Ccgforum's Weblog

Just another WordPress.com weblog


Een reactie plaatsen

Effectief en duurzaam afvallen – vervolg

Van een vrouwelijke volger van deze weblog (M.) die zelf ook met het 2.5 Vasten Dieet en het door mij gebruikte Kylea poeder aan de slag is gegaan, kreeg ik de navolgende reactie/vraag:

Mijn gewicht bij het begin van de 4 weken:  76.5 
Telkens na een dag vasten is mijn gewicht: 74.4. Om vervolgens na 2 normale dagen weer uit te komen op: 75.8
Na een dag vasten weer: 74.4. enz.
Vanochtend, na de dag vasten van gister, zelfs: 74.7

Ik wissel de vastendagen tussen de door de weekse dagen.
Op een vastendag neem ik een glas groentesap, een rijstwafel en in de avond sinaasappels, citroen en Kylea poeder.
Op de normale dagen vervang ik 1 a 2 x mijn ontbijt(magere kwark met pompoen-en zonnebloempitten) door sap met Kyleapoeder.
Op de avond van een vastendag heb ik het heel koud, normaal ben ik niet kouwelijk. Meestal kan ik de nacht erg moeilijk in slaap komen.
Op zich is het allemaal wel te doen vind ik.
Maar het resultaat valt me wel heel erg tegen. Dat maakt de motivatie wel moeilijker op peil te houden.

Het is goed om te benadrukken dat overgewicht niet het gevolg van een enkele eenvoudige verstoring is. Het mag dan zo zijn dat de door Michael Mosley aanbevolen werkwijze bij velen erg effectief is, er zijn zeker ook hindernissen. Ongelukkigerwijs komt dit probleem meer bij vrouwen voor dan bij mannen. Daarover meer in de komende blogs.

Om te beginnen is het goed om te benadrukken dat het wel belangrijk is dat er op de overige (niet-vasten) dagen vooral normaal gegeten wordt. Dat wil zeggen dat vrouwen in elk geval de 2000 kCal per dag binnen krijgen. Sommigen hebben  toch ongemerkt de neiging om op de normale dagen ook te matig te zijn, dat is niet verstandig.

Dat de aanpak van overgewicht bij veel vrouwen een wat complexere zaak is dan bij de meeste mannen wist ook Montignac al en hij schreef een boek over zijn methode speciaal voor vrouwen.

Deze complexiteit komt door een tweetal hormonale verstoringen die bij veel vrouwen voorkomen en die elkaar onderling ook nog eens versterken. Het heeft alles te maken met de functie van de schildklier stofwisseling (zie elders op deze weblog) en de balans van de vrouwelijke hormonen. Schildklier aandoeningen  komen gemiddeld bij vrouwen tot wel 10x meer voor dan bij mannen. Verder is de balans tussen de vrouwelijke hormonen oestrogenen en progesteron erg belangrijk voor het functioneren van de stofwisseling van de vrouw. Oestrogeen dominantie is een zeer veel voorkomende probleem bij vrouwen.

