Ccgforum's Weblog

Just another WordPress.com weblog


Een reactie plaatsen

Gebruik insecticide bedreigt de gezondheid van onze (klein)kinderen

Chloorpyrifos

Wellicht heeft u een berichtje in de krant gezien over het advies van de EFSA (Het Europees Agentschap voor de Voedselveiligheid) aan de EU om de vergunning voor het gebruik van het insecticide chloorpyrifos niet te verlengen. Genoemde stof is nu ca. 60 jaar op de markt en valt onder de veel grotere categorie van de Organothiofosfaten. Het middel doodt alle insectensoorten en wordt daarom veelvuldig ingezet o.a. in de groenten- en fruitteelt. Een onderzoek uit 2016 toonde aan dat de stof in 5,5 % van de in Europa gekweekte groenten en fruit voorkwam. In een Deens onderzoek werd het insecticide in de urine en het bloed van 9 op de 10 kinderen aangetroffen; in Wallonië (België) werd het in 100%  van de urinemonsters van een groep van 258 kinderen gevonden (leeftijd 9-12 jaar). In een recente studie in Californië legden de onderzoekers een verband tussen blootstelling aan deze pesticide gedurende zwangerschap en de vroege kinderfase en autisme en hersenschade. Wetschapp[ers zijn stellig van mening dat er géén veiligde dosis is van deze stof.

Kwetsbare levensfase

Uit het voorgaande blijkt wel dat het om een omvangrijk probleem gaat. Toch is het probleem nog veel ernstiger dan doorgaans wordt aangegeven. Dat heeft te maken met het volgende:

  • De perinatale periode (periode tussen conceptie, geboorte en grofweg het eerste levensjaar) is een bijzonder kwetsbare periode voor de effecten van chemische verbindingen op het zenuwstelsel van mensen. Er is zelfs een wetenschappelijke hypothese die op grond hiervan meent te kunnen stellen dat de gezondheid van een mens primair in deze periode bepaald wordt. De effecten zijn dan dus letterlijk levenslang.
  • Al heel snel treden er in deze levensfase onherstelbare veranderingen op in de fysiologie van de hersenen van de ongeboren of nog jonge kinderen. Met onherstelbaar bedoel ik ook letterlijk dat die veranderingen in veel gevallen levenslang zijn. Het is zelfs nog erger, deze veranderingen, die ook wel epigenetische veranderingen genoemd worden, zijn in veel gevallen zelfs door te geven aan het nageslacht.
  • Alle organofosfaten ontlenen hun werking aan een interactie met de acetylcholine stofwisseling. Acetylcholine is een uiterst belangrijke signaalstofje, neurotransmitter genoemd, in het zenuwstelsel van o.a. de mens.  Betrokken o.a. bij de cognitieve fuincties, maar ook bij de prikkeloverdracht van zenuwen naar spieren e.d. Niet voor niets zijn er relaties aangetoond met ADHD en autisme.
  • Bij de schadelijkheid van pesticiden en andere milieutoxines wordt nog steeds te gemakkelijk vastgehouden aan de kwantatieve aspecten van de stof. Met andere woorden, welke dosering levert acute verschijnselen op, hoe groot is de kans dat je die dosering binnen krijgt en dus, wat is een zogenaamd ‘veilige dosis’. Zo kan het zijn dat de WHO speekt van een matig gevaarlijke pesticide voor de mens terwijl andere spreken van de ‘meest gevaarlijke pesticide waarvan je ooit gehoord hebt’ (Staffan Dahllof in EU-observer).

Better Babies

De Australische Jan Roberts vecht al jaren voor een gezondere generatie kinderen door zeer terecht aandacht te vragen voor factoren die de gezondheid beïnvloeden vóór conceptie, tijdens de zwangerschap en de kinderfase. Gezien het feit dat toxische milieubelasting de no.1 biologische stressfactor genoemd wordt door toonaangevende wetenschappers én het gegeven dat de perinatale periode een levensfase is met een sterk verhoogde gevoeligheid voor de schadelijke effecten van zelfs minimale doseringen van dit soort stoffen, verdient bewustzijn op dit punt de allergrootste prioriteit. Het eten van biologische landbouw producten is geen elitaire liefhebberij voor welgestelden maar bittere noodzaak en zéker voor allen die een kinderwens hebben of reeds zwanger zijn.

De verstoring resetten

Los van bovenstaande, want ook hier geldt dat voorkomen beter is als genezen, is er een beproefde methode waarbij we de gevolgen van dit soort verstorende invloeden in veel gevallen kunnen resetten. Omwille van de Nederlandse wetgeving kunnen we hier niet uitwijden over deze methode maar mocht u nadere informatie willen dan kunt u een e-mail sturen naar wim@ccgforum.com

Het eten van biologische landbouw producten is geen elitaire liefhebberij voor welgestelden maar bittere noodzaak en zéker voor allen die een kinderwens hebben of reeds zwanger zijn.


