegers en vaak last van hoofdpijn. Ook deze verschijnselen hielden mij uit de slaap. Ook had ik erg veel last van mijn maag. Zin in eten had ik totaal niet en als ik wel had gegeten dan had ik hier veel last van. Ben in deze periode nog twee maanden doorgegaan maar toen kon ik ook niet meer. Ik was doodmoe en ben toen in de ziektewet gegaan. In deze maanden kwam ik wel wat tot rust en ben herhaaldelijk bij mijn huisarts geweest, want ik kwam maar niet van die slapeloosheid af. Mijn huisarts schreef antidepressiva en een slaapmiddel voor. En zei dat ik een burn-out had.  Die moest ik maar gaan gebruiken dan kwam alles goed. Maar hier wilde ik niet aan verslaafd raken.  Mijn ouders hadden deze medicijnen ook veel te veel gebruikt en ik wist wat dit voor effect op hun leven had gehad. Ik bleef dus zoeken naar een andere oplossing. Heb toen een psycholoog bezocht. Maar die had niet het gevoel dat het geestelijk was. Ben toen maar naar het slaapcentrum in Zwolle geweest voor onderzoek. Toen ik daar kwam zei de neuroloog dat ze iedereen konden helpen met slaapproblemen. Nou dit heb ik niet gemerkt. Na 3 dagen onderzoek was de enige conclusie die zij konden stellen  dat ik niet in de diepe slaap kwam en dat ik toch maar weer naar een andere psycholoog moest en aan een kuur antidepressiva moest beginnen. Dit was een enorme teleurstelling. Ik ging mij steeds meer afvragen;” Wie gaat mij nu nog helpen?” Inmiddels leed ik aan chronische slapeloosheid.

In deze periode ben ik ook een paar keer bij een acupuncturist geweest. Als ik daar was geweest voelde ik mij wel wat beter maar het was niet voldoende om weer goed te kunnen slapen.

Op het internet kwam ik toen een artikel tegen over neurofeedback. En zo ging ik informeren bij het CCG. En zo kwam ik bij Wim Gelderblom terecht. (Ben overigens nooit begonnen met neurofeedback. Dit was in mijn geval niet nodig)

Totaal uitgeput zat ik bij Wim op het speekuur. Het was inmiddels bijna een jaar verder. Maar het voelde voor mij als thuiskomen. Wim had alle tijd en voor het eerst had ik het idee dat er echt naar me geluisterd werd en dat wat ik voelde wel degelijk op waarheid beruste.

Ik heb een haaranalyse laten doen en daaruit bleek dat mijn lichaam zich in de uitputtingsfase bevond. Hier stond ik niet echt van te kijken.

We zijn aan de behandeling begonnen. En ik merkte al snel dat het veel beter met mij ging. Ik kreeg weer wat energie en het slapen ging ook steeds beter. Ook ging ik weer naar mijn werk. Hier kreeg ik ook weer zin in.

Tijdens de behandeling mocht ik Wim altijd bellen als het even niet goed met mij ging.  Dit was heel erg fijn. Bij welke arts mag je tegenwoordig dag en nacht aankloppen.

Maar helaas kreeg ik in jan. 2011 weer een terugval. Het slapen ging weer heel slecht. Dit was echt balen. We waren toch zo goed op weg met mijn herstel.

Met mijn hormonale cyclus wilde het nog steeds niet vlotten. Had inmiddels al weer een half jaar niet gemenstrueerd. Had weer veel opvliegers zowel dag en nacht en had weer veel hoofdpijn. Begon toch weer het gevoel te krijgen dat dit ook met het niet kunnen slapen te maken had.

Wim kon dit wel bevestigen en is mij toen ook hiervoor gaan behandelen. En sinds ik daar natuurlijke medicatie voor gebruik gaat het slapen veel beter. Ik kreeg weer menstruatie en het slapen ging meteen veel beter.

Inmiddels ben ik een half jaar onder behandeling van Wim en in afwachting van mijn tweede haaranalyse en ben zeer hoopvol gestemd over de toekomst.

Ik zit nu weer goed in mijn vel en heb weer energie voor alles. Geniet weer van het leven en slaap momenteel weer zoals ik gewend was.

Ben heel blij dat ik bij het CCG terecht ben gekomen en ben Wim in het bijzonder erg dankbaar voor deze voor mij zeer positieve behandeling.

Anoniem


2 reacties

Zink en haaruitval bij mannen

Het is al eerder onder de aandacht gebracht op deze blog, zink is extreem belangrijk voor de stofwisseling van de mens. Zink tekort is geen zeldzaam verschijnsel in onze moderne tijd.