thyroidSchildklier: zoals elders op deze blog beschreven is de visie op schildklieraandoeningen in de reguliere geneeskunde nogal beperkt. Daarom wordt een te traag werkende schildklier of -stofwisseling, zo vaak over het hoofd gezien. Eén van de redenen dat schildklier aandoeningen meer voorkomen bij vrouwen dan bij mannen is gelegen in het feit dat het vrouwelijk organisme meer behoefte heeft aan het voor de schildklier zo essentiële mineraal jodium. O.a. komt dit omdat de vrouwelijke borstklieren, net als de schildklier een hoge affiniteit hebben met jodium. In de wetenschap is al lang bekend dat er een relatie is tussen mastopathie en borsttumoren (goed- en kwaadaardig) en schildklier aandoeningen. Jodiumtekort is volgens de WHO een wijdverbreid probleem ondanks alle pogingen van de reguliere geneeskunde om dit feit te ontkennen. Een eenvoudige manier om te onderzoeken of de schildklierstofwisseling te traag functioneert is het opnemen van de ochtendtemperatuur. De methode van dr. Broda Barns (“De trage schildklierwerking – de niet herkende ziekte” pagina 42) is daarvoor een goedkope en toegankelijke graadmeter. Normaal gesproken dient de temperatuur (gemeten onder de oksel; op het moment van wakker worden en vóór het opstaan) tussen de 36,5 en 36,8 te liggen. Bij menstruerende vrouwen dient die meting dan wel op dag 2 t/m 5 van de menstruatie plaats te vinden. Veel vrouwen die in het verleden diëten hebben gevolgd die gericht waren op calorie beperking hebben daardoor onwetend hun schildklierstofwisseling verder vertraagd. Doorlopende calorie beperking vertraagd de omzetting van het schildklier pro-hormoon T4 in de biologisch actieve vorm T3. Hierdoor ontstaat ook het beruchte jojo-effect wat deze diëten allemaal met zich mee brengen waardoor deze diëten altijd een tijdelijke hype zijn en na verloop van tijd weer naar de achtergrond verdwijnen. Een andere reden voor de vele schildklier aandoeningen bij vrouwen is de bij veel vrouwen heersende onbalans tussen de vrouwelijke geslachtshormonen.

De vrouwelijke hormonen: beide hormonen, oestrogenen en progesteron komen ook bij mannen voor maar in veel lagere concentraties. Het is van belang dat er bepaalde balans is tussen de oestrogenen en progesteron. Eerst iets over de oestrogenen, meervoud, dat klopt. Er zijn namelijk verschillende oestrogenen: estradiol, estron en estriol. Alle 3 deze hormonen zijn van belang voor een optimale gezondheid maar teveel is schadelijk. De eerste van de 3 genoemde hormonen is de sterkst werkende oestrogeen en verantwoordelijk voor de meeste ‘oestrogeen-symptomen’ zoals PMS en menopauze klachten. Onder bepaalde omstandigheden kan estradiol omgezet worden in 16-OH-oestrogeen, een kanker bevorderend hormoon. Estriol daarentegen heeft een beschermende werking tegen het ontstaan van oestrogeen gevoelige tumoren, verlaagd het risico van fibrose in de borstklierenen gaat juist de gewichtstoename als gevolg van oestrogeen (estradiol) dominantie bij vrouwen tegen. Het mineraal jodium helpt de balans tussen de oestrogenen te bewaren in het voordeel van estriol.

Er zijn drie vormen van oestrogeen dominantie:

  1. oestrogeen is hoog en progesteron is laag
  2. oestrogeen is hoog en progesteron is normaal
  3. oestrogeen is normaal en progesteron is laag

Oestrogeen dominantie betekent dat de verhouding oestrogeen/progesteron niet klopt, in het voordeel van oestrogeen.

Klachten die samenhangen met oestrogeen dominantie zijn: PMS, gewichtstoename, trombose, borstkanker, gevoelige borsten, harde knobbels of cystes in de borsten, fibrose vorming, migraine, endometriose, PCOS, vocht vasthouden (oedeem), stemmingswisselingen, depressie, angsten en overbezorgdheid, maar ook auto-immuunziekten, allergieën, astma, slaapstoornissen en schildklier problemen.

In de volgende blog meer over de invloed van de oestrogenen op de schildklier stofwisseling en tevens oorzaken van een verstoorde oestrogeen/progesteron balans.

Informatie die voor een goede beeldvorming van de hormonale balans van belang zijn is bijvoorbeeld: de leeftijd van de eerste menstruatie (menarge), menstruatieklachten en pre-menstruele klachten, zwangerschapsklachten of ongewenste kinderloosheid, gebruik van hormonale anticonceptiva zoals de anticonceptiepil of het spiraaltje met hormoonafgifte. En uiteraard, de reeds genoemde ochtendtemperatuur waarden.

 


Een reactie plaatsen

Angst is lucratief (Column BOZ mei 2012)

Door het welbewust gebruik van de term “Risico” zorgen veel marketeers en beleidsmakers dat mensen beslissen op basis van angst. Een weloverwogen beslissing zou doorgaans anders uitpakken.