2 reacties

Verminderde receptor gevoeligheid is bron van problemen.

Op veler verzoek nog even een samenvattend verhaal inzake de problemen als gevolg van verminderde receptor gevoeligheid.

Prof. (em) György Csaba heeft met zijn onderzoeksgroep in de achterliggende decennia overtuigend en gedetailleerd aangetoond dat er allerlei factoren zijn die leiden tot een verminderde gevoeligheid van hormoon- en neurotransmitter receptoren. En dat dit probleem zich niet automatisch herstelt.

De periode tijdens de zwangerschap en in de eerste maanden (tot een jaar) na de geboorte is een mens bijzonder gevoelig voor deze receptor modulatie. Dat wil concreet zeggen dat allerlei factoren tijdens die periode een veel grotere kans geven op blijvend verminderde gevoeligheid van bepaalde receptoren. Dat wil zeggen dat er, gezien de enorme toename van verstorende factoren in de afgelopen 20 jaar een toenemend aantal baby’s geboren worden met een verstoorde functie van bepaalde hormonen en/of neurotransmitters vanaf dag 1 van hun leven. Dit kan gebeuren door bijzondere factoren tijdens de zwangerschap of bevalling, denk aan sterke stress voor de moeder, gebruik van medicamenten, roken, weeënopwekkers (Oxytocine), etc. Maar Csaba heeft ook de term ‘Metabolic Imprinting’ en ‘Transgenerational Imprinting’ geïntroduceerd. Dit betekent dat een verstoring van de regelsystemen bij de ouders (moeder m.n.) een gelijksoortige verstoring kan veroorzaken bij het ongeboren kind, die NIET genetisch is. Doordat dit patroon in de generaties kan worden doorgegeven kan makkelijk gedacht worden dat er sprake is van een genetische (en dus onvermijdelijke) factor, maar dat is in die gevallen niet waar.

Inzake Oxytocine, ook wel het knuffelhormoon genoemd, heb ik inmiddels de ervaring dat een verstoring van de gevoeligheid van de Oxytocine receptoren niet alleen wordt veroorzaakt door toediening van synthetisch Oxytocine rond de bevalling of tijdens de periode van de borstvoeding. Ook gebrek aan liefde, geborgenheid en veiligheid in de vroege baby-periode kan een soortgelijk beeld oproepen. Het toedienen van synthetisch Oxytiocine (bv. in de vorm van een neusspray) om klachten te verminderen, zoals sommigen voorstaan is m.i. een volstrekt ongewenste gang van zaken omdat het de receptorgevoeligheid eerder verder zal doen afnemen, waardoor er een impliciete afhankelijkheid voor deze kunstmatige prikkel ontstaat. Goed voor de producent maar niet goed voor de cliënt/patiënt.

Een categorie verstorende factoren die zeer wijdverbreid zijn en veelal vergeten wordt zijn de plastic weekmakers. Vooral Bisphenol A  vormt een grote bedreiging voor de functie van de oestrogeen receptoren. Vooral bij zwangere vrouwen, zuigelingen en kinderen een erg belangrijke factor. Verbazingwekkend hoeveel mensen de hele dag water lopen te drinken uit plastic flesjes die weekmakers bevatten. Het Duitse lab Medivere diagnostics heeft een praktische bloedtest beschikbaar om de BPA belasting in het bloed vast te stellen.

Ook verstoring van de receptor gevoeligheid van diverse neurotransmitters komt veelvuldig voor. Talloze psychische, psychiatrische aandoeningen en klachten, maar ook leer- en gedragsstoornissen bij kinderen zijn terug te voeren op deze onderliggende problematiek. Het goed nieuws is dat bij een juiste behandeling deze receptoren te resetten zijn. Bijzonder effectief, maar niet simpel. Voorwaarde is dat er een gedetailleerde kennis is rondom het functioneren van het kind c.q. de volwassene en dat er een gedegen kennis is inzake de neurofysiologische achtergrond van de klachten. Alleen gedegen maatwerk kan hier oplossingen bieden.


Een reactie plaatsen

ADHD en Methylfenidaat

Vaak krijg ik de vraag voorgelegd hoe het nu kan dat een kind met hyperactieve stoornis als ADHD baat kan hebben bij een middel dat op zich ook weer stimulerend is (Methylfenidaat). Dit reguliere middel valt onder een amfetaminen en moet inderdaad als een stimulerende drug gezien worden. Het roept des te meer verbazing op omdat algemeen wordt aangenomen dat ADHD primair een Dopamine stoornis is. En Dopamine is een belangrijke activerende neurotransmitter (signaalstofje in ons zenuwstelsel).

