Ccgforum's Weblog

Just another WordPress.com weblog


Een reactie plaatsen

Meer vraag naar hart- en vaatmedicijnen

Volgens het ANP zouden ruim 1 op de 4 mensen in Nederland medicijnen gebruiken om hart- en vaatziekten te voorkomen.

Een lucratieve business, dat moge duidelijk zijn. Het addertje onder het gras zit ‘m in het gebruik van de term “voorkomen”. Hiermee wordt de indruk gewekt dat het om een vorm van ziektepreventie gaat en dat is het beslist niet.

Er is overweldigend veel wetenschappelijk onderzoek voorhanden waaruit blijkt wat de werkelijke oorzaken zijn van veel hart- en vaataandoeningen. Factoren die liggen op het vlak van lifestyle, voeding, stressbeheersing etc. Geen van de interventies die in het ANP bericht worden bedoeld hebben in de verste verte maar iets te maken met deze oorzakelijke factoren. Het gaat om medicijnen die onderdrukkend werken op klachten die verband houden met zich ontwikkelende hart- en vaatziekten. Daarbij neemt de groep cholesterolverlagers een grote plaats in terwijl juist de wetenschappelijke onderbouwing van deze groep ‘genees’middelen uitermate dubieus is.

De overheid zou échte maatregelen kunnen nemen om hart- en vaatziekten m.b.v. de mensen zelf terug te dringen, maar dat vraagt om ándere stappen. Maatregelen die niet met gejuich zullen worden ontvangen door de grote farmaceutische bedrijven, om het maar eens eufemistisch uit te drukken.

Het simpele gegeven dat reeds meer dan 25% van de bevolking voor deze bedenkelijke actie in aanmerking komt, geeft wel aan hoe groot de noodzaak is om het roer eens écht om te gooien.

Het wordt tijd voor gezondheidsbevordering en hoe spijtig ook, daar speelt Big Pharma geen enkele rol.


2 reacties

“Calcium slecht voor hart bij vrouwen”.

Vandaag vroeg de moeder van een meisje dat ik behandel bezorgd naar de suppletie van calcium omdat ze gelezen had dat calciumsuppletie bij vrouwen de kans op hart- en vaataandoeningen zou vergroten. Deze stelling is gebaseerd op een wetenschappelijke meta-studie Effect of Calcium supplements on risk of myocardial infarction and cardiovascular events.

Onder de titel “Calcium slecht voor hart bij vrouwen” publiceerde het Pharmaceutisch weekblad op 20 april 2011 een artikel dat gebaseerd is op deze meta-analyse (d.i. een studie over een reeks studies, een soort recensie van een groep studies inzake één en hetzelfde onderwerp). En de Nederlandse pers neemt zoiets kritiekloos over en zo neemt de verwarring toe. Laten we eens nader naar deze studie kijken.

De conclusie van de meta-studie is dat vrouwen die calciumsupplementen gebruikten om hun botten te versterken een groter risico hadden op hart-en vaataandoeningen. In deze analyse waren 12000 onderzochte vrouwen betrokken verdeeld over 11 studies. De vrouwen in deze populatie die extra calcium in de vorm van een supplement slikten hadden een 30% grotere kans op het krijgen van een hartinfarct. De conclusie lijkt dan ogenschijnlijk gerechtvaardigd dat vrouwen dús vooral terughoudend moeten zijn met het gebruik van calciumsuppletie.

Toch klopt deze conclusie niet. Het is een tragisch bewijs van hoe wetenschappers totaal verkeerde conclusies kunnen trekken uit wetenschappelijke studies omdat ze niet vanuit een systeemvisie (denken in samenhang) redeneren. Uiteraard gaat de anti-vitamine lobby met deze studies aan de haal als zoveelste bewijs dat het gebruik van voedingssupplementen een riskante onderneming is.

Waar gaat de gedachtengang fout?

  1. Mineralen functioneren niet geïsoleerd in het lichaam, maar ze functioneren in een complexe samenhang. Ieder mineraal heeft zo invloed op ieder ander mineraal in het lichaam.
  2. Het lichaam kent een ‘mineralen-systeem’ waarbij het van belang is dat bepaalde onderlinge verhoudingen worden nagestreefd.
  3. Als de belangrijkste mineralen niet in de juiste verhouding t.o.v. elkaar aanwezig zijn ontstaat er ziekte.
  4. De biologische beschikbaarheid van een mineraal is een kritisch gegeven. Dat betekent dat mineralen in een specifieke vorm of combinatie aanwezig moeten zijn wil het lichaam er gebruik van kunnen maken.

