Ccgforum's Weblog

Just another WordPress.com weblog


Een reactie plaatsen

Supplementen-gebruik geeft grotere overlevingskans en minder kans op herhaling bij borstkanker.

Het gebruik van voedingssupplementen is in verband gebracht met een grotere overlevingskans en een verlaging van de kans op recidive (=herhaling) bij borstkanker. Dit is gepubliceerd in het tijdschrift Cancer Epidemiology, Biomarkers & Prevention Het betreft een onderzoek dat is uitgevoerd door de Vanderbilt University School of Medicine en het Shanghai Center for Disease Control en Prevention. Wanneer gedurende 6 maanden na de diagnose borstkanker een vitamine supplement werd gebruikt verlaagde dat de kans op terugkeer van de ziekte en de kans op overlijden in vergelijking met een groep die geen supplementen gebruikten.
De studie omvatte 4.877 Chinese vrouwen met invasieve borstkanker die deelnamen aan de Shanghai Breast Cancer Survival Study.

Tijdens een gemiddelde follow-up periodevan 4,1 jaar, hadden 532 deelnemers een herhaling van hun ziekte, 389 deelnemers overleden aan borstkanker en 55 vanwege andere oorzaken.
Het gebruik van een vitamine was in verband gebracht met een lager risico op borstkanker recidief of overlijden gedurende de follow-up periode. Degenen die vitamine C gebruikten gedurende meer dan 3 maanden hadden een 38 procent lager risico op een recidief en een 44 procent lager risico te sterven dan degenen die geen melding maakten van het gebruik van de vitamine, en voor vitamine E gebruik gedurende meer dan 3 maanden, was het risico van recidief en dood respectievelijk 48 en 43 procent lager.
“Er is een algemene bezorgdheid dat het gebruik van anti-oxidanten supplementen tijdens de behandeling van kanker tumorcellen kunnen beschermen tegen oxidatieve schade geïnduceerd door kanker therapieën, waardoor de effectiviteit van de behandeling vermindert en er een toenemend gevaar van sterfte zou zijn,” schrijven de auteurs. “Wij vonden geen bewijs dat vitamine gebruik tijdens de eerste zes maanden na de diagnose een nadelig effect op de behandeling had.”


1 reactie

Anti-oxidanten en kanker II

Voortbordurend op eerdere blogs en op de commotie in de pers rond het thema Anti-oxidanten en kanker wil ik nog wat feiten onder de aandacht brengen. Feiten die kennelijk bewust verzwegen worden want waarom zouden ze niet door wetenschappers als prof. Katan en anderen worden opgemerkt?

Anti-oxidanten en kanker II:

Het is belangrijk om vooraf te stellen dat de vraagstelling wel of geen voedingsupplementen tijdens de behandeling van kanker geen simpel te beantwoorden vraag is. We moeten goed beseffen dat kanker een uiterst complexe ziekte is. Niemand heeft nog ondubbelzinnig kunnen vaststellen welke supplementen een kankerpatiënt zou moeten nemen of in welk stadium dat zou moeten gebeuren. Het kan zijn dat bepaalde supplementen nuttig zijn in bepaalde fasen van de kankerbehandeling maar schadelijk in een andere fase. Dat maakt dat zorgvuldigheid op z’n plaats is en dat het adviseren van supplementen echt voorbehouden moet zijn aan mensen met verstand van zaken. Het vraagt ook van de wetenschappers een genuanceerde opstelling, er is nog geen simpel antwoord pro of contra mogelijk, daarvoor is de ziekte te complex en de uitingsvorm te divers.

Ter nuancering enkele wetenschappelijke gegevens betreffende de dosering van supplementen bij kanker die ik mis in de al gevoerde discussies.

Critici van het gebruik van anti-oxidanten voor en tijdens de conventionele behandeling van kanker stellen dat ze ook kankercellen beschermen tegen vrije radicalen en daardoor de behandeling met chemotherapeutica bijvoorbeeld (die veelal gebaseerd is op het principe van vrije radicalen vorming) zouden tegenwerken. Voorstanders van deze benadering stellen juist dat hoog gedoseerde anti-oxidanten voor en tijdens de conventionele behandeling de effectiviteit van de behandeling kunnen vergroten door het vergroten van de tumor respons en door vermindering van de toxiciteit van de kuur voor gezonde weefsels (Prasad et al. 1999b).

Eén manier om dit dilemma te benaderen is om te kijken naar de duidelijke verschillen tussen lage dosis en hoge dosis anti-oxidanten op kankercellen (Prasad et al. 1998; 1999b). Anti-oxidanten zoals vitamine A (en de daarvan afgeleide geneesmiddelen), Vitamine E (tocopheryl succinaat), vitamine C en bepaalde carotenoïden hebben in afzonderlijke hoge doseringen een bewezen inducerend effect op celdifferentiatie, groeiremming en apoptose (=geprogrammeerde celdood; een proces wat in kankercellen is geblokkeerd) bij knaagdieren en bij menselijke kankercellen zowel in Vitro als in Vivo (Park 1988; Cohen et al. 1995; Prasad et al. 1996). Vitamine C bijvoorbeeld stimuleert de groei van kankercellen in de humane oorspeekselklier en humane leukemiecellen in Vitro (Park 1988) in lage doseringen van 50 mcg/ml. Zulke lage dosis hebben echter geen significant effect op de groei van andere kankercellen (Prasad et al. 1996).