De vraag wordt terecht gesteld want de gangbare opvatting klopt niet. Dit is wetenschappelijk ondubbelzinnig aangetoond in 1999 door onderzoekers aan de  Howard Hughes Medical Institute aan de Duke University (VS). Zij hebben namelijk na grondig en goed uitgevoerd onderzoek aangetoond dat Methylfenidaat niet op Dopamine maar op Serotonine werkt. En verder dat kinderen met ADHD primair een tekort aan Serotonine effect hebben waardoor de zo belangrijke Serotonine-Dopamine balans doorslaat in het ‘voordeel’ van Dopamine. Serotonine fungeert hier a.h.w. als de rem en Dopamine als het gas. Wanneer Serotonine onvoldoende kan remmen schiet de Dopamine activiteit door en kan dat leiden tot ADHD verschijnselen.

Bovenstaande constatering klopt en wordt binnen onze praktijk met grote regelmaat bevestigd. Niet door het gebruik van Methylfenidaat maar door de functie van Serotonine en Dopamine te optimaliseren. Hoe? Daar komt ik binnenkort uitgebreider op terug.

Hier wil ik nog benadrukken dat er feitelijk verschillende subtypes zijn van ADHD. Er is onder deskundigen wat verschil van mening of we nu van 4 of van 5 zogenaamde primaire neurotransmitters moeten uitgaan. Zij die voor 4 kiezen gaan er van uit dat Dopamine, Acetylcholine, Serotonine en Gamma-aminoboterzuur hiërarchisch gezien de belangrijkste neurotransmitters zijn. Zelf sluit ik mij aan bij de groep die van 5 primaire neurotransmitters uitgaat en zij voegen Beta-endorfinen aan de rij toe.

Alle 5 de genoemde neurotransmitters kunnen een dominante rol spelen binnen het ADHD profiel. Alleen door zicht op het geheel en de samenhang kan een duurzaam herstel van deze vervelende stoornis worden gerealiseerd.


5 reacties

Serotonine

Serotonine is één van de 4 neurotransmitters die hiërarchisch als de belangrijkste worden gezien. Dat is natuurlijk betrekkelijk want alle schakels in een keten zijn belangrijk, maar toch wordt het wel zo benaderd.

Serotonine is een zogenaamde ‘Monoamine’. Het is een stof die in het lichaam gemaakt wordt uit het aminozuur Tryptofaan in de aanwezigheid van Vitamine B6.

Serotonine speelt een belangrijke rol bij de temperatuurregulatie, functie van de zintuigen, regulatie van stemmingen, het in slaap vallen en het handhaven van de zogenaamde REM slaap. Ook verhoogd het de pijndrempel. Erg hoge concentraties kunnen narcolepsie veroorzaken. Tekorten gaan vaak vergezeld van huidklachten.

Tekorten van het serotonine-effect, ik noem het nadrukkelijk zo omdat het effect afhankelijk is van twee factoren (beschikbaarheid van serotonine én voldoende gevoelige receptoren), kan zich o.a. uiten in de volgende klachten:

  • Angsten
  • Depressies
  • Impulsiviteit
  • Slaapstoornissen, slapeloosheid
  • Obsessies, dwangmatig denken en/of handelen
  • Agressie
  • Verhoogde neiging tot suïcidale gedachten of -gedrag

Maar dan noemen we slechts een beperkt aantal klachten. Er is ook een hele waslijst van lichamelijke klachten die samen kunnen hangen met een serotonine tekort, o.a.:

  • Allergieën
  • Arthritis
  • Rugklachten
  • Koolhydraat verslaving
  • Constipatie
  • Hoofdpijn
  • Hoge bloeddruk
  • Misselijkheid
  • Hoge spierspanning
  • Premenstruele klachten
  • Tinnitis
  • Gewichtstoename

Uit deze korte bloemlezing wordt voldoende geïllustreerd hoe belangrijk serotonine is voor het totale functioneren, zowel mentaal, emotioneel als lichamelijk.

Serotonine heeft een bijzondere relatie met de activerende neurotransmitter dopamine. We spreken van de serotonine-dopamine balans. Hoewel algemeen wordt aangenomen dat ADHD vooral een dopamine probleem is, en dat Ritalin en andere Methylfenidaat-preparaten op de dopamine huishouding werken, klopt dit niet met de feiten. Een in 1999 uitgevoerde wetenschappelijke studie heeft duidelijk aangetoond dat de werking van Methylfenidaat primair op de serotonine stofwisseling is en via de serotonine-dopamine balans indirect ook effect heeft op dopamine.

Op neurotransmitter niveau onderscheiden we 4 subtypes van ADHD. Bij elk van de subtypes is een andere neurotransmitter als prominente factor betrokken.