Er is een bijzondere samenwerking (synergie) tussen de beide macro-mineralen calcium en magnesium. Magnesium speelt een belangrijke rol binnen de calciumbalans in het lichaam. Zo zorgt magnesium er o.a. voor dat calcium in oplossing in het lichaam aanwezig is. Dit is nogal belangrijk omdat calcium de neiging heeft om met fosfor en andere mineralen harde (niet oplosbare) verbindingen te vormen. Dit kan o.a. leiden tot aderverkalking en andere verhardingen van weefsels.

Het alleen suppleren van calcium verstoort de calcium/magnesium balans met alle desastreuze gevolgen van dien. De waargenomen toename van hartinfarcten in de groep vrouwen die gebruik maakten van calciumsuppletie werd dus niet veroorzaakt door het feit van de calciumsuppletie maar door het gebrek aan een gelijktijdige inname van voldoende magnesium. Een illustratie die bewijst dat suppletie maatwerk dient te zijn en dat de samenhang met de andere mineralen altijd van belang is voor een juiste suppletie.

De conclusie is dus niet dat calcium inname slecht is voor het hart van vrouwen, maar dat óndeskundige calciumsuppletie (nl. zonder adequate aanvulling met magnesium) schadelijk is voor het hart van vrouwen. Maatwerk is bepalend. Wanneer de suppletie is gebaseerd op een niet nader gedefinieerd gegeven als ‘vrouwen hebben extra calcium nodig om osteoporose te voorkomen’, is dat géén maatwerk en dáár zit het probleem.

Dus, inderdaad hebben veel vrouwen, evenals mannen en kinderen, tegenwoordig extra calcium nodig, maar niet lukraak zonder inzicht in de individuele gezondheidstoestand en zonder de samenhang met andere mineralen in de gaten te houden. Zo bezien is genoemde meta-studie geen pleidooi tégen het gebruik van supplementen maar een pleidooi vóór deskundige begeleiding bij het gebruik van supplementen.


Een reactie plaatsen

Hoe het echt zit met Cholesterol.

Er zal vermoedelijk niemand zijn die nog nooit gehoord heeft dat er een relatie is tussen cholesterol en hart- en vaatziekten. Die relatie is er, maar de relatie is totaal anders dan het wordt voorgesteld door de geneesmiddelen- en voedingsindustrie. Cholesterol is niet ‘the bad guy’ die dus bestreden moet worden. Ook staat cholesterol niet zozeer met vetconsumptie in verband maar veel meer met suikerconsumptie (zie verder).

Eerst even over cholesterolwaarden in het bloed:

Er wordt vaak onjuist omgegaan met cholesterolwaarden in het bloed. Wetenschappelijk is vastgesteld dat het gehalte aan totaal-cholesterol in het bloed op zichzelf zeker niet de meest belangrijke risicofactor is voor hart- en vaatziekten.Volgens de website van de Nederlandse Hartstichting gelden de volgende referenties voor cholesterol:

 Totaal cholesterolgehalte Uw cholesterolgehalte is:
 lager dan 5,0 mmol/l normaal
 5,0 – 6,4 mmol/l licht  verhoogd
 6,5 – 7,9 mmol/l verhoogd
 hoger dan 8,0 mmol/l sterk verhoogd

Zoals u wellicht weet zijn er verschillende soorten cholesterol, o.a. HDL en LDL. De HDL wordt wel de ‘goede cholesterol’ genoemd en de LDL de ‘slechte’. Om het cholesterol gehalte in het bloed te beoordelen dient dit altijd in relatie tot de andere waarde bekeken te worden. Zo is een veel betrouwbaarder maat (voor volwassenen) de volgende: de verhouding HDL/Totaal cholesterol = 25% of meer, betekent een prima cholesterol waarde.