Eén studie toonde aan dat een mengsel van 4 verschillende anti-oxidanten (13-cis-retinoïd zuur, natrium ascorbaat, tocopheryl succinaat en sommige carotenoïden) een opmerkelijke remming gaven van de groei van humane melanoom cellen in Vitro (Prasad et al. 1994). Afzonderlijk hadden deze anti-oxidanten geen effect op de groei van deze tumorcellen. Verdubbeling van de dosis van één van de anti-oxidanten (vitamine C) reduceerde de groei verder van deze tumorcellen in Vitro (Prasad et al. 1994).

Een mengsel van vier anti-oxidanten bleek ook effectiever dan de toepassing van de afzonderlijke anti-oxidanten bij humane oorspeekselklier kankercellen in Vitro (Prasad et al. 1996). Deze observatie is belangrijk omdat het experimenteel aantoont dat een mengsel van anti-oxidanten effectiever kan zijn dan de toepassing van een enkelvoudige anti-oxidant voor het verminderen van tumorgroei.

Ik zou zo nog geruime tijd door kunnen gaan. Er is overtuigend veel onderzoek beschikbaar dat aantoont dat kankerpatiënten enorme voordelen kunnen hebben van het slikken van supplementen. De moeilijkheid is echter enerzijds de enorme complexiteit van de ziekte en anderzijds de gigantische weerstand die er bestaat in het reguliere veld als het gaat om een werkelijk integrale kankerbehandeling. Als wetenschappers en artsen hun vooroordelen zouden laten varen en op een eerlijke en onbevangen wijze naar de beschikbare data zouden kijken dan zouden we gezamenlijk een belangrijke stap voorwaarts kunnen maken, in het belang van de patiënt. Dé partij echter die hier op geen enkele wijze belang bij heeft is de farmaceutische industrie. Zij kent slechts één drive en dat is een door patenten afgeschermde monopolie positie in het belang van de aandeelhouders.

Kankerpreventie:

Het is een ander verhaal dat tal van anti-oxidanten een kankerpreventief effect hebben, waarbij voorop moet worden gesteld dat het geen natuurlijke situatie is om bepaalde enkelvoudige anti-oxidanten langdurig in hoge concentraties te nemen. Voorop staat dat onze voeding ons medicijn en ons medicijn onze voeding dient te zijn. Daar waar de voeding bepaalde tekorten niet kan aanvullen (en dat is helaas anno 2009 wel steeds meer het geval) dient dat door middel van supplementen te worden aangevuld, maar bij voorkeur met zogenaamde breedspectrum preparaten die zoveel mogelijk de complexe samenstelling van voeding evenaren. Monopreparaten moeten eigenlijk alleen gebruikt worden in handen van deskundige voorschrijvers.

Dagelijks zie ik wetenschappelijke publicaties langskomen die aantonen dat anti-oxidanten een kanker preventief effect hebben. Zojuist bijvoorbeeld over het heilzame effect van thee drinken. Thee drinkers hebben een hogere levensverwachting vanwege de dagelijkse inname van bepaalde in thee voorkomende anti-oxidanten.


2 reacties

Verhoogt het gebruik van Betacaroteen de kans op kanker bij rokers?

Het eerder genoemde artikel in de Volkskrant over de Nature studie inzake Anti-oxidanten en kanker maakt weer eens gebruik van de inmiddels bekende en veel besproken Finlandstudie over de relatie tussen inname van Bètacaroteen (bekende oranje/rode kleurstof uit o.a. wortels en fruit) en het voorkomen van longkanker bij rokers. Je wordt er zo langzamerhand wel eens flauw van zo vaak als deze studie weer opduikt.

Hoe zit het nu eigenlijk met deze studie:

De resultaten van de studie toonden aan dat rokers die bètacaroteen innamen een 18% hogere kans hadden op het ontwikkelen van longkanker. Hoewel er minder gevallen van prostaatkanker werd gediagnosticeerd onder degenen die vitamine E kregen toegediend dan degenen die dat niet deden, werd dit punt niet naar voren gebracht, maar dat terzijde.

Wat waren de tekortkomingen in de studie? Het waren er veel.