De mens heeft, aldus de wetenschap, twee beslissystemen. Systeem 1 (intuïtie) is het ervaringssysteem, vergt geen inspanning, werkt automatisch en snel, is zeer emotioneel, werkt onbewust en is vatbaar voor fouten. Systeem 2 is wat we het ‘denken’ noemen. Het vergt inspanning, is traag, bewust, is minder foutgevoelig en je kunt naderhand herleiden hoe je tot je beslissing bent gekomen.

De officiële informatie in Nederland over de noodzaak om baby’s te vaccineren is hiervan een markant en schrijnend voorbeeld. Welbewust is de communicatie gericht op het activeren van beslissysteem 1 waardoor jonge ouders beslissen op basis van angst. Angst is een fantastisch marketinginstrument. Ook in de medische sector wordt er veelvuldig gebruik van gemaakt.

Jonge of aanstaande ouders worden zo opgezadeld met de suggestie dat hun baby grote risico’s loopt als het niet snel gevaccineerd wordt. De angst om een onverantwoorde ouder te zijn, of je kind op te zadelen met grote gezondheidsschade ontneemt deze ouders om een rustige, rationele en weloverwogen beslissing te nemen. Doelbewust wordt er gezwegen over de risico’s die samenhangen met vaccineren, zeker op die jonge leeftijd.

Het gevolg is dat de meeste ouders door angst gedreven een beslissing nemen die veel grotere risico’s met zich meebrengt dan de risico’s die ze denken te vermijden.

Een goed gedocumenteerd voorbeeld is de angst onder de Amerikaanse bevolking na het WTC drama op 9/11/2001 om voor binnenlandse vluchten het vliegtuig te nemen. Om het risico van een herhaling te vermijden koos men massaal voor de auto als vervoermiddel. Dit heeft geleid tot een dramatische toename van het aantal verkeersdoden in de VS in het daaropvolgende jaar. Een persoon die iedere maand een binnenlandse vlucht had genomen gedurende een jaar lang zou een kans van 1:135.000 hebben om te overlijden door een kaping. De keuze voor de auto als vervoermiddel gaf een kans van 1:6000 om te overlijden als gevolg van een auto-ongeluk.

 

(Deze Column is gepubliceerd in mei 2012 in “Blik op Zeewolde”).


Een reactie plaatsen

Kankerpreventie (6)

“Maar kanker is toch vaak genetisch?” zo vroeg een trouwe bloglezer mij. 

Dit is een belangrijke vraag. Al was het alleen al vanwege de lading die het met zich meebrengt als iemand de boodschap krijgt dat hij of zij drager is van een gen dat bij familieleden reeds kanker heeft veroorzaakt. We weten allemaal dat er vrouwen zijn die gezonde borsten hebben laten amputeren om te voorkomen dat ze borstkanker zouden kunnen ontwikkelen, omdat ze draagster zijn van het borstkankergen. Het illustreert op schokkende wijze hoezeer kanker omgeven is met angst. 

Juist daarom verdient het onderwerp aandacht. Er zijn namelijk hardnekkige misverstanden als het gaat om de erfelijke factoren van ziekten. De ‘oude’ genetica heeft de laatste decennia plaats gemaakt voor de epigenetica. De epigenetica gaat er van uit dat een afwijkende gen alleen doorgaans niet voldoende voorwaarde is voor het ontwikkelen van een ziekte. Er dienen andere, zogenaamde epigenetische factoren te zijn die ervoor zorgen of een gen ook daadwerkelijk tot expressie komt. Denk daarbij aan al die factoren in de celkern die niet tot het DNA behoren. Dat kunnen nutriënten zijn, toxines of micro-organismen. Hoewel DNA tot op heden niet te veranderen is zijn epigenetische factoren doorgaans zeer goed te beïnvloeden.