Maar ook LDL bestaat weer uit verschillende ondersoorten. Zo kennen we ook een ‘goed’ LDL en een ‘slecht’ LDL. Dit wordt nooit apart gemeten maar kan wel worden afgeleid uit de de volgende waarden: HDL, LDL en triglyceriden. Bij volwassenen is de triglyceriden/HDL cholesterol ratio nog betrouwbaarder dan de hiervoor besproken ratio.

De referenties voor de triglyceriden/HDL ratio zijn:

  1. < 2 (2 of minder) – ideaal
  2. 4 = hoog
  3. 6 = veel te hoog

Vraag daarom altijd wanneer u uw cholesterolwaarde in het bloed laat bepalen om alle 3 de waarden. Dan kunt u zelf aan de hand van deze tekst bepalen of het wel of niet goed zit met uw cholesterolwaarde.

Cholesterol en vet

Miljoenen dollars en euro’s worden er jaarlijks besteedt aan marketing om dit misverstand overeind te houden. Wetenschappelijk al lang als een mythe onderuit gehaald, maar nog steeds uitermate lucratief. Kennelijk wil de mens bedrogen worden. Cholesterol problematiek hangt heel veel meer samen met de consumptie van suiker en dan met name fructose. Even een kort overzicht van de verschillende koolhydraten of ‘suikers’ die we kennen:

  • Enkelvoudige suikers (monosacchariden)
  1. Glucose (de brandstof voor alle lichaamscellen), ook wel druivensuiker genoemd en o.a. bekend van dextrose.
  2. Fructose, ook wel vruchtensuiker genoemd, kom,t van nature voor in fruit, groenten en vruchtensap.
  3. Galactose, komt voor in melkproducten
  • Dubbele suikers (disacchariden)
  1. Tafelsuiker = Sucrose = Saccharose (witte-, bruine-, of poedersuiker, kandij, stroop, hagelslag, honing en andere zoetigheden), opgebouwd uit een glucose- en een fructose-molecuul
  2. Melksuiker = Lactose, komt voor in melk en melkproducten
  3. Moutsuiker = maltose, komt voor in bier, jenever, malt whisky
  • Meervoudige suikers (polysacchariden)
  1. Zetmeel = lange keten koolhydraten, opgebouwd uit glucose moleculen.  Komt o.a. voor in brood, knolgewassen als aardappels, rijst, mais, pasta’s, granen, peulvruchten
  2. Glycogeen = opslagvorm van glucose in de lever en de spieren.

Wetenschappelijk onderzoek toonde overtuigend aan dat het vooral de onnatuurlijk hoge inname van fructose is die verantwoordelijk is voor de enorme toename van overgewicht, diabetes type 2, hart- en vaatziekten, e.a. beschavingsziekten. Voor wie het Engels machtig is en enige biochemische kennis bezit verwijs ik graag naar de youtube presentatie van prof. Robert H. Lustig. Het is een heel technisch verhaal en dat voert te ver voor deze blog, maar suikerconsumptie is één van de grootste ziekmakende factoren in onze moderne tijd. Voor een goed toepasbare manier van koolhydraat beperkte voeding verwijs ik naar de methode van Yvonne Lemmers. Op haar website kunt u kennis maken met haar methode.

 

 


Een reactie plaatsen

Calciumsuppletie zou niet goed zijn voor het hart?

In een artikel in het British Medical Journal (BMJ 342) wordt melding gemaakt van onderzoek dat zou hebben aangetoond dat calcium-suppletie (al of niet in combinatie met Vitamine D) bij postmenopausale vrouwen de kans op het krijgen van een hartinfarct zou verhogen. Een mooie illustratie hoezeer je voorzichtig moet zijn met het trekken van conclusies uit wetenschappelijk onderzoek. De onderzoekers komen tot de volgende eind-conclusie: “Deze gegevens rechtvaardigen een herbeoordeling van het gebruik van calcium-supplementen bij oudere mensen”.

Deze conclusie is onjuist! Er zijn namelijk vele factoren die ervoor verantwoordelijk zijn of iemand een verhoogde kans op een hartinfarct heeft of niet. Eén van de voor de hand liggende factoren die in deze studie niet is meegenomen is het gelijktijdig gebruik van het mineraal magnesium. Een eenzijdige inname van calcium zal leiden tot een verstoring in de calcium/magnesium balans. Een verstoring van deze balans is een uitermate ongunstige factor voor de gezondheid. Een te lage (absoluut of relatief) concentratie van magnesium verhoogt de kans op hartfalen.