Lage zink concentraties zijn in verband gebracht met lage concentraties van het mannelijk hormoon testosteron. In veel weefsels functioneert testotseron als een pro-hormoon, dat wil zeggen dat het maar een beperkte hormonale activiteit heeft. Het moet worden omgezet in het actievere Dihydrotestosteron (DHT). Een metaboliet waar veel misverstanden over bestaan. Ten onrechte heeft DHT vooral een negatieve klank omdat het een rol kan spelen bij het ontstaan van prostaatkanker. Daarover later meer.
Interessant is dat een te laag zink behalve een daling van het testosteron een stijging van het DHT geeft. Hogere concentraties DHT zijn in verband gebracht met mannelijke kaalheid. Onderzoek naar de werkelijke zinkstatus, naast die van de andere mineralen in het lichaam, is een logische eerste stap in een oorzakelijke aanpak van haaruitval bij mannen en vroegtijdige kaalheid.


Een reactie plaatsen

IVF-artsen oneens over helpen dikke vrouwen

Het Nederlands Dagblad van 3 februari vermeldt onder bovenstaande kop dat IVF klinieken vaak dikke vrouwen weigeren te helpen omdat ze moeilijker zwanger worden en een grotere kans hebben op een miskraam en complicaties. Er blijkt vervolgens onenigheid te bestaan tussen de verschillende klinieken over wat dan precies onder ‘te dik’ wordt verstaan.

Er wordt melding gemaakt van een op handen zijnde studie die in Groningen (UMCG) dit jaar gestart wordt naar het verband tussen overgewicht en verminderde vruchtbaarheid.

Ik ben zeer benieuwd of in dat onderzoek ook de volgende gegevens worden meegenomen. Feiten die helemaal niet opnieuw onderzocht zouden hoeven worden omdat ze al lang onderzocht zijn. Feiten die een zo voor de hand liggende verklaring voor het fenomeen bieden dat het eigenlijk verbazingwekkend is dat er in de kranten geen melding van wordt gemaakt.

# Een groot deel van de vrouwen (mannen en kinderen overigens ook) met overgewicht blijken een te lage ochtendtemperatuur te hebben (< 36,6 gr. Celsius axillair gemeten bij het wakker worden en vóór het opstaan, op dag 2,3,4 en 5 van de menstruatie). Meer dan 35 jaar geleden heeft Dr. Broda O. Barnes in de US al onderzocht dat dit een zekere indicatie is voor een te traag basaal metabolisme (=ruststofwisseling). Toen al concludeerde hij dat zeker 40% van de Amerikanen aan dit probleem leden. Gezien onze praktijk ervaringen is het in Nederland zeker niet gunstiger.

# Al deze vrouwen hebben ten minste een probleem met de omzetting van het schildklierhormoon T4 (=voorraad hormoon) naar het biologisch actieve eindproduct T3. Velen hebben ook een subklinische of klinische Hypothyreoïdie (=te trage werking van de schildklier). De medici kijken als regel niet naar de T4/T34 omzetting en missen volgens tal van wetenschappers daardoor 90% van alle mensen met een vertraagde schildklierstofwisseling.

# Al deze vrouwen hebben een tekort aan het mineraal jodium. Jodium tekort is een belangrijke reden voor ongewenste kinderloosheid, voor overgewicht, voor miskramen en andere complicaties tijdens de zwangerschap.

# Een te laag jodium depot en de daarmee samenhangende verstoring van het hormonale systeem maakt ieder programma voor gewichtsvermindering door levensstijl interventies tot een frustratie voor de betrokken vrouwen. Méér bewegen, gezonder eten etc, allemaal behartenswaardige adviezen, maar zolang de stofwisseling niet optimaal functioneert een weinig stimulerend vooruitzicht voor al die vrouwen met overgewicht die zo graag zwanger zouden willen worden.


107 reacties

Jodiumtekort – een onderschat probleem

Algemeen wordt altijd aangenomen dat we in Nederland geen jodiumtekort meer hebben sinds de invoering van het JOZO-zout en sinds bakkers hun brood bakken met gebruikmaking van dit jodiumhoudend zout. Voordien kwam in Nederland ‘kropziekte’ veel voor. De ADH (aanbevolen dagelijkse hoeveelheid) voor jodium is sindsdien vastgesteld op 150 mcg (=0,15 mg) per dag. De WHO (World Health Organization) heeft evenwel vorig jaar gerapporteerd dat jodiumtekort een wereldwijd gigantisch probleem is. Voor de Nederlandse situatie is becijferd dat meer dan 6 miljoen mensen dagelijks minder dan 100 mcg. jodium binnenkrijgen. Zie: www.jodiumtekort.nl