Prof. Robert Sapolsky, hoogleraar biologische wetenschappen en neurologie en een bekend deskundige op het vlak van o.a. de stress fysiologie (auteur van: “Waarom krijgen zebra’s geen maagzweer?”) schreef in 2000 een artikel in Newsweek Magazine onder de titel: “It’s not all in the genes”. Hij geeft in dat artikel aan dat de rol van de genen met betrekking tot ziekte veel passiever en ondergeschikter is dan doorgaans wordt gesuggereerd. Hij benadrukt daarin de inzichten die in de epigenetica standaard zijn. Door de nadruk te leggen op de genetische gevoeligheid voor een bepaalde kanker wordt in wezen ‘angst’ versterkt. Immers, het wordt daarbij voorgeschoteld als een soort onvermijdelijk ‘Zwaard van Damocles’ dat iemand boven het hoofd hangt. Lees hierover ook het boek van prof. Brian S. Peskin: “Het verzwegen verhaal over kanker”.

Nobelprijswinnaar Daniel Kahnemann beschrijft in zijn prachtige boek over de psychologie van besluitvorming “Ons feilbare denken” dat de mens beschikt over 2 beslissystemen. Respectievelijk Systeem 1 en Systeem 2 genoemd. 

“Systeem 1 werkt automatisch en snel, met weinig of geen inspanning en geen gevoel van controle” (pag. 28).

“Systeem 2 omvat bewuste aandacht voor de mentale inspanningen die woorden verricht, waaronder ingewikkelde berekeningen” (pag.28).

Systeem 2 is meer rationeel. De beslissing die door dit systeem wordt genomen is na te rekenen en te reconstrueren. Systeem 1 is meer emotioneel, gevoelsmatig van karakter. 

Dan Gardner beschrijft deze beslissystemen in relatie tot het thema ‘Angst’ in zijn eveneens zeer lezenswaardige boek: “Risk – The science and Politics of Fear”. Op een prachtige wijze illustreert hij hoezeer het gebruik van de term “risico” vooral een appel doet op beslissysteem 1 en gebruik maakt van het daaraan gekoppelde gevoel van angst. Angst is ook: rekening houden met een gebeurtenis waar je geen controle op hebt. Mensen belanden gemakkelijk in een “slachtofferrol” immers ze spelen een passieve rol in het (dreigende) gebeuren. Het overkomt je en je kunt er niets aan doen. Door de accentuering van de genetische kant van kanker wordt het thema “angst” dat toch al zo dominant aanwezig is rondom deze diagnose, buitengewoon versterkt.

 

De inzichten binnen de moderne epigenetica doen een appel op het andere beslissysteem van de mens. Het geeft aan dat er vooral veel mogelijkheden zijn om de epigenetische factoren te sturen. Het doet een appel op de eigen verantwoordelijkheid, op gedrag en dus op de keuzes die we maken. Het geeft de mens weer het gevoel terug van ‘controle’ hoewel dat uiteraard altijd een nadrukkelijke beperktheid heeft, zeker in een tijd waarin de oorzaken van chronische ziekten complexer zijn dan ooit. Ook stroken de inzichten uit de epigenetica met de al eerder genoemde ontdekking van Otto Warburg. Het wordt dus van belang om te kijken welke factoren de zuurstof voorziening in de lichaamscellen beïnvloeden. Daar dient kankerpreventie zich op te richten. Maar dat veronderstelt bewuste keuzes. Daarover de volgende keer meer.


Een reactie plaatsen

H1N1

De H1N1 marketing is weer op gang gekomen. Waar andere jaren overlijdensgevallen a.g.v. de jaarlijkse seizoensgriep geen enkele aandacht in de pers krijgen wordt momenteel elk sterfgeval (hoe verdrietig ook!) nadrukkelijk voor het voetlicht gebracht. Daarbij wordt de publieke opinie onvermijdelijk beïnvloed doordat er angst gekweekt wordt. We hebben vorig jaar in de massale H1N1 (Mexicaanse Griep) campagne gemerkt hoe effectief dit middel is. De feiten die we inmiddels kennen van de vorige epidemie hebben aangetoond dat de paniek iedere grond miste.