De studie zegt dus niets over de noodzaak voorzichtig te zijn met calcium-suppletie bij ouderen (ter voorkoming van osteoporose) maar het is feitelijk een pleidooi voor de noodzaak om de totale mineralenbalans in het algemeen en specifieke ratio’s in het bijzonder bij onderzoek te betrekken. Dat voorkomt onjuiste conclusies en vermindert de kans op verwarring onder de eindgebruikers.


4 reacties

Hypothese: Er is een relatie tussen jodium inname als oorzaak van hart- en vaatziekten.

In een overzichtsartikel in “Journal of the American College of Nutrition, Vol. 25, No.1 1-11 (2006)” beschrijft Stephan A. Hoption Cann, PhD de hypothese dat een tekort aan jodium inname een belangrijke oorzakelijke factor kan zijn bij het ontstaan van hart- en vaatziekten.

In het artikel wordt de literatuur besproken die suggereert dat jodium tekort een schadelijk effect kan hebben op het hart- en vaatsysteem en dat een hogere inname van jodium een gunstige uitwerking kan hebben op de conditie van hart en bloedvaten. De laatste decennia zijn we bestookt met berichten dat we vooral minder zout moeten eten (zie ook weblog ‘zoutarm is niet gezond’). Aangezien voor de meeste mensen in Europa gejodeerd keukenzout de belangrijkste jodioumbron is, is daardoor de inname van jodium duidelijk teruggelopen.


2 reacties

Zoutgebruik en sterftekans (volledige tekst ‘ingezonden’ ND 08-02-2010)

Terecht brengt dr. Dorhout Mees de kwalijke gevolgen van zoutgebruik op de gezondheid van de mens onder de aandacht. De Finse studie die wordt aangehaald spreekt voor zich. Ik wil er twee dingen over opmerken.

De eerste betreft de verwachting die wordt uitgesproken dat er na genoemde publicatie in The New England Journal of Medicine mogelijk actie ondernomen wordt ten einde de sterfte als gevolg van hart- en vaatziektes te verminderen. Ik denk dat dit een te optimistische verwachting is. Er zijn tal van voorbeelden van redelijk eenvoudige inspanningen waarmee onder aanvoering van de overheid forse preventie van ziekte en sterfte daardoor, zou kunnen worden gerealiseerd en wat toch niet gebeurd. Neem bijvoorbeeld Vitamine D. Binnen de medische wetenschap het meest vruchtbare onderzoeksgebied van de laatste 3-4 jaar gelet op het aantal publicaties over deze stof. Hoewel de wetenschap anno 2010 wetenschappelijk onderbouwd pleit voor een bloedspiegel van 200 nmol/L hanteren artsenlaboratia in Nederland nog steeds de achterhaalde referenties van 30-100 nmol/L. De preventieve consequenties van het optimaliseren van de Vitamine D status bij Nederlanders zou een bewezen immense daling geven van sterfgevallen als gevolg van moderne beschavingsziektes. Uitstekend en uitvoerig gedocumenteerd en er gebeurd niets mee.

Het tweede betreft het zout zelf. In wezen zit het probleem niet zozeer in de hoeveelheid zoutconsumptie maar in de soort zout die massaal wordt geconsumeerd. Als we spreken over zout hebben we het doorgaans alleen over het zogenaamde keukenzout, geraffineerd zout dat hoofdzakelijk uit Natriumchloride bestaat. Raffinage betekent zuiveren. Bij iedere voedingsmiddel dat geraffineerd wordt treedt verarming op t.o.v. de natuurlijke variant. En deze onnatuurlijke industriële variant kent vrijwel altijd ongewenste gezondheidseffecten. Zo ook met zout. Geraffineerd zout komt in de natuur niet voor. Waar zout wordt gewonnen bestaat dat altijd uit een wisselende variatie aan mineralen.