  • In de studie wordt alleen gebruik gemaakt van 1/8 tot 1/40 van de dosering van vitamine E waarvan door meer dan 20 eerdere studies was aangetoond dat het leidde tot een verlaging van het risico op longkanker bij rokers.
  • Er werd slechts 1/10 van de dosering van bètacaroteen gebruikt zoals aanbevolen door andere deskundigen voor de preventie van longkanker bij rokers.
  • De doelgroep waren mensen uit Finland, ondanks het feit dat zowel de British Medical Journal als de American Journal of Clinical Nutrition aangeven dat  Finland een van de slechtste landen ter wereld is voor de uitvoering van kanker/voeding studies omdat:
    • (1) Finnen hebben een van ’s werelds hoogste consumptie van alcohol door rokers en alcohol interfereert met het verbruik van zowel vitamine E als bètacaroteen in het lichaam, én
    • (2) Finland heeft een extreem laag niveau van het essentiële mineraal selenium in de bodem, en selenium werkt samen met vitamine E in de rol van kankerpreventie.

Een recente, veel minder bekendheid studie, uitgevoerd in China i.s.m. het National Cancer Institute, maakte gebruik van 50 microgram selenium, samen met 30 mg vitamine E en 15 mg van bètacaroteen. Dit onderzoek betrof 30.000 mensen van 40 jaar en ouder, die ofwel gezond waren of leden onder ‘premaligne oesofagale dysplasie’ [veranderingen van de wand van de slokdarm die voorafgaan aan het ontstaan van kwaadaardige kankerprocessen in die regio]. Degenen die de combinatie van deze drie voedingsstoffen kregen, hadden een significant lager risico op sterven aan kanker en andere ziekten.

  • Andere punten van kritiek van de studie zijn ook het feit dat de studie begon onmiddellijk na de kernramp van Tsjernobyl, die zich in 1986 voltrok, en Finland was een van de eerste gebieden die te lijden had onder de zware neerslag van radioactief materiaal. Deze variabele verhoogt risico op kanker en dat maakt het werk van deze lage niveaus van antioxidanten moeilijker.
  • De vorm van vitamine E die werd gebruikt is de minder krachtige synthetische dl-alfa-tocoferol in plaats van de fysiologische vorm d-alfa-tocoferol.
  • En alle gebruikte supplementen werden gekleurd met quiniline geel, een stof met bekende kankerverwekkende eigenschappen.

De auteurs zelf zijn zo zorgvuldig geweest om erop te wijzen dat er geen andere studies zijn die ooit hebben aangetoond dat er eventuele schade kan ontstaan door het gebruik van bètacaroteen, terwijl veel studies juist gunstige effecten hebben aangetoond. Daarnaast zijn er geen bekende mechanismen voor de toxische effecten van bètacaroteen. Hun algemeen samenvattende conclusie was: “Ondanks de formele statistische significantie, kan deze bevinding heel goed te wijten zijn aan toeval.”

Waarom worden deze feiten nooit genoemd door de journalisten die maar al te gretig de studie van stal halen in hun nimmer aflatende strijd tegen gezonde voeding en voedingsupplementen. Ook hier geldt de oude uitspraak: “Alleen de reinen van hart mogen statistiek bedrijven”. Journalisten zouden moeten stoppen met het citeren van publicaties terwijl ze niet gehinderd worden door enige kennis van zaken.


4 reacties

Anti-oxidanten en kanker

De Volkskrant van gisteren komt met een geruchtmakend studie onder de noemer “Anti-oxidanten helpen kanker groeien”. Dit n.a.v. een in het gerenommeerde blad Nature gepubliceerde studie van de al even gerenommeerde Harverd University. Een onverdachte bron, zou je zeggen. Dat is in zeker zin ook zo, maar je moet wel zuiver aangeven waar het om gaat. Olie op het vuur voor de tegenstanders van de Orthomoleculaire geneeskunde en het belang van gezonde voeding in de kankerpreventie. Maar de Volkskrant journaliste loopt te hard en te ongenuanceerd van stapel.

De implicaties van dit onderzoek zijn zeer beperkt en rechtvaardigen zeker niet de kop van het Volkskrant artikel. Het betreft een zogenaamde “In Vitro studie”, zeg maar een studie die is uitgevoerd in een reageerbuis in het laboratorium onder streng gecontroleerde omstandigheden. Eén van de klassieke dilemma’s in de natuurwetenschappen is dat wanneer iets werkt in de reageerbuis dat het bepaald niet zomaar vertaald kan worden naar wat er in het echte leven gebeurd. Deze studie zegt helemaal niets over de interactie tussen anti-oxidanten gebruik en kankercellen binnen de oneindige complexiteit van het menselijk lichaam (In Vivo). Zélfs al zouden deze bevindingen bevestigd kunnen worden door middel van onderzoek aan proefdieren (muizen bijv.) dan nog zou het kunnen dat het bij mensen compleet anders werkt.

Natuurlijk zijn de bevindingen van de wetenschappers interessant vanuit een celbiologisch perspectief. Maar verdere conclusies zijn bepaald voorbarig en daardoor onwetenschappelijk.

Er zijn tal van studies die aangetoond hebben dat anti-oxidanten een positief effect hebben op het vertragen van kankerprocessen of het voorkomen van kanker. Vooralsnog heeft deze studie geen enkele implicatie voor kankerpatiënten. Zelfs de onzekere formulering die de journaliste in de afsluiting van haar bericht gebruikt is tendentieus en ongegrond.