Zeker nu er een aantal kleine kinderen volgens de berichtgeving zijn overleden aan een H1N1 infectie slaat bij menig ouder de schrik om het hart. Het is goed te weten dat er hele natuurlijke manieren zijn om de H1N1 en andere griepinfecties te voorkomen en/of te behandelen. Het protocol hiervoor kunt u opvragen bij CCG (Centrum voor Complementaire Geneeskunde) via info@ccgonlione.eu o.v.v. H1N1 profylaxe en behandeling.


Een reactie plaatsen

Angst voor de Mexicaanse Griep

Een definitie die ik vaak hanteer voor ‘Angst’ is “alles wat er zou kunnen gebeuren waar je geen controle op hebt”. Immers wanneer je het idee hebt gewoon controle te hebben op iets dat zou kunnen gebeuren, dan roept het geen angst op. Naarmate de behoefte aan controle toeneemt is het risico van angst des te groter.

Als je aan tien willekeurige mensen vraagt of ze liever in een auto stappen of in een vliegtuig, dan schat ik in dat zeker 80% zal zeggen ‘in een auto’. En dát terwijl de kans om te overlijden als gevolg van een auto-ongeluk vele malen groter is dan te overlijden door een vliegtuigongeval. Ik heb het wel eens voorgelegd aan mensen met een vliegangst en het antwoord wat ik dan steeds kreeg was een variatie op: “in een vliegtuig heb ik zelf nergens controle op en in een auto wel”. Dat is de illusie die deze mensen rust geeft in de auto en angstig maakt om het vliegtuig in te stappen. Maar een illusie is het. Want zij die wel eens betrokken zijn geweest bij een auto-ongeluk en het hebben overleefd zullen unaniem kunnen bevestigen dat er nauwelijks of geen sprake was van ook maar de minste controle, anders had men het wel voorkomen. Wat is meer risicovol, met uw kind een autoritje maken in Nederland of uw kind in deze periode géén vaccinatie geven met het Mexicaanse griepvaccin? Kansberekening is een machtig middel om angst te creëren, het werkt namelijk op uw voorstellingsvermogen, het roept een primair emotionele reactie op en geeft u het gevoel dat u er alles aan moet doen om het voorgestelde scenario te vermijden. Gaat u maar eens praten met productontwikkelaars bij de grote Verzekeringsbedrijven, zij floreren bij dit soort mechanismen.

Als ik aan de doorsnee Nederlander zou vragen “Wat heeft een groter risico, de Mexicaanse griep of regelmatig een aspirine gebruiken”, dan zullen de meeste voor het eerste kiezen. Toch is dat vreemd omdat cijfers in de VS aantonen dat de kans om te sterven als gevolg van het gebruik van aspirine (en andere NSAID =Non-Steroïd Anti Inflammatory Drugs) zo’n slordige 400% hoger is dan te sterven aan de Mexicaanse griep. Het gebruik van aspirine en andere NSAID’s is in de VS de 15e meest voorkomende doodsoorzaak volgens een artikel in het gerenommeerde New England Journal of Medicine (  NSAID’s en sterfte ), waarbij dan niet eens rekening is gehouden met sterfte als gevolg van deze medicijnen die in de vrije handel (dus níet per recept voorgeschreven) worden gekocht. Alleen al in de VS circa 16.500 sterfgevallen ieder jaar in de groep met reumatoïde artritis en osteoartritis die NSAID’s gebruiken.

In de VS sterven jaarlijks ongeveer 100.000 mensen als gevolg van de bijwerkingen van door de overheid goedgekeurde reguliere medicijnen. Als het klopt dat er momenteel in de VS 4000 mensen zijn overleden aan de Mexicaanse griep dan betekent dat een 25x grotere kans om te overlijden als gevolg van medicijngebruik. Waarom zijn er geen grootscheepse media campagnes om de mensen te waarschuwen tegen de pandemische risico’s van het gebruik van reguliere medicijnen? Omdat we dankzij zorgvuldig opgezette en dure marketing campagnes opgroeien met de illusie dat reguliere geneesmiddelen weliswaar bijwerkingen kunnen hebben, maar verder bewezen ‘veilig’ zijn, ‘anders waren ze door de officiële instanties niet toegelaten tot de markt’ zo sluit zich de cirkelredenering.