Terecht stelt de wetenschap dat de ADH aangeduid kan worden als de minimaal noodzakelijke dosis om geen gebreksziekte (kropziekte) te krijgen maar dat dit een verre van optimale dosis is. Vermoedelijk ligt de optimale dosis meer in de buurt van wat de Japanners dagelijks via de voeding binnen krijgen, circa 12 mg, dat is dus 80x meer). Doordat de Japanse keuken dagelijks gebruikmaakt van producten afkomstig van zeewier (een zeer rijke jodiumbron) behoren ze tot de bevolking met de hoogste jodiuminname.
•      Wanneer het jodium depot in het menselijk lichaam voor 90% of meer is gevuld onttrekt de schildklier daarvan 10% voor de eigen functie. Dat betekent dat 90% beschikbaar is voor de overige functies, en dat zijn er veel. De meeste mensen koppelen jodiumgebruik alleen aan de schildklierfunctie. Op het moment dat het jodiumdepot te laag is schakelt de schildklier over op een verbruik van die te lage voorraad van maar liefst 80%. Dat heeft te maken met de hiërarchische betekenis van de schildklier binnen het lichaam. Is er een tekort dat gaat de schildklier vóór.
Een aantal belangrijke functies van jodium in ons lichaam:
•    Jodium is absoluut noodzakelijk voor een gezonde schildklierfunctie.
•    Maar ook voor een gezonde functie van de borstklieren, de eierstokken en de prostaat. Vrouwen met een te laag jodiumdepot hebben een aanzienlijk grotere kans op borstkanker. In Japan is borstkanker een veel minder voorkomend probleem dan in de rest van de westerse wereld.
•    Jodiumtekort leidt tot een grotere kans op schildklier kanker.
•    Jodium heeft een belangrijke beschermende werking tegen bepaald veelvoorkomende giftige substanties als fluor, broom en in mindere mate helpt het bij de ontgifting van kwik en lood.
•    Jodium is een belangrijke antioxidatieve stof (gaat vrije-radikalen schade tegen).
•    Jodium is een zogenaamde ‘apoptose-inductor’. Apoptose is ‘geprogrammeerde celdood’ een normale en noodzakelijke functie die er voor zorgt dat een cel een bepaalde levenscyclus heeft en na verloop van tijd plaats maakt voor een nieuwe cel. Kankercellen staan erom bekend dat ze de apoptose-genen blokkeren en daardoor een soort ‘onsterfelijkheid’ bereiken. Daarmee heeft jodium dus belangrijke anti-kanker effecten.
•    Jodium heeft belangrijke anti-atherosclerose (hart- en vaatziekten) werking.
•    Jodium is belangrijk voor een optimale functie van het immuunsysteem.
•    Er is een relatie aangetoond tussen jodiumtekort en mastopathia fibrosa cystica (een goedaardige woekering met cystevorming in borstklierweefsel, soms overgaan in borstkanker).
•    Jodium heeft een effect tegen uitzaaiingen van een bestaande tumor.
•    Jodium is het beste natuurlijke antibioticum, antivirale middel en antisepticum dat we hebben. Daarom wordt er bij operaties nog altijd gebruik van gemaakt om de huid rond het te opereren lichaamsdeel grondig te ontsmetten. Jodium heeft de breedste werking, de minste bijwerkingen en ontwikkelt geen resistentie bij de bacteriële ziekteverwekkers.
•    Symptomen die samenhangen met een jodiumtekort zijn o.a.
o    Spierkramp
o    Koude handen en voeten
o    Neiging tot gewichtstoename
o    Slecht geheugen
o    Constipatie
o    Depressie
o    Hoofdpijn en migraine
o    Oedeem (vocht vasthouden)
o    Spierpijn
o    Fibromyalgie
o    Zwakte
o    Droge huid
o    Breekbare nagels
•    Moeders die tijdens de zwangerschap onvoldoende jodium binnenkrijgen hebben een aanzienlijk grotere kans op het krijgen van kinderen met ADHD
•    Jodium is essentieel voor de functie van alle hormoonreceptoren en de receptoren van diverse neurotransmitters. Een hormoon heeft pas een functie als het kan aanhechten aan een specifieke hormoonreceptor. Er kunnen klachten ontstaan door een tekort aan het hormoon (bv. Diabetes Type I) of door een verminderde gevoeligheid van de hormoonreceptor (bv. Diabetes type II).
•    Jodiumtekort kane en rol spelen bij het ontstaan van aandoeningen als speekselstenen, ziekte van Dupuytren (contractuur van pezen in de handpalm).
•    Jodium is effectief ingezet om chronische overmatige slijmvorming in de luchtwegen tegen te gaan.
•    Jodium wordt (normaal gesproken) in grote hoeveelheden aangetroffen in de hersenen, met name ook in die delen die betrokken zijn bij ziekte van Parkinson.
•    Jodiumtekort is mogelijk een factor bij het ontstaan van glaucoom (staar).
•    Jodium kan corrigerend werken op verstoorde cholesterol en triglyceriden waarden en hartritme stoornissen.
•    Jodium is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het I.Q. bij baby’s.
•    Kinderen met ADHD en autisme hebben veelal een jodiumtekort.
•    De vorming van histamine (een stof die verantwoordelijk is voor de typische verschijnselen bij allergische klachten) wordt geremd door jodium. Jodiumtekort stimuleert op deze manier het optreden van allergische verschijnselen.
•    Jodium is betrokken bij de productie van diverse enzymen in de darm waaronder lactase, het enzym dat we nodig hebben om lactose (=melksuiker) te kunnen verteren. Lactose intolerantie komt erg veel voor tegenwoordig.