Zelf gebruiken we ongeraffineerd zeezout uit Hawaï dat zelfs meer dan 80 verschillende mineralezouten bevat. Afgezien van de smaak, want een beetje culinair liefhebber weet dat de smaak van ongeraffineerd zeezout vele malen aangenamer is dan die van geraffineerd keukenzout, blijkt zeezout veelal een effect op het menselijk lichaam te hebben die tegengesteld is aan het effect van geraffineerd keukenzout. Ik ken mensen met hoge bloeddruk waar de bloeddruk daalde na over te zijn gestapt op het genoemde ongeraffineerde zout. Ook is vandaag de dag de behoefte aan een goede mineralenbalans groot en zeezout zou daar een nuttige rol in kunnen vervullen. Tal van behandelingen van chronische ziekten verlopen gemakkelijker als mensen ongeraffineerd zeezout zouden gebruiken in plaats van het geraffineerde keukenzout.

In die zin is de conclusie van de Finse studie niet helemaal juist te noemen. Eigenlijk zou de studie moeten worden uitgevoerd met 4 populaties mensen, één die een gemiddelde hoeveelheid keukenzout gebruikt, één die zeer matig keukenzout gebruikt, één die een gemiddelde hoeveelheid hoogwaardig en ongeraffineerd zeezout gebruikt en één die een zeer matige hoeveelheid van dat zout gebruikt.

Misschien zou het goed zijn dat de machtspositie van de voedingsmiddelen industrie, dus ook de zout-industrie, eens op de korrel wordt genomen.


2 reacties

Merendeel kinderen in de VS heeft Vitamine D tekort

Dat is de conclusie van een recent gepubliceerd onderzoek onder 6000 kinderen in de leeftijd van 1 tot 21 jaar in de VS. Het betreft een studie van het Albert Einstein College van de Geneeskunde faculteit van de Yeshiva Universiteit. Het artikel is gepubliceerd in het wetenschappelijke vakblad Pediatrics. “We hadden wel verwacht dat we een tekort aan Vitamine D zouden tegenkomen in deze groep, maar de mate waarin dit probleem in het hele land werd aangetroffen was een schok”, zo stelt de hoofdauteur van de studie, Dr. Juhi Kumar (MD, MPH).

De onderzoekers hebben, onder leiding van professor Michal L. Melamed (MD), hoogleraar aan het Einstein College, de gegevens onderzocht van 6000 kinderen in de leeftijd van 1 tot 21 jaar die hebben deelgenomen aan de ‘National Nutrition Examination Servey (NHANES) in de periode 2001 – 2004. “Er waren al wel kleinere studie die hadden aangetoond dat vitamine D tekort veel voorkwam in bepaalde populaties kinderen, maar niemand had het nog onderzocht binnen een groep met een landelijke dekking”, constateerde Dr. Melamed.

Er werd van ‘onvoldoende Vitamine D’ gesproken wanneer de waarden lagen tussen de 15-29 nanogram per milliliter (ng/mL) en van ‘tekort aan Vitamine D’ bij waarden lager dan 15 ng/mL. Maar liefst 61% van de populatie had onvoldoende Vitamine, een percentage dat, wanneer het doorberekend wordt naar de hele Amerikaanse bevolking zou betekenen dat 50,8 miljoen kinderen in de VS een vitamine D tekort hebben. Echt vitamine D tekort kwam bij 9% van de populatie voor, dat staat gelijk aan 7,6 miljoen kinderen in de VS.

De boodschap voor kinderartsen is dat Vitamine D tekort een serieus probleem is met consequenties die zich niet beperken tot de gezondheid van de botten, maar ook met lange termijn negatieve effecten voor de gezondheid van hart- en vaatziekten.

Deze bevindingen bevestigen de observaties die inmiddels in tal van andere studies zijn gedaan, Vitamine D tekort op het noordelijk halfrond is bepaald geen zeldzaamheid. Periodieke screening zou wenselijk zijn en het optimaliseren van Vitamine D status bij zowel kinderen als volwassenen zal op termijn een ingrijpend effect hebben op de volksgezondheid. Er is geen enkele reden om te denken dat het er in Nederland veel beter voorstaat, in tegendeel.

(Huis)artsen laboratoria in Nederland hanteren voor volwassenen nog steeds de referentiewaarde van 12-40 ng/mL terwijl wetenschappers wereldwijd adviseren om te streven naar een minimale bloedwaarde van 60 ng/mL [25(OH)vitamine D in serum]. Als er in Nederland al op geprikt wordt dan betekent het dus dat het grootste deel van de mensen ten onrechte te horen krijgt dat de Vitamine D status niet afwijkend is.