De reacties die diverse bewuste jonge moeders van de assistente van de huisarts naar het hoofd geslingerd kregen toen ze aangaven dat ze hun kleine kinderen niet zouden laten vaccineren, heeft niets met inhoudelijke argumenten te maken, het heeft alles te maken met het krampachtig in stand willen houden van de geregisseerde illusie, uiteindelijk weet de doorsnee assistente ook van toeten nog blazen en wordt ze geïnformeerd door het systeem. Maar schokkend is het wel. De wereld op z’n kop. Hoe ver zouden we nog af zijn van een wettelijke verplichting om te ondergaan wat de overheid in haar ongekende wijsheid goed acht voor haar onderdanen?

Jaarlijks sterven er in Nederland circa 1000 mensen als gevolg van de seizoensgriep, volgens de officiële berichten. Ik kan me niet herinneren dat dit iedere herfst en winter dagelijks wordt gemeld in het journaal of dat de kranten de actuele score op de voorpagina’s vermelden. Nu wordt ieder sterfte geval breed uitgemeten. Ik sprak deze week een verpleegkundige die me toevertrouwde dat de meeste kinderen die met griepverschijnselen in het ziekenhuis worden opgenomen bij testing blijken géén Mexicaanse griep te hebben. De huidige massahysterie over Mexicaanse griep is nauwkeurig geregisseerd en uiterst functioneel voor beleidsmakers en farmaceutisch belanghebbenden. Aan u de keus of u zich ‘gek laat maken’ door tendentieuze en suggestieve informatie.


Een reactie plaatsen

Een halfjaar neurofeedback in retrospectief….

Neurofeedback claimt een methode voor hersentraining te zijn met een hoog succespercentage van 70%. Van de overigen heeft 20% er een beetje baat bij en 10% helemaal niet. Wat zijn klachten waarbij je zou kunnen denken aan neurofeedback als effectieve toepassing?
Neurofeedback is ontwikkeld voor de toepassing bij ADHD, maar in de praktijk blijkt het voor een groot scala aan klachten inzetbaar. Eigenlijk logisch, omdat veel klachten hun oorsprong kennen in het niet optimaal functioneren van het centraal zenuwstelsel.

En wat zijn de ervaringen tot nu toe?
Overwegend zeer positief! Van de 7 kinderen die een volledig neurofeedbacktraject hebben doorlopen en afgerond zijn er 6 enorm opgeknapt volgens ouders. Al deze kinderen hadden tussen de 20 en 30 consulten nodig. 1 kind is bij 17 consulten gestopt omdat er te weinig zichtbare gedragsveranderingen waren op dat moment.
De klachten van al deze kinderen liepen uiteen tot: niet aangeboren hersenletsel, motorische problemen, spraakproblemen, dyspraxie, angst en dwangneurose, ADHD, pdd-nos, trauma, dyslexie, slaapproblemen.
Wat opvalt is dat al deze kinderen meer stabiele en evenwichtigere personen werden. Ze durfden meer voor hun mening uit te komen, waren minder snel van slag, konden meer incasseren in het sociale verkeer. Frustratietolerantie was toegenomen. Ook externen zoals logopedisten en onderwijzers vielen de verschillen significant op.
Belangrijk punt om te benoemen is ook de input van de trainer. Buiten de neurofeedbacksessies om spreekt zij ouders en geeft ze desgewenst tips over de omgang met het kind. Deze persoonlijke en betrokken aanpak wordt door ouders als positief ervaren.

De theorie achter neurofeedback
Onze hersenen vormen samen met onze ruggengraat het centrale zenuwstelsel. Vanuit dit complexe systeem wordt ons hele lichaam bestuurd en worden ons psychische gesteldheid, emoties en energetisch functioneren bepaald. Veel aandoeningen hebben voor een belangrijk deel te maken met een niet goed functioneren van het centrale zenuwstelsel.
Neurofeedbacktraining traint de hersenen om hun taken beter en efficiënter uit te voeren, waardoor een heleboel fysieke of psychische klachten zullen verminderen of verdwijnen. Neurofeedbacktraining maakt gebruik van het principe dat hersenen altijd op zoek zijn naar veranderingen en altijd geneigd zijn zich te reorganiseren en naar een stabieler evenwicht te zoeken. Ook kunnen hersencellen onderling nieuwe verbindingen leggen en functies van elkaar overnemen. Wat hersenen hiervoor nodig hebben is informatie over zichzelf, over hun eigen functioneren. Ze hebben feedback= terugkoppeling, nodig om te kunnen leren.
Tijdens een neurofeedbacktraining krijgen de hersenen actuele informatie over het eigen functioneren. Steeds wanneer er instabiliteit binnen de hersengolffrequenties optreedt, krijgen de hersenen dit te ‘horen’ middels de feedback. Hierdoor gaan de hersenen als natuurlijke reactie zich reorganiseren en zoeken naar een stabieler evenwicht. Het centraal zenuwstelsel is een non-lineair systeem. Dat wil zeggen dat er miljoenen processen tegelijkertijd zich afspelen en dit loopt niet geordend. Hoe complexer het centraal zenuwstelsel is, hoe sneller het zich kan reorganiseren en leren. Door de training vaak te herhalen gaan de hersenen naar een steeds meer stabieler evenwicht toewerken. De herhaling maakt dat de effecten van neurofeedback goed integreren zodat de hersenen het niet meer verleren. Vergelijk het met fietsen of zwemmen; Na oefening eenmaal onder de knie, verleer je het niet zo snel meer.

Het CCG maakt gebruik van de Zengar NeuroCare methode. De enige veilige en effectieve methode om het hele centrale zenuwstelsel tegelijkertijd te trainen waarbij gebruik wordt gemaakt van software met non-lineaire berekeningen. De taal van het centraal zenuwstelsel. De software ‘verstaat’ en ‘spreekt’ de taal van de hersenen.

Hoe werkt het in de praktijk:
Een kind neemt plaats in een relaxte stoel, tegenover een beeldscherm en geluid. Tijdens de training wordt naar een zelfgekozen film gekeken of naar muziek geluisterd. In totaal worden er 6 sensoren op het hoofd geplakt, waarvan 2 op elk oor en 2 op het hoofd. De sensoren staan in verbinding met een EEG-encoder die de hersenactiviteit zichtbaar maakt middels de software op het trainersscherm. Hierop kan de trainer zien in welke hersenfrequenties instabiliteit optreedt en hoe de samenwerking verloopt tussen linker en rechter hersenhelft. De Zengar software staat weer in verbinding met het beeldscherm/geluid waar het kind naar kijkt. Om te beginnen wordt een Pre-Baseline gemaakt. De hersentraining van vóór de training wordt hiermee geregistreerd. Daarna volgt de training van 30-40 minuten waarbij het kind de uitgekozen film kijkt. De hersenactiviteit wordt tijdens deze training continue geregistreerd. De trainer stelt tijdens de trainer steeds de mate van feedback bij. Zodra het EEG-signaal aangeeft dat er ergens binnen het centrale zenuwstelsel instabiliteit optreedt dan wordt dat door de software geregistreerd en volgt er een feedbackmoment. Dit is een korte onderbreking van het beeld en geluid. Deze onderbreking (verandering) wordt onbewust door de hersenen opgemerkt en zorgt voor reorganisatie en zoeken naar een stabieler evenwicht. Na de training wordt een Post-Baseline opgenomen die met de Pre-Baseline wordt vergeleken. Op deze manier kan je zien of de hersenen al iets hebben geleerd van de training. Bij voorkeur wordt er 2 keer in de week getraind, minimaal 20 sessies.

Door: Irene Salomons (Orthopedagoog en Neurofeedback trainer